Reportage Gebedsoproep

‘Allahu akbar’ klinkt het boven Almelo al tientallen jaren

In de Yunus Emre-moskee in Almelo doet de imam voor hou hij normaal tot gebed oproept. Beeld Herman Engbers

Vanaf de moskee de gebedsoproep laten klinken: in Amsterdam is het voornemen om ermee te beginnen omstreden, elders klinkt de oproep soms al sinds de jaren zeventig of tachtig. Zoals in Almelo. ‘Het doet me aan vakantie denken.’

Geflankeerd door twee bestuursleden zit imam Fatih Centeli – rode pullover, geruite pantalon – in het propvolle kantoortje van de Yunus Emre-moskee in Almelo. In de volksmond de Witte Moskee, vanwege de gepleisterde muren. Dit gebedshuis, dat dezer dagen zijn 45-jarige bestaan viert, is een van de weinige moskeeën in het land waar dagelijks de gebedsoproep klinkt, ’s middags tussen een en twee. 

Al is de gebedsoproep verankerd in de Grondwet, het gros van de Nederlandse moskeeën ziet ervan af om hem te laten horen. Vaak uit vrees om de buren te ergeren. Hier in Almelo doen ze de gebedsoproep al sinds 1986, zegt bestuursvoorzitter Sengün Türkeri. “En misschien zelfs al wel eerder. In elk geval doen we het al tientallen jaren zo.”

Het oproepen tot het gebed behoort hier tot de taken van de imam. Over ongeveer een kwartier zal hij zijn plaats innemen bij de geluidsinstallatie en demonstreren hoe dat gaat. Hij werpt nog een blik op de klok aan de muur, die daar is opgehangen tussen een ingelijste afbeelding van de Kaäba en een deurmat met opdruk van de Turkse vlag.

“Van zichzelf is de oproep al ontroerend mooi”, zegt de imam in het Turks. De bestuursleden vertalen, waarbij ze lange halen aan de o’s maken, zoals het in goed Twents klinkt. “Maar dat we hem hier kunnen laten horen, in een land waar we als minderheid zijn, dat geeft het nog iets extra’s. Een heel ­positief gevoel over het land. Het geeft aan hoe vrij het is.”

‘Kerkklokken zijn voor mij ook heel gewoon’

De imam werkt hier nu drie jaar, en zegt weinig of niets gemerkt te hebben van gevoeligheden rondom de gebedsoproep. Het gebedshuis, dat op een steenworp verwijderd is van een vrijgemaakt-gereformeerde kerk en een Koninkrijkszaal van de Jehovah’s Getuigen, is onderdeel van de moskeekoepel Diyanet. Hun imams worden uitgezonden vanuit Turkije en de Turkse overheid voorziet in het salaris.

Hij komt uit Antakya, vertelt de imam. “Wist je dat dat een belangrijke plaats is uit de begintijd van het christendom? Kerkklokken zijn voor mij ook heel gewoon – waar ik vandaan kom, hebben we wel honderd kerken en kennen we een eeuwenoude geschiedenis van vreedzaam samenleven. De moskee, de kerk en de synagoge staan daar vlak naast elkaar.”

Op deze doordeweekse dag hangen in en om de moskee tientallen oudere mannen rond. Naar de moskee komen is niet verplicht, zegt de imam. “Je kunt het gebed ook thuis doen, maar je krijgt meer zegeningen als je komt. Het zijn vooral de oudere mensen die komen opdagen: voor hen is de moskee ook veel meer dan een gebedshuis. Er zijn er heel wat die de taal niet goed kennen en zij komen naar mij als ze een maatschappelijk probleem hebben. Bijvoorbeeld als ze een brief krijgen van de dokter of de apotheek, of als er een formulier voor de Belastingdienst moet worden ingevuld.”

Een moskeebezoeker van de Yunus Emre-moskee in Almelo die dacht dat de imam niet aanwezig was, roept op tot gebed. Beeld Herman Engbers

De imam is nog halverwege een zin als plots door het openstaande venster het zangerige geluid van de gebedsoproep klinkt. De drie mannen kijken elkaar aan. “Ai”, klinkt het, en er volgt een haastig geschuif met stoelen. De gebedstijd is al ingegaan. In de moskeezaal dacht men dat de imam er niet was. Een van de oudere mannen is voor hem ingesprongen, staand in het speciaal voor de gebedsoproep gemetselde hoekje van de moskeezaal, met zijn mond aan de microfoon. Hij haalt net nog eens diep adem voor een nieuwe frase.

De mannen zoeken een plaatsje, kriskras over de vloerbedekking 

In een mum van tijd is de imam in zijn witte gewaad gegleden en heeft hij ergens zijn hoofddeksel vandaan gegrist. Hij staat alweer voorin, klaar om het gebed te leiden. De mannen zoeken een plaatsje, niet keurig voorin op een rij, maar kriskras over de vloerbedekking heen.

Een paar mannen blijven in de gang staan, maar staan al wel te bidden. “Waarom dat is?” fluistert bestuurslid Mehmet Soylu (46). Hij geeft al jaren rondleidingen in de moskee en schiet meteen in zijn rol. “Er staat geschreven dat zelfs de grond aan God zal getuigen van de gebeden die je hebt verricht. Door daar te gaan staan, zal dat stukje grond dat straks dus ook doen.”

Voor Soylu, die op driejarige leeftijd naar Nederland kwam, is de gebedsoproep iets wat hij mist uit Turkije. “Vooral die met een mooie stem, als het precíes goed op toon is – dan is het zo mooi. Er zijn verhalen bekend van toeristen die in één keer begonnen te huilen toen ze dat hoorden, terwijl ze niet eens wisten wat er werd gezegd.”

Na afloop van het gebed doet de imam – een hand in een kommetje om zijn oor – nog eens rustig voor hoe de gebedsoproep klinkt. Het was onderdeel van zijn opleiding tot imam in Turkije, zegt hij. Hoe geliefd zijn stem is? “Je stem is een gunst die God je geeft. Kijk, een voorbeeldje: iedereen zou wel Messi willen zijn, maar niet iedereen is dat gegeven.”

De PVV-fractie in de Provinciale Staten van Overijssel drong aan op een verbod

Bestuursvoorzitter Sengün Türkeri zegt haast glimmend van trots dat er sinds 1986 nooit klachten zijn binnengekomen over de gebedsoproep. “Iedereen vindt het hier inmiddels gewoon.”

‘Iedereen’ – dat is optimistisch uitgedrukt. Toen een paar kilometer verderop in Enschede lange discussies werden gevoerd met tegenstanders van de gebedsoproep, drong de PVV-fractie in de Provinciale Staten van Overijssel aan op een verbod in de hele provincie. En de tweekoppige Almelose PVV-fractie pleitte ervoor om bij de nieuwbouwplannen van de Yunus Emre-moskee een proef uit te voeren met de gebedsoproep, waarbij mensen op straat konden luisteren naar het volume, zoals ook in Enschede is gedaan. Maar het gemeentebestuur vond dat niet nodig. Wel heeft de ­gemeente Almelo vorig jaar april onderzoek gedaan naar het geluidsniveau van de gebedsoproep. Bij de dichtstbijzijnde woningen is het volume ongeveer zestig decibel. Vergelijkbaar met het geluid van weg- en treinverkeer. In het bestemmingsplan zijn deze geluidswaarden opgenomen.

Op straat in de buurt van de moskee is niemand te vinden die zijn mening over de gebedsoproep wil geven. Wel bij een van de buren, die vanuit de tuin uitkijken op de witte minaret van de moskee. Daar zitten ze net aan een boterham. Martin van der Wulp (46) en zijn gezin wonen hier nu dertien jaar. “Mensen vragen áltijd, als ze horen dat wij hier wonen: heb je dan geen last van de moskee?” Het antwoord is nee, zegt Van der Wulp. “Ik vind het juist wel leuk. Ik ben een paar keer naar Turkije op vakantie geweest, daar doet het me aan denken. Het enige wat we ooit een beetje lastig vonden, was toen onze kinderen net ­geboren waren, en ze net sliepen als de oproep klonk.”

Ze zingen ook weleens mee, vertelt de buurman. Hij doet het voor – zo van ‘ajajajaaa’ – maar onderbreekt zichzelf snel. “Misschien is dit een beetje oneerbiedig, maar het is wel een ding in de buurt: ik zie schoolkinderen die hier langsfietsen als de gebedsoproep klinkt dat ook weleens doen. Grappig vind ik dat.”

‘Nou, vind je dit dreigend? Nee toch?’

Het is tegen half twee. Van der Wulp draait de muziek zachter, zodat hij de gebedsoproep straks goed kan horen. Twee minuten lang luistert hij aandachtig naar de verheven klanken. Als het weer stil is: “Nou, vind je dit dreigend? Nee toch? Dat hoor je vaak, hè, dat mensen dat zeggen. Dat is het onbekende, denk ik. Verdiep je dan eens, zou ik zeggen. En wij zijn eraan gewend, net als met de trein of met de kerk.”

Hoewel, kerk? Hij gebaart naar de vrijgemaakt-gereformeerde kerk, die twintig meter verderop staat. “Dáár hebben we soms wel last van, als ze psalmen zingen. Dat doen ze heel hard, en dat gaat ook heel lang door.” Hij schraapt zijn keel en doet ook dit geluid even voor: “Héééér”. Ze zijn al eens langs geweest om er iets van te zeggen. “Wat ook meespeelt: dat is op zondagochtend, als je net rust denkt te hebben. Maar goed, het is alleen op de mooie dagen, als we de tuindeuren open hebben, dus zo’n probleem is het ook weer niet.”

Gebed in de Yunus Emre-moskee in Almelo. Beeld Herman Engbers

Hij haalt zijn schouders op. “Leven en laten leven, zou ik zeggen.” Bij de gebedsoproep scheelt het dat het maar een paar minuten duurt. En eenmaal per dag is. “Ja, het zou toch wat anders zijn als dit drie keer per dag was.”

In het kantoortje van de moskee toont de imam zich niet zo onder de indruk van tegenstanders van de gebedsoproep, zoals de lokale PVV-fractie. Wat hij vindt van de veelgehoorde argumenten dat het hier ‘niet thuishoort’, of dat ‘religie niet op straat hoort’? “Onder elke bevolking heb je mensen die intolerant zijn. En let wel: het is maar een kleine groep in ­Nederland die er zo over denkt.”

De imam zit er wel mee dat mensen zijn ­geloof, en daarmee ook zijn geliefde gebedsoproep, associëren met geweld. “Zij kennen de frase Allahu Akhbar, God is de grootste, alleen van Al-Qaida en IS. Terwijl het voor miljarden moslims, die ook tegen die terroristische groepen zijn, iets heel anders betekent.”

De bestuursvoorzitter valt hem bij: “Ik heb het laatst uitgerekend en het percentage van de moslims dat zo denkt als IS is maar iets van nul komma nul nul nul nul nul enzovoorts. Die mensen zitten er helemaal naast. De islam staat juist voor gelijkheid.”

Bij het woord gelijkheid begint de imam aan een bevlogen verhaal over de eerste gebedsoproeper uit de islamitische geschiedenis. “Dat was Bilal, een gekleurde man en voormalige slaaf, die van de Profeet de taak kreeg om dat te gaan doen, vanwege zijn mooie stem.” Op de vraag of er ook vrouwelijke gebedsoproepers zijn, volgt eerst een uiteenzetting over het feit dat vrouwen bij Diyanet – en in het overgrote merendeel van de moskeeën – niet als imam het gebed kunnen leiden. Tenminste, niet het gebed voor mannen.

‘De vrouw is nu eenmaal sterker dan de man’

“Onderling kunnen vrouwen wel imams zijn van elkaar. De Profeet heeft gezegd: bij het gezamenlijk gebed horen vrouwen achter of boven te zitten. Bij het gebed moeten we namelijk knielen. Mannen zouden andere gedachtes krijgen als een vrouw daarbij voor hen zou zitten. En de vrouw is nu eenmaal sterker dan de man.”

Dat is nog geen antwoord op de vraag of een vrouw de gebedsoproep zou kunnen doen. Buigen is daarvoor niet nodig, en bovendien staat de geluidsinstallatie hier achterin de moskee. “Zo uit mijn hoofd zou ik niet kunnen zeggen wat de reden daarvoor is. Dan zou ik de geschriften er nog eens bij moeten pakken”, zegt de imam. “Het is ook gewoonte, traditie, dat de man dit doet.”

Tegenstanders van de gebedsoproep wijzen er vaak op dat er ook apps bestaan die de ge­lovigen kunnen waarschuwen dat het tijd is om te bidden. De imam schudt het hoofd. Hij pakt een boek met goudkleurige versieringen van de plank, slaat het open, snuift de papiergeur op en kijkt verheerlijkt. “Kijk, dit boek kan ik ook lezen via de app. Toch pak ik liever gewoon het boek. Van sommige dingen gaat de ziel verloren als je het digitaliseert.”

Begin van deze eeuw is in Turkije geprobeerd de gebedsoproeper te vervangen met een opnamebandje, vertelt de imam. “Dat was geen succes. Er kwamen klachten: dat het gevoel was verdwenen. Logisch, vind ik, een computer of robot kan je nooit hetzelfde gevoel geven als een mens. Technologie vermag veel, maar sommige dingen zijn onvervangbaar.”

Lees ook:
‘De gebedsoproep van de moskee moet normaal worden’

Enkele buurtbewoners kwamen in de Blauwe Moskee luisteren naar de gebedsoproep, die over drie weken ook buiten op straat te horen zal zijn

Geen gebedsoproep, want de moskee denkt aan de buren

Het gros van de Nederlandse moskeeën ziet er vanaf om de gebedsoproep te laten horen, ook al staat de Grondwet dat toe. Maar de wens de buren niet te ergeren weegt zwaarder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden