Column

Als onze verhouding tot dieren een ‘wij versus zij’-verhouding is, wil ik daar niet bij horen

Eva Meijer. Beeld Werry Crone

Er is op een gegeven moment geen lol meer aan om door het landschap te rijden. Lammetjes zijn geen vrolijke lentebrengers, maar wollige wezens die gedoemd zijn geslacht te worden.

Koeien in de wei missen de kalveren die ze moeten krijgen om melk te kunnen geven, en die kalveren staan ondertussen dagen in een vrachtwagen naar het land waar ze zullen worden geslacht. Geel uitgeslagen weilanden staan symbool voor het uitsterven van insecten en daaropvolgend de vogels. Er is geen woord voor de leegte die omgehakte bomen achterlaten. En dan die jachthutten overal, en die veewagens.

Wacht even, ik begin opnieuw.

Ik zit in de trein naar Barcelona. Wist u dat je daar vanaf Amsterdam Centraal in minder dan twaalf uur bent? Tussen Rotterdam en Brussel lees ik Susan Sontags ‘Regarding the pain of others’, een essay over oorlogsfotografie. Het begint met Virginia Woolfs oorlogsessay ‘Three Guineas’. Daarin vraagt een welgestelde heer Woolf wat wij kunnen doen om oorlog te voorkomen. Pas op, zegt Woolf, er is in deze vraag helemaal geen sprake van een ‘wij’ – mannen zijn degenen die oorlog voeren en daar plezier aan beleven.

Rode draad

De kwestie van wij versus zij is een rode draad in Sontags essay. Geen wij kan voor lief worden genomen wanneer je het leed van anderen beschouwt, schrijft ze. Voor Woolf laten oorlogsfoto’s zien dat wij, wij mensen, wel degelijk mee kunnen leven met anderen, mits we onze empathie en voorstellingsvermogen inschakelen. Maar Sontag ziet een onoverbrugbare tegenstelling tussen de wij, die met een ontbijtje erbij oorlogsfoto’s in de krant bekijken, en de zij die het onderwerp van die foto’s zijn (geweld en foto’s hebben gemeen dat ze van subjecten objecten maken).

De Australische filosoof Dinesh Wadiwel schrijft dat relaties tussen mensen en andere dieren het best te begrijpen zijn als oorlog. Normale ideeën over rechtvaardigheid gelden niet, het geweld is buitenproportioneel. De Canadese fotograaf Jo-Anne McArthur beschrijft zichzelf als oorlogsverslaggever. Zij fotografeert overal ter wereld dieren, om hun lijden zichtbaar te maken en sociale verandering teweeg te brengen.

Langdurig onderzoek ontbreekt, maar het schijnt dat schokkende beelden die undercoveractivisten in slachthuizen en stallen maken, op lange termijn niet effectief zijn in het veranderen van menselijke consumptiegewoontes. (Evengoed zijn ze democratisch noodzakelijk: burgers hebben recht te weten wat er met de dieren gebeurt en politici hebben de plicht om er verantwoordelijkheid voor te nemen.) 

Niet statisch

Ze zijn niet effectief, denkt filosoof Wadiwel, omdat het wij-zij onderscheid tussen mensen en andere dieren fundamenteel is voor ons kennissysteem – onze cultuur, wetenschap, alles berust erop. Het probleem is dus groter dan we denken, maar tegelijk schuilt hier hoop: culturen en kennissystemen veranderen.

De wij kunnen zich niet in de zij verplaatsen, zegt Sontag. Maar wie ‘wij’ zijn is niet noodzakelijk of statisch. Ik wil zelf in elk geval niet horen bij een wij, dat de andere dieren uitsluit.

Ondertussen zit ik nog steeds in de trein. Aan een bosrand zie ik in een flits een reekalf, half verscholen in het hoge gras. Voor dat dier moet alles nog beginnen.

Lees ook: 

Helpt het als we dieren in nood in beeld brengen?

Waarover debatteren filosofen als ze onder elkaar zijn? Trouw doet maandelijks verslag van een discussie. In deze aflevering: dierethici in Wageningen. Moet je carnivoren beelden van de slacht opdringen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden