ReportageSchijndel

Als corona het klooster treft: het verdriet van de Zusters van Liefde

Beeld Merlin Daleman

De Zusters van Liefde in Schijndel verloren in een maand tijd tien zusters, van wie negen aan corona. Dat verlies heeft een enorme impact op de kloostergemeenschap. ‘Het voelt nog altijd onwerkelijk.’

Helemaal precies weet ze het niet meer, maar ze denkt dat het op woensdag 11 maart was. Toen ging om zeven uur ’s ochtends de telefoon van zuster Agnes, de algemeen overste van de Zusters van Schijndel. Nederland telde op dat moment 382 coronapatiënten, we schudden al geen handen meer, maar het land was nog niet in lockdown en er waren hier slechts een paar mensen aan het virus overleden. De inhoud van het telefoontje weet zuster Agnes nog goed. Het was het afdelingshoofd van het verpleeghuis in Schijndel waar zestien van haar medezusters verbleven. “Er waren zusters ziek. ‘Het is corona’, zei het afdelingshoofd. Ze zei erbij dat de beslissing was genomen om het verpleeghuis van de buitenwereld af te sluiten. We konden er dus niet heen.”

Normaal had zuster Agnes haar jas aangedaan en was ze meteen naar het verpleeghuis gereden. “Dat ik dat niet kon, was voor mij heel pijnlijk en ingrijpend. Nabij zijn in de laatste levensfase van een zuster die heel haar bestaan in dienst heeft gesteld van de congregatie, is zo belangrijk. Niet alleen vanuit mijn functie, maar ook voor mezelf.”

We praten met zuster Agnes (80) op haar kamer in het moederhuis van de congregatie. Ook zuster Miranda (82) is bij het gesprek. Ze was lang bestuurslid van de congregatie en kent haar medezusters goed. Ook zij weet niet hoe het virus het verpleeghuis en later ook het klooster (het moederhuis waar het overgrote deel van de zusters woont) is binnengekomen. “Misschien via het personeel, het heeft achteraf gezien weinig zin om het je af te vragen.” Zuster Agnes: “Wat God hier mee te maken heeft, kan ik niet zeggen. En waarom wij zo zwaar getroffen zijn, weet ik niet goed.” De hoge leeftijd van de zusters zal meegespeeld hebben en ook dat vele van hen  een zwakke gezondheid hadden. Uiteindelijk werden er verschillende zusters ernstig ziek.

Op 20 maart, als Nederland inmiddels 76 coronadoden telt, krijgt zuster Agnes het telefoontje dat ze vreesde. De 89-jarige zuster Annita is als eerste van de gemeenschap aan het virus bezweken. “Ik weet nog goed dat ik helemaal stilviel. Een beetje bidden, dat was alles wat ik kon doen.” Zuster Annita stond bekend als een heel creatieve zuster. Lang werkte ze als kleuterleidster in Eindhoven. Zowel de kinderen als hun ouders hielden van haar. Toen ze begon te dementeren verhuisde ze naar het ver­pleeghuis en daar is ze ook gestorven. Zuster Agnes: “Ze heeft niet eens de ziekenzalving kunnen ontvangen”.

Normaal ligt een overleden zuster nog een paar dagen opgebaard op bed in haar eigen kamer. Dan kunnen de medezusters in alle rust afscheid van haar nemen. Op de dag van de begrafenis wordt de overledene dan overgebracht naar de kapel van het moederhuis. Daar is ook de uitvaartdienst. Vanuit het klooster begeleiden de zusters hun overleden medezuster naar de begraafplaats die achter het verpleeghuis ligt waar ze stierf. Zoals familie een dode vanuit het ouderlijk huis naar het graf begeleidt.

Dat kon niet bij zuster Annita. Ze werd na haar overlijden overgebracht naar het uitvaartcentrum. Daar bleef ze een aantal dagen tot ze samen met haar medezuster Pancratia, die inmiddels ook was overleden, in kleine kring werd begraven.

Zuster Miranda en zuster Agnes bezoeken de graven op het kloosterkerkhof. Beeld Merlin Daleman

Het bleef niet bij deze twee zusters. In totaal overleden binnen een maand tijd tien leden van de Congregatie van de Zusters van Liefde in Schijndel, van wie negen aan corona. Zuster Agnes: “In totaal hebben we dit jaar al zeventien zusters verloren. Dat is onwerkelijk. Het waren allemaal zusters die ik al jaren kende.” Ook veel andere kloosters in ons land werden zwaar getroffen door het virus. Tientallen paters, broeders en zusters zijn eraan overleden, in het bisdom ’s Hertogenbosch alleen al zestig. “Het speelde eerst in China en later in Italië”, vertelt zuster Miranda. “Toen kwam het steeds dichterbij en opeens zaten we er middenin. En nog steeds eigenlijk.” Zowel zuster Miranda als zuster Agnes zijn bijna hun hele leven al bij de Zusters van Liefde. Zuster Agnes trad in 1960 in, nadat ze de kweekschool had afgemaakt. Zeven jaar later deed ze samen met nog drie anderen haar eeuwige geloften.

“Het leven dat de zusters hadden die ik op de kweekschool tegenkwam, sprak mij wel aan. Wij zaten altijd met de zusters tijdens de gebedsvieringen in de kapel. Dat had iets. Ik kan het niet onder woorden brengen. Dat noemen ze denk ik roeping.” Ze laat een zwart-witfoto zien uit 1967 van vier jonge meisjes in een zwart habijt. “Ik ben de tweede van links.” Een jaar later legden de zusters na het ‘vernieuwingskapittel’ dat habijt af en gingen voortaan ‘in burger’ door het leven. Zuster Agnes gaf jarenlang biologie en was brugklascoördinator, tot ze in 1994 deel ging uitmaken van het bestuur van de congregatie en later algemeen overste werd.

In het bestuur kwam ze zuster Miranda tegen. Ook zij was lang onderwijzeres en werkte zeven jaar in Zambia, waar de congregatie een missie had. “Een geweldige tijd”, zegt zuster Miranda, die de congregatie in de loop der jaren zag veranderen. In 1973 trad de laatste zuster in en langzaam maar zeker vergrijsden de Zusters van Liefde. Op de scholen en in de ziekenhuizen maakten de zusters plaats voor onderwijzeressen en verpleegsters die niet tot een orde of congregatie behoorden. Van een werkgemeenschap werden de Zusters van Liefde een leefgemeenschap. Dat was wennen. “Nu zijn we mantelzorgers voor elkaar”, vertelt zuster Miranda. “Ik rijd zusters naar het ziekenhuis of naar de tandarts. Als je anderen gelukkig maakt, word je dat zelf ook. Ik voel me nog altijd heel goed bij die houding. Ik vond het ook verschrikkelijk moeilijk dat ik in de coronatijd niets voor mijn zieke medezusters kon doen.”

Dieptepunt voor zuster Miranda was de Goede Week, die vooraf gaat aan Pasen en die dit jaar begin april viel. “Dat was een ramp. Toen verloren we in korte tijd drie zusters. Eigenlijk vier als je Eerste Paasdag meerekent. Op Palmzondag overleed zuster Theofrida. Daar ben ik zo van geschrokken. “Waar is Theo­frida?”, vroeg iemand bij de lunch. Niemand had een idee. Toen is de verpleging naar boven gegaan en die vonden haar op haar kamer. Dood. Twee dagen later volgde Zuster Marie Ignatia, die was 98 en al langer ziek. Dat zagen we wel aankomen. Op Paaszaterdag overleed zuster Marie Antoinette, ook vrij onverwacht. En op Eerste Paasdag stierf dan nog Zuster Theresia. Vooral zuster Theofrida kende ik goed. We zijn een aantal keren samen op vakantie geweest en hebben lange fietstochten gemaakt. Ze was 93 en is de enige die niet aan corona is overleden. De anderen wel.”

Naast het feit dat er zusters door overleden, had het coronavirus ook op een andere manier grote invloed op het leven binnen de gemeenschap. Op 15 maart ging het klooster ‘op slot’. De dagelijkse gebedsdienst in de kapel werd meteen geschrapt. “Opeens zaten we allemaal alleen op onze kamer, terwijl dat virus in de gangen van ons klooster rondwaarde”, vertelt zuster Agnes. “Eten deden we in twee groepen op 1,5 meter afstand. Wij eten ’s middags warm. Het ontbijt en het avondeten moest je zelf regelen. We legden brood en beleg klaar en dat namen de zusters mee naar hun kamer waar ze het opaten. Dat is heel vreemd voor ons, want wij gebruiken alle maaltijden samen. We communiceerden per telefoon.”

Zuster Miranda: “Het was niet toegestaan om bij andere zusters binnen te lopen. Terwijl dat zo normaal voor ons is.” Zuster Agnes: “Het was een geïsoleerd leven”. Zuster Miranda: “Ik dacht: we worden op onze oude dag nog slotzusters”.

Als een zuster was overleden werd dat gemeld op een bord dat in de refter hing. Zo was iedereen snel op de hoogte. Omdat het overgrote deel van de zusters niet bij de begrafenissen van hun medezusters kon zijn, is er nu een dvd uitgegeven met daarop beelden van het afscheid van alle tien op het kloosterkerkhof. Zoals dat van zuster Theofrida en zuster Marie Ignatia die op 11 april samen begraven werden. Op de beelden zie je de rouwstoet in de stralende zon aan komen rijden bij de begraafplaats. Voorop twee zilverkleurige lijkwagens met daarin de overleden zusters.

Beeld Merlin Daleman

Eenmaal aangekomen op de begraafplaats tillen de medewerkers van de begrafenisondernemer, die zwarte plastic handschoentjes dragen, met veel aandacht de kisten uit de auto en rijden die naar de graven. Het gezelschap is klein: het bestuur van de congregatie, de pastor en de medewerkers van de begrafenisonderneming. Bij de graven worden de namen van de twee zusters genoemd, ze worden kort herdacht en bedankt voor wat ze in hun leven gedaan hebben. Er wordt een kaarsje voor hen aangestoken, er wordt gebeden en gezongen: ‘Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf’. Af en toe is het stil en dan hoor je alleen maar de vogeltjes. “Sommige zusters hebben de dvd wel een paar keer bekeken”, vertelt zuster Agnes. “Zo waren ze er toch nog een beetje bij.”

Op 18 april overleed de laatste zuster aan corona en inmiddels zijn de zusters die nog ziek waren, opgeknapt. Maar ze zijn nog niet de oude, volgens zuster Miranda. De versoepelingen van de coronamaatregelen  zijn ook in het klooster van de zusters te merken. Er mag weer bezoek komen en er zijn weer zondagse vieringen, maar met de nodige voorzichtigheid. De stoelen van de zusters staan keurig 1,5 meter van elkaar en er wordt niet gezongen. Bij een van die vieringen ging laatst bisschop De Korte van ’s Hertogenbosch voor. Er wordt nog steeds in twee groepen gegeten en het gezamenlijke avondgebed is nog niet in ere hersteld. Wel is zuster Agnes voor het eerst weer bij haar medezusters in het verpleeghuis geweest. “Dat was heel vreemd, ik was er zo lang niet geweest. Je mist die zes zusters die zijn weggevallen, maar de overgebleven zusters waren heel blij mij weer te zien en ik hen.”

Misschien dat nu pas de impact van het verlies in zo’n korte tijd van tien medezusters zich laat voelen. Zuster Miranda: “Mijn geloof heeft me de afgelopen tijd overeind gehouden. Ik denk dat we als zusters, ieder voor zich, toch meer gebeden hebben. We leven in de kracht van geloof.” Voor zuster Agnes is de hele situatie nog altijd onwerkelijk. “De afgelopen maanden hebben toch iets met mij gedaan. Ook met mijn geloof.”

Onzekerheid is er niet over de toekomst van de Congregatie van de Zusters van Liefde uit Schijndel. Als over vijftien à twintig jaar de laatste zuster overlijdt, houdt het op voor de congregatie. “Ik denk altijd aan een Engels liedje: ‘Old soldiers never die. They just fade away’. Ik heb er vrede mee”, zegt zuster Miranda. “We hebben goede jaren gehad en goede dingen gedaan. Er is geen paniek. We hoeven niet eeuwig te blijven. Alles heeft zijn tijd.”

Als ze uitverteld zijn, gaan zuster Agnes en Miranda samen naar het kloosterkerkhof. Het regent licht. Ze lopen naar de tien graven van de onlangs overleden zusters die keurig op een rijtje liggen. Er liggen verse bloemen bij. Samen gaan ze de namen af. Zuster Angelina, voorlopig de laatste die hier begraven is, kennen de zusters nog van de kweekschool. Daar was zij hun lerares. Met zuster Theresia heeft zuster Miranda in Zambia gewerkt en zuster Marie Antoinette was zo blij dat ze uiteindelijk geen pacemaker hoefde. Een paar weken later overleed ze aan corona. “Het waren mooie, goede vrouwen om dankbaar voor te zijn”, zegt zuster Agnes.” Als ik naar het leven van deze zusters kijk , denk ik dat het vanzelfsprekend is dat ze nu in de hemel zijn.”

‘Zusters van Liefde’ werkten in onderwijs en zorg

Ooit telde de Zusters van Liefde uit Schijndel ruim 1100 leden en was het een van de grootste zustercongregaties van ons land. In 1836 begon pastoor Antonius van Erp in Schijndel een ‘huis van liefdadigheid’. Hier groeide de congregatie uit die zich liet inspireren door de spiritualiteit van de Franse heilige Vincentius a Paolo: liefde en gerechtigheid brengen te midden van de armen. De zusters werkten in het onderwijs, in de zieken- en bejaardenzorg. Vanuit Schijndel werden 47 kloosters in Nederland gesticht en de congregatie was ook actief in de missie. Nu telt de congregatie nog 87 leden. Ze wonen in het moederhuis dat in Schijndel staat en in een verpleeghuis niet ver daar vandaan. De Indonesische afdeling werd in 1990 een zelfstandige congregatie en telt veel jonge zusters.

Lees ook: 
Nederlandse kloosters zwaar getroffen door corona

Tientallen rooms-katholieke zusters en broeders zijn inmiddels aan het coronavirus bezweken. Daarnaast ondervinden veel kloosters ook grote financiële gevolgen van de crisis. 

Kamperen bij de broeders in de kloostertuin

Bij de franciscanen in Megen hebben ze normaal gezien altijd wel een paar gasten over de vloer. Tot het klooster vanwege corona plots dicht moest. Maar voor de zomermaand augustus hebben de broeders nu een oplossing gevonden: jongeren kunnen een paar dagen komen kamperen in de kloostertuin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden