InterviewRoman

Augustinus had de nodige rafelrandjes, maar hij zou het Trump-bashen maar niks vinden

Schrijver en predikant Frans Willem Verbaas: 'Augustinus zou in de loopgraven tussen Republikeinen en Democraten gaan staan om vrede te bereiken.' Beeld Maikel Samuels
Schrijver en predikant Frans Willem Verbaas: 'Augustinus zou in de loopgraven tussen Republikeinen en Democraten gaan staan om vrede te bereiken.'Beeld Maikel Samuels

Frans Willem Verbaas schreef een roman over Augustinus en voltooide daarmee zijn trilogie over drie belangrijke kerkvaders. “Streef niet naar absolute zuiverheid, dat kunnen we van Augustinus leren.”

Je kunt van De ketter van Carthago veel zeggen. Dat het een beeldend geschreven historische roman is, met soms onverhoedse plotwendingen. Dat het een waardig sluitstuk is van een trilogie: eerst een roman over kerkhervormer Johannes Calvijn (1509-1564), daarna over de grote theoloog Karl Barth (1886-1968), en nu over Aurelius Augustinus (354-430). Maar bovenal dat auteur Frans Willem Verbaas het zich in zijn derde deel niet gemakkelijk heeft gemaakt. 

Tegen het decor van het Romeinse Rijk in verval – bestormd door de Vandalen – schetst hij niet alleen de godsdienststrijd tussen katholieken en donatisten. Hij schetst ook het verhaal van een zoon, Spes Niger, op speurtocht naar zijn vader, met daar doorheen geweven de lovestory van die zoekende zoon met een Afrikaanse schone, Julia geheten.

Bloedige strooptochten

Afrika is het toneel waar alle verhaallijnen in het boek samenkomen. De roman is mutatis mutandis A tale of two cities, gesitueerd in de vijfde eeuw. Met aan de ene kant de stad Hippo waar de katholieke bisschop Augustinus zetelt, en aan de andere kant Carthago, de langjarige verblijfplaats van diens tegenspeler, de rebel Spes Niger. Spes is een ketter – vandaar de titel – want al snel na zijn doop door Augustinus sluit hij zich aan bij de donatisten, een groep scheurmakers die strijden voor ‘een zuiver Afrikaans christendom’. Met hen onderneemt Spes bloedige strooptochten, waarbij Verbaas zich liet ‘inspireren’ door de moordpartijen van IS.

Als je het boek uit hebt, denk je: was dit nu de autobiografie van de fictieve ik-figuur Spes Niger of de met fictie aangedikte biografie van Augustinus? De auteur, dominee in de Protestantse Kerk, denkt beide. “Ik had huiver om rechtstreeks in het hoofd en hart van Augustinus te kruipen”, zegt hij in zijn monumentale pastorie in Heusden. “Daarom heb ik enige afstand geschapen en Spes verzonnen, uit wiens perspectief het verhaal over Augustinus wordt verteld. Spes heeft een conflictueus karakter, de ideale tegenfiguur van Augustinus, dunkt mij, en noodzakelijk voor de spanning in de roman.”

Aan historische bronnen geen gebrek. Allereerst Augustinus’ Belijdenissen, waarin de kerkvader zijn geloofsleven beschrijft, maar ook het losbandige bestaan dat daaraan voorafging. En verder de Augustinus-boeken van Paul van Geest (o.a. Waarachtigheid, 2010) en van P.C. Hooft-prijswinnaar Frits van der Meer (Augustinus, de zielzorger, 1947). “Wat zij kunnen – een wetenschappelijk werk schrijven over Augustinus – dat krijg ik niet voor elkaar”, zegt de auteur bescheiden.

Verval en ondergang van het Romeinse Rijk, het standaardwerk van Edward Gibbon (1776), behoorde niet tot de bronnen van de 58-jarige predikant. “Wat ik van Gibbons boek weet, is dat het jonge christendom er nogal bekaaid af komt, en dat is niet de kant die mijn roman opgaat. In de jaren dat ik met Augustinus optrok, om het zo maar even uit te drukken, heb ik hem leren kennen als een gewoon mens met de nodige rafelrandjes, maar vooral als toonbeeld van hoe schitterend theologie kan zijn. Een estheet met prachtig taalgebruik. Zijn citaat ‘God is nederig geworden’ – waarmee hij uiteraard doelt op de komst van Jezus Christus – ‘maar de mens is nog trots’, is zeer waar en raakt mij bijzonder. Ik verbind die uitspraak met de zelfgenoegzame donatisten, die denken de waarheid in pacht te hebben.”

Uit de loopgraven

Je kunt je afvragen of het veel lezers nog iets zegt, die donatistische leer, maar daar denkt de trilogie-schrijver anders over. “Het streven naar absolute zuiverheid is aan de orde van de dag. Denk aan de vele kerksplitsingen. Denk ook aan onze evangelische broeders, bij wie je je opnieuw moet laten dopen om erbij te horen. Maar ook buiten de Kerk. CNN vond Trump onzuiver. Maar Augustinus zou zeggen: kijk ook even naar Fox. Hij zou in de loopgraven tussen Republikeinen en Democraten gaan staan om vrede te bereiken, zoals hij dat in zíjn tijd probeerde met de donatisten. Amerika heeft een nieuwe Augustinus nodig, een man die beseft: we leven niet in de stad van God, maar in de stad van mensen, dus laten we roeien met de riemen die we hebben. Wat levert het op om Trump met pek en veren het Witte Huis uit te sturen?”

Die praktische houding van de kerkvader lijkt in scherp contrast te staan met zijn rigide visie op seks en liefde, die Rome gretig van hem overnam. In De ketter van Carthago suggereert Verbaas dat Augustinus vooral zo lustvijandig werd als reflex op zijn eigen losbandige leven als jongeling, waarin hij in elk geval één buitenechtelijke zoon verwekte. De auteur laat donatist Acca zeggen: als Augustinus in zijn jonge jaren een wijnverslaving had, dan had hij de katholieke kerk opgezadeld met een wijnverbod. Verbaas: “Ik denk dat Augustinus de kerk en de theologie zijn eigen seksuele obsessie heeft opgedrongen. Aan de andere kant zit er ook veel waars in zijn analyse van de donkere kant van seksualiteit. Het is een enorme kracht die met onze vrije wil aan de haal kan gaan. Kijk naar mannen die hoeren bezoeken, of die vrouwen misbruiken. In mijn boek wordt Julia op brute wijze verkracht. Ik denk dat veel misbruikplegers iets doen wat ze eigenlijk niet willen. Augustinus verbindt dat met de erfzonde: daardoor zijn we met onze vrije wil in de knoop geraakt.”

Augustinus in de fitnessruimte

Juist omdat Augustinus te boek is komen te staan als anti-lichamelijk laat de schrijver zijn roman beginnen in de fitnessruimte van het bisschoppelijk paleis: Augustinus aan de gewichten. Hoe geloofwaardig is dat? Verbaas, glimlachend: “Ik vind dat verdedigbaar. De Britse auteur Robert Harris schrijft over Cicero dat hij oefeningen deed om lichamelijk fit te blijven. Augustinus kende Cicero, althans zijn werk, zeer goed. Waarom zou hij niet net als de antieke Romeinse redenaar aan fitness hebben kunnen doen? Augustinus sprak en preekte doorlopend. Hij moest wel een goede conditie hebben. En ach, af en toe mag de historische werkelijkheid wijken voor het mooie verhaal, vind ik.”

Het jonge christendom van die dagen refereert geregeld aan filosofen uit de Oudheid, die immers nog maar enkele eeuwen dood zijn. Zo haalt Augustinus in De ketter van Carthago Vergilius aan met zijn imperium sine fine: het Romeinse Rijk waaraan geen einde komt. De schrijver doet dat om Augustinus’ leer over de geschapen werkelijkheid uiteen te zetten. “Over die werkelijkheid is Augustinus uiteindelijk relativerend, die gaat voorbij”, legt Verbaas uit. “Het draaide bij Augustinus als het erop aankomt allemaal om de eeuwige werkelijkheid van God. Hierbij liet hij zich duidelijk beïnvloeden door voor-christelijke Griekse denkers. Van Plato bijvoorbeeld nam hij het dualisme tussen lichaam en geest over. Zo las Augustinus ook het Oude Testament, als een neoplatonist. Vergeet niet: het christendom is gebaseerd op Jeruzalem én Athene. Daaraan heeft Augustinus zijn steentje bijgedragen.”

Aan het slot van de roman wordt Augustinus op zijn sterfbed geconfronteerd met Spes, die wil weten of Augustinus mogelijk zijn vader is. Maar op die vraag komt geen duidelijk antwoord. Vanwaar dit open einde? Verbaas: “Blijkbaar houd ik daarvan. En het hoort ook bij het leven. Iedereen blijft met open kwesties zitten. Ikzelf bijvoorbeeld met de vraag waarom mijn eerste huwelijk is mislukt. Met dat open einde zal ik eens mijn ogen dicht doen. Maar onder die onopgehelderde kwestie van dat vaderschap zit ook een diepere vraag: wil jij dat Augustinus jouw vader is, jouw kerkvader? Zelf zeg ik: in elk geval wel voor het deel dat we uiterst voorzichtig moeten zijn in het streven naar zuiverheid in geloof en politiek. En natuurlijk vanwege Augustinus’ prachtige manier van denken en schrijven.”

Met voldoening kijkt Verbaas terug op de voltooiing van zijn triologie, waaraan hij meer dan tien jaar werkte. “Calvijn, Barth en Augustinus zijn drie beeldbepalende figuren uit de kerkhistorie, die in elk geval één ding gemeen hebben: hun liefde voor God. Het ging hun om God zelf. Dus om de koe, niet om de melk.”

De ketter van Carthago, Frans Willem Verbaas, uitgeverij Mozaïek, 336 blz., € 21,99

Lees ook:

’Weet dat je God niet in woorden kunt vatten’

Augustinus (354-430) was niet de dogmaticus die alles dacht te weten. Hij was zich zeer bewust van de onkenbaarheid van God. Nieuw licht op het vergeten geloof van de belangrijkste kerkvader van het christendom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden