De natuur was hierAnnelien De Dijn

Annelien De Dijn: ‘De moderne vrijheid is uitgevonden om een kleine elite te verdedigen’

Annelien De Dijn Beeld Hanne van der Woude
Annelien De DijnBeeld Hanne van der Woude

Tijdens de Maand van de Filosofie, met als thema: ‘De natuur was hier’, wandelt Trouw buiten. Vandaag loopt historica Annelien De Dijn (44) het vaste rondje door haar stadspark.

Annelien De Dijn werkte er tien jaar aan, diende aanvraag op aanvraag in, maar geen ­wetenschappelijk fonds stapte erin, vertelt ze aan het eind van een wandeling door het Amsterdamse Westerpark. Dus schreef ze in haar vrije tijd Vrijheid. Een woelige geschiedenis. Haar wraak is zoet: ze sleepte er de Amerikaanse Prose Award 2021 voor filosofie mee in de wacht.

Haar zoektocht naar vrijheid begon in The Land of the Free, waar De Dijn na haar promotie werkte, in San Francisco, een ­‘superrijke stad’. “Maar het wemelde er van de zwervers en ik vroeg me af: waarom doet de staat niets?” Het waren de jaren van Obama die de gezondheidszorg toegankelijk wilde maken met zijn Obamacare. Waarom vonden zoveel Amerikanen dat een aantasting van hun vrijheid? Wat had dat verzet überhaupt met vrijheid te maken? Om dat te begrijpen, dook De Dijn dook diep de historie in, ver voorbij haar specialisme, de achttiende eeuw. Ze begint in het oude Griekenland, 2500 jaar geleden.

In het stadspark waar ze vlakbij woont en geregeld hardloopt (‘iedereen steekt me voorbij, het is meer trááglopen’), staat een lange rij voor het stembureau. Het is de dag van de Kamerverkiezingen.

Wat zouden de oude Grieken hiervan ­gevonden hebben?

“Ze zouden verbaasd geweest zijn, verkiezingen hadden ze nauwelijks, ze stelden hun bestuurders aan via loting, dat vonden ze democratischer. Atheense burgers konden wel rechtstreeks hun stem uitbrengen over belangrijke beslissingen in de volksraad. Ze deden daarbij hun best om ook niet-eliteburgers in te schakelen en gaven er stembonussen voor, zodat ook Henk en ­Ingrid mee konden doen – of nee, alleen Henk. Want de Grieken sloten in hun democratie alle vrouwen uit, alle slaven, en vreemdelingen die soms al hun hele leven in Athene woonden. Zelfs Aristoteles had geen stemrecht, hij kwam uit een andere stad.”

Zoals u ook niet mag stemmen.

“Ik zou mijn Belgische burgerschap moeten opgeven, dat doe ik niet. Ik heb een belgitude – ik heb me nooit Vlaming gevoeld, hoewel ik dat wel ben. Ik heb me geschaamd voor de Vlamingen die in het tweetalige Leuven de Franstaligen eruit schopten, met de leus ‘Walen buiten’ (weg ermee, red.).”

Maakt stadslucht vrij?

“Ja, ik kom uit een dorp waar ze het raar vonden dat ik mijn haar had afgeschoren als tiener, ik pas beter in een stad, met haar anonimiteit. Maar ik kom hier ook bekenden op straat tegen, Amsterdam is een kosmopolitisch dorp. Heerlijk, al mis ik de rafeligheid van toen ik er kwam wonen, tien jaar geleden. Het is wat tuttiger, maar de straten zijn er schoner dan in Brussel en New York, waar ik gewoond heb. Die steden zijn minder aangeharkt, vrijer.”

Onderdaan de dijk liggen schooltuintjes, een kinderboerderij en daarachter een paar volkstuinparken. “Typisch Nederlands, om dat natuur te noemen”, zegt De Dijn bijna vertederd. “Al die huisjes met hekjes en de tuinen aangeharkt. Gezellig.”

De ondertitel van haar boek is Een woelige geschiedenis. Om vrijheid is altijd gestreden. Het Griekse concept sloeg aan, ook in de Romeinse tijd en het millennium dat daar weer op volgde. Zoals ook de strijd ertegen doorging. De Dijn volgt in haar boek daarbij steeds de wederwaardigheden van de vrijheidsmuts. Die droegen vrijgekochte of vrijgelaten Romeinse slaven bij hun emancipatieceremonie: het teken van de volwaardige burger. Het hoedje werd symbool van niet alleen de individuele vrijheid, maar ook van het inperken van de macht van een kleine elite.

Het kledingstuk overleefde de tijd. “Het dook op in de Renaissance en daarna in de Franse en Amerikaanse revoluties van de ­late achttiende eeuw, maar ook in Nederland, als symbool van vrijheid. Franse patriotten droegen het dagdagelijks.”

In de VS werd het hoedje inzet van controverse. “Men wist heel goed dat het symbool van origine verwees naar de bevrijding uit slavernij. De verdedigers van de slavernij keerden zich ertegen.” Ook in Europa verloor het hoedje aan populariteit. “Niet door de associatie met slavernij, maar doordat het werd geassocieerd met het democratische streven van de Franse revolutie.”

In de haven van New York representeert het Vrijheidsbeeld de omslag in het denken over vrijheid. De verandering traceert De Dijn bij de contrarevolutionairen van de achttiende eeuw. “Die wezen de vrijheid niet af, maar zochten een nieuwe definitie ervan.”

Zo bestond vrijheid er volgens de Nederlandse orangist Johan Meerman in dat je kon handelen naar je ‘onbeperktste welbehaagen’ – naar eigen voorkeur kleren, vrienden, hobby’s en partners kiezen en zeggen wat je wilt. Anderen namen vooral de overheid op de korrel: vrijheid was dat die zich niet met je bemoeide. De Dijn: “De Franse bedenker van het Vrijheidsbeeld, de liberaal Édouard de Laboulaye, was een grote fan van Amerika, omdat het land zo’n kleine overheid had.” Bij zijn beeld – voluit: ‘Vrijheid die de wereld verlicht’ – hoorde een nieuwe beeldtaal. Het koperen kunstwerk kreeg geen vrijheidsmuts, maar een zevenpuntige kroon, en een wetboek onder de arm. “Dat is het nieuwe ideaal: niet de ­democratische staat, maar een staat die het eigendomsrecht van geprivilegieerde minderheden veiligstelt.”

John Stuart Mill staat model voor het ­moderne denken over vrijheid, met zijn ‘doe wat je wilt zonder staatsbemoeienis’. De Dijn: “Zijn geestelijke voorouders moet je niet zoeken in de Reformatie. Luther had de mond vol over vrijheid, maar hij bedoelde: je bent pas vrij als je leeft volgens mijn interpretatie van de Bijbel. Dat was geen vrijheid van denken.”

Stuart Mills vrijheidsvariant is volgens De Dijn “niet uitgevonden om je van de knellende banden van het ancien régime te ontdoen, maar om een kleine elite te verdedigen tegen de pogingen van revolutionairen om te democratiseren. De contrarevolutionairen van de 19de eeuw waren anti­democraten.”

Mogen we hen vergelijken met Thierry ­Baudet, die de idealen van de Franse ­Revolutie – vrijheid, gelijkheid en ­broederschap – bestrijdt?

“Zou kunnen, al is zijn Forum voor Democratie officieel heel prodemocratisch. Maar zijn favoriete filosofen zijn conservatieven, zoals Edmund Burke, en radicaal-rechtse denkers. Pierre Drieu la Rochelle was uitgesproken antidemocratisch. Daardoor vermoed ik dat Baudets enthousiasme voor ­referenda vooral instrumenteel is, hij denkt dat die hem politiek voordeel opleveren.”

Een paadje leidt achter Sloterdijk langs, een oude dorpsoase die is opgeslokt door een kantorenwijk. Het contrast tussen oud en nieuw is even scherp als tussen de twee vrijheidsconcepten die De Dijn in de ­geschiedenis traceert. De twee – Isaiah ­Berlin noemde ze in 1958 ‘positieve’ en ­‘negatieve vrijheid’ – beschrijft ze afstandelijk, maar de ondertoon is er een van verontwaardiging.

Waarom is dat oude, democratische ideaal beter dan dat van de neoliberaal die een kleine overheid de grootste vrijheid vindt? Dat spreekt niet vanzelf.

“U hebt gelijk. Maar het oude vrijheidsbegrip is robuuster. Als je zegt dat alles wat de overheid doet, de vrijheid inperkt, dan geef je de voorstanders van een kleine staat een wapen in handen. Ik denk niet dat een kleine overheid het menselijk potentieel optimaal benut. De acties van individuen zijn niet in staat om de klimaatcrisis te keren. Je hebt dus een sterke staat nodig. Niet als een Chinese dictator, maar als een slagvaardige staat die onder onze collectieve controle staat. Zo bewaar je je vrijheid én heb je een slagvaardige overheid.”

U klinkt fel.

“Ik heb daar best felle gevoelens over. Ik ben een kind van de jaren tachtig. Als twintiger was ik helemaal mee met het neoliberale idee. Mijn bekering kwam in de Verenigde Staten, een van de rijkste plekken van de wereld, maar je struikelt er over de daklozen. Waarom heeft de overheid het bijltje erbij neergegooid, waarom geeft ze hun geen minimale zorg?”

De verklaring zoekt De Dijn in de recente geschiedenis. “De misvatting is dat de VS altijd zo geweest zijn. Dat is een mythe. Tot de jaren zestig, zeventig hadden ze een heel progressief belastingstelsel. De afbraak van hun staat is een nieuw verschijnsel, al roepen de Republikeinen om een small government alsof het nooit anders is geweest. Doordat ze een vrijheid omarmen waarin democratie geen doel is, konden ze verkiezingen winnen met een minderheid van stemmen, en beweren dat dat volledig legitiem is.”

Nog even breekt de zon door, het wordt druk in het Westerpark. Stapvoets passeert er een FvD-campagneauto met ‘Stem Nederland terug’ erop. Baudet probeert de verloren kiezersgunst te winnen door de coronamaatregelen aan te vechten. Het opheffen van de lockdown zal de vrijheid terugbrengen, met het mondkapje als symbool voor de inbreuk ervan. Dat weten kiezers te waarderen, zal een paar uur later blijken.

Het is die typisch moderne vrijheidsinterpretatie waarvan De Dijn de stamboom beschrijft. Ze komt er nog even op terug. “Toen ik aan dit project begon, dacht ik: zou er niet eens iemand een lange geschiedenis van de vrijheid moeten schrijven? Zo stapte ik erin, neutraal dus, ik wilde geen punt ­maken. Maar toen ik de teksten uit de 19de eeuw ging lezen, begon ik me kwaad te ­maken. De vrijheid is gekaapt.”

Dit rondje, zegt ze als we terug bij af zijn, “maak ik als ik na wil denken.” Ze kijkt op haar horloge dat een stappenteller blijkt te zijn. “Net gekocht. Vandaag goed gescoord. Ik probeer het om de andere dag te doen.”

Lees ook:

Over de auteur van Vrijheid. Een woelige geschiedenis schreef De Volkskrant dat ‘wij in Nederland blij mogen zijn met deze nieuwe ster aan het historische firmament’. Ook Trouw prees haar boek. Met haar toegankelijke stijl gidst Annelien De Dijn ons erudiet door een lange historie, met de strakke regie van iemand die weet hoe je een plot ontwikkelt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden