InterviewAlister McGrath

Alister McGrath: ‘Theologie is een dieper begrip krijgen van dat wat er al is’

Alister McGrath Beeld Foto: KokBoekencentrum Uitgevers
Alister McGrathBeeld Foto: KokBoekencentrum Uitgevers

Alister McGrath was atheïst, bekeerde zich tot het christendom en werd een van de belangrijkste publieke theologen van de afgelopen decennia, die zich vooral bezighield met de verhouding geloof en wetenschap. Woensdag verschijnt zijn nieuwste boek.

Alister McGrath (Belfast, 1953) mag zichzelf ­anglicaans priester noemen, maar ook doctor in de biofysica en professor in de theologie – beide in Oxford. Wat hij vooral is, is een publieke intellectueel die zich decennialang heeft beziggehouden met de verhouding tussen geloof en wetenschap.

Er staan tientallen boeken op zijn naam en aan die imposante lijst wordt deze week een Nederlandse vertaling toegevoegd: Het raadsel van God. Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel. Het is de persoonlijke memoir van een briljante scheikundestudent die zijn salonfähige atheïsme (met een vleugje marxisme) in de jaren zestig achterliet. Hij bekeerde zich tot het christendom, voelde de theologiestudie lonken, en voor hij het wist, was hij een van de prominentste verdedigers van het christelijk geloof van de afgelopen halve eeuw.

En nu beschrijft u die hele reis in chronologische volgorde aan het grote publiek.

“Als schrijver krijg ik veel brieven en e-mails van mijn lezers. Die zeggen dan: ‘We weten dat u bekeerd bent, en dat u vroeger atheïst was. Kunt u niet eens uitleggen hoe dat is gegaan?’ In plaats van iedere keer dezelfde mail terug te sturen aan al die individuen, kon ik er beter gewoon een boek van maken. Het is een boek over mijn eigen intellectuele worstelingen. Ik hoop dat mensen ergens aan het begin van het boek denken: hé, die jongeman die McGrath beschrijft, daar herken ik mezelf in! Waar zou hij naartoe zijn gegaan vanaf dit punt? Wat heeft hem toen geholpen, en kan dat mij ook helpen?”

Ik las dat dit misschien wel uw ­laatste boek is. Dat vind ik moeilijk te geloven.

“Nee, ik ben academicus, ik zal waarschijnlijk nog wel meer boeken schrijven. Ik móet wel boeken schrijven, maar dit is waarschijnlijk mijn laatste boek voor het algemene publiek. De laatste jaren heb ik ontdekt dat het voor niet-wetenschappelijke doeleinden beter werkt om deel te nemen aan conferenties, of filmpjes op te nemen. Dat werkt beter dan een boek. Wat ik nog wel zal blijven doen, is het updaten van mijn bestaande werk. Elk jaar een boek ­herzien, dat is mijn afspraak met de uitgever.”

Verandert er zo veel in de theo­logische wereld, dat dat nodig is?

“Je moet je altijd twee dingen afvragen. Ten eerste, is er nieuw materiaal dat erbij moet, omdat men er kennis van moet nemen? Ten tweede, kun je het bestaande materiaal nog beter uitleggen? Vooral dat laatste is relevant in de theologie. De algemene kennis van theologie en christendom neemt af. Mijn belangrijkste doel is om de boeken toegankelijk en begrijpelijk te houden. Dat betekent in de praktijk dat je op steeds basaler niveau moet beginnen. Zeker in de Engelstalige wereld zijn er steeds minder mensen die het geloof met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Dan moet je het jezelf eigen proberen te maken. Voor mij als bekeerling was dat heel moeilijk. Daarom wil ik mensen helpen met mijn introducties.”

Als u scheikundige was gebleven, verkeerde u in een wereld waar elke week iets nieuws wordt ontdekt. In de theologie is dat heel anders.

“Als ik mijn scheikundige onderzoek had voortgezet, waren er continu nieuwe feiten en begrippen bij gekomen. Als mensen mij nu vragen wat ik heb bijgedragen aan de theologie, zeg ik: ik heb eigenlijk niets origineels gedaan. Wat ik deed, is mensen laten kennismaken met de traditie en hen geholpen zich daaraan te verbinden. Dat is nuttig genoeg. In de theologie gaat het om een dieper ­begrip krijgen van dat wat er al is, niet het toevoegen van nieuwe dingen. In het begin, toen ik net van mijn atheïsme was afgestapt, was het natuurlijk wel allemaal nieuw voor me, maar nu is theologie vooral verdieping. Geen progressie van steeds meer weten, steeds meer uitvinden, maar een diepgaandere, ook persoonlijke band met het christendom krijgen. Daarom schrijf ik ook veel over discipelschap – vaak scheren we vluchtig over de oppervlakte van het geloof en dat moeten we voorkomen.”

Hoe doen we dat?

“Het beste kunnen we lezen over hoe andere gelovigen, die al langer discipel zijn, het hebben gedaan. Of je spreekt met mensen met meer ervaring. Een constante dialoog aangaan met anderen die zeggen: ‘Dit kan jou helpen. En heb je dit al geprobeerd?’ Soms moeten anderen iets met je delen wat jou helpt om dieper het geloof in te gaan. Het christendom is geen solotraditie.”

U probeert met dit nieuwe boek zelf zo’n rolmodel te zijn, denk ik. Uw ­eigen grote voorbeeld is C.S. Lewis, over wie u meerdere boeken schreef, waaronder een biografie. Redt Lewis’ gedachtegoed het tot het einde van deze eeuw, of denkt u dat het achterhaald raakt?

“Ik denk dat C.S. Lewis heel erg ingebed is in zijn eigen culturele context. Dat is allereerst een mannelijke context: het Britse leger en toen het Oxford van de vorige eeuw, volkomen gedomineerd door witte mannen. Als persoon zal Lewis minder relevant en invloedrijk worden, maar zijn ideeën zijn interessant ­genoeg. Die worden opgepikt en verder ontwikkeld door andere mensen. Die zullen jonger zijn en minder Engels, dat helpt ook. Nee, ikzelf ben dat niet. Lewis en ik zijn witte mannen uit de middenklasse van Belfast en werden allebei Oxford-academici. Sociologisch gezien is dat maar zo’n smal groepje mensen. Ik laat graag aan de wereld zien wat ik heb geleerd en ik hoop dat het velen helpt, maar nu moeten ­anderen het stokje overnemen.”

U hebt zich ook veel beziggehouden met een geleerde opponent van het christendom, Richard Dawkins.

“Dawkins is bijna een 18de-eeuwse atheïst uit de verlichting, hij denkt dat de wetenschap al je vragen kan beantwoorden. Dat heb ik vroeger ook gedacht, maar toen liep ik compleet vast. Je overvraagt zo de natuurwetenschappen, je laat ze dingen zeggen die ze niet kúnnen zeggen. Wetenschap staat altijd open voor nieuwe interpretaties en modellen. Dawkins gooit de boel dicht en zegt: ‘Dit is wat de wetenschap zegt, punt uit’. Wat hij maar moeilijk kan toegeven, is dat zijn eigen atheïstische positie net zo goed onbewijsbaar is als het standpunt van mensen die in God geloven.”

Hoe staat de dialoog tussen wetenschap en religie nu voor?

“Die wordt steeds constructiever en daarmee ben ik blij. Het Nieuwe Atheïsme van Dawkins en de zijnen heeft het krap twaalf jaar uitgehouden van 2006 tot 2018, maar lijkt nu te zijn uitgewerkt. We erkennen steeds beter dat we allemaal onze geloofsposities niet kunnen bewijzen. Dat maakt de weg vrij voor het gesprek hoe we eigenlijk tot onze ­uiteenlopende conclusies komen. Harvard-psycholoog William James zei dat dat het eeuwige menselijke dilemma is. We moeten grote beslissingen nemen over wat goed en slecht is, maar kunnen niet afdoende bewijsmateriaal verzamelen voor ons eindoordeel. Dat is het grote vraagstuk – de route doet ertoe, en dáárover moeten we praten.”

Als Dawkins zo’n voorbijganger was, vindt u het dan niet zonde van uw tijd, al die boeken en geschriften en debatten tegen zijn gedachtegoed?

“Toen ik hem bestudeerde, moest ik alles lezen wat hij had geschreven. Dat hielp me snappen hoe Dawkins dacht. Ik verkreeg inzichten in zijn type mindset en dat van zijn geestverwanten. Ook al is het debat inmiddels verder geëvolueerd, deze verdieping was het waard. Ook omdat jongeren zich nog altijd aangetrokken voelen tot zijn atheïsme. Waarom? Omdat het zo duidelijk is, en eenvoudig. Vooral voor jongeren is elke ideologie die zekerheid belooft interessant. Of het nou politiek is, wetenschappelijk of religieus – ­zolang het de onzekerheid, de twijfel, de onwetendheid maar wegneemt. De les die ik met dit boek heb willen meegeven, is juist: we moeten leren leven met het feit dat we niet alle antwoorden zullen krijgen.”

Zodra Alister McGrath met pensioen gaat, doet hij zichzelf een professionele telescoop cadeau, zodat hij zich net zoals in zijn kindertijd kan vergapen aan verre sterrenstelsels. Tot dan blijft hij schrijven en spreken over God en de wetenschap.

Het raadsel van God ligt op 12 mei in de boekhandel.

Lees ook:

Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid

Religie staat buitenspel in het alledaagse gesprek over waarheid. Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden