ColumnEva Meijer

Al die losse levens met hun geschiedenissen maken samen ons gedeeld verleden

“Ze aten de ingewanden op”, zegt een arts in ‘Dead Souls’, de bijna vijfhonderd minuten durende documentaire van Wang Bing over de heropvoedingskampen in de Gobiwoestijn. Daar stierf een groot aantal Chinese mannen vanaf eind jaren vijftig aan honger, ziekte en marteling, onder de anti-rechtse campagne van de Communistische Partij. 

Bing interviewt overlevenden, vaak stokoud, die soms nog steeds nauwelijks met hem durven te praten over wat er is gebeurd. Hun getuigenissen – ­gefilmd in eenvoudige kamers, schijnbaar afstandelijk verteld, soms zelfs met grapjes, want ja, hoe moet je dit soort dingen anders vertellen? – maken een onzichtbaar deel van de geschiedenis zichtbaar.

Een ander soort getuigenis las ik in ‘Ook mijn Holocaust’, het nieuwe boek van Maurits de Bruijn. Zijn moeder verloor haar ouders en twee zusjes in de Tweede Wereldoorlog en in het boek onderzoekt De Bruijn de impact daarvan op hun gezin en op hemzelf. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij hoe hij met zijn moeder een schadevergoeding van de NS aanvraagt. “Als we het ­krijgen, koop ik een bank voor je”, zegt zijn moeder.

Ze krijgt 7500 euro voor haar moeder en 7500 voor haar vader. Voor haar zusjes krijgt ze niks, maar elk bedrag zou absurd zijn.

Toen De Bruijns moeder een maand oud was, werd haar familie opgepakt. Zij groeide op in een ander gezin. Van haar familie weet ze vrijwel niets. Hannah Arendt schrijft dat in concentratiekampen niet alleen mensen werden gedood, ook hun geschiedenissen werden weggevaagd. Dat was een techniek waarmee ze deel van een massa werden, hun gezicht verloren. Volgens Arendt ­laten mensen in het spreken en handelen met anderen zien wie ze zijn, in plaats van wat ze zijn. ‘Wat’ zijn de eigenschappen die je hebt; ‘wie’ slaat op het speciale, het vluchtige, dat je zelf nooit helemaal kunt controleren. Pas achteraf, in de verhalen die over je worden verteld, stolt je identiteit. De verhalenverteller bewaart en toont de identiteiten van de mensen over wie ze vertelt.

Of een reconstructie van de geschiedenissen van ­degenen die in de kampen zijn vermoord ons kan vertellen wie ze waren, weet ik niet. Niet zoals de getuigenissen van de overlevenden zelf dat kunnen, zoals in Bings documentaire. Misschien blijft het vaak bij ‘wat’. De getuigenissen van hun kinderen en kleinkinderen tonen er wel een glimp van. Bovendien is het ook hún geschiedenis. De Bruijn laat dat goed zien: hij heeft bijvoorbeeld bepaalde angsten van zijn moeder mee­gekregen, die zij als baby van háár ouders kreeg. Onderzoek toont aan dat zoiets al genetisch plaatsvindt; het hoeft niet uit de opvoeding te komen.

In de dichtbundel ‘Hogere natuurkunde’ doet Ellen Deckwitz net zoiets. Zij laat zien hoe het Indische verleden van haar oma doordreunt in het heden, in haar ­leven. Deze boeken tonen ons dat sommigen nog steeds moeten getuigen over de oorlog om met het nu te kunnen leven. En dat dat niet alleen een individuele zaak is. Al die losse geschiedenissen in al die losse lichamen en levens maken namelijk ons gedeelde verleden. Dat is nog altijd heel dichtbij.

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Lees ze hier terug.

Lees ook:

Van Auschwitz moet je geen mystieke, heilige plek maken

Arnon Grunberg verzamelt ooggetuigenverslagen uit Auschwitz, met beelden die je niet meer uit je hoofd krijgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden