ColumnStijn Fens

Al dat voortijdig kerstlicht doet pijn aan mijn ogen

Ik was dus in Nazareth, dat weet u misschien nog. Na twee dagen falafel eten besloot ik mijzelf een diner in een echt restaurant te gunnen. Ik nam iets onbestemds dat volgens het menu kip als belangrijkste ingrediënt had. Wie alleen eet, is snel klaar. Na een half uur stond ik alweer buiten. Het was half negen. Ik twijfelde: zou ik naar mijn hotel gaan of nog even het centrum van de stad in lopen?

Op dat moment hoorde ik in de verte doedelzakmuziek. Om precies te zijn: ‘Jingle bells’ in een doedelzakversie. Daar wisten mijn hersenen even geen raad mee. In mijn hoofd botsten twee werelden tegen elkaar die in principe niets met elkaar te maken hebben: Schotland en Nazareth. Ik keek om mij heen of de doedelzaktonen uit een van de huizen kwamen. Misschien woonde hier wel een Schot met heimwee. Dat leek niet het geval, de muziek klonk echt en levend, want af en toe zwegen de doedelzakken even – zo te horen midden in ‘Jingle bells’ – om vervolgens weer verder te gaan.

Het geluid leek uit de buurt van de Grieks-orthodoxe kerk van de Annunciatie te komen, die ik die middag nog bezocht had. Toen was er nog geen doedelzak te zien. Mijn idee dat het daar gebeurde, werd versterkt door het feit dat de kerk in het volle kunstlicht stond. Als een ster aan een voor de rest donkere hemel. Ik besloot eropaf te gaan. Met elke meter die ik de kerk naderde, klonk de muziek harder. Daar was de kerstboom die ik eerder al op het plein had zien staan. De poort door en ja hoor: daar liep een heuse doedelzakband. Jonge mensen allemaal. Een stuk of dertig. Strak in het gelid, als een leger. Een dirigent gaf streng de maat aan.

Boem, boem, boem.

Tijdens de pauze vroeg ik of aan een van de jongeren of ze allemaal Grieks-orthodox waren. Dat waren ze. Om precies te zijn: Grieks-orthodoxe scouts die zich bekwaamden in het doedelzakspel. Ze waren niet de enigen in Nazareth. In de verte klonk nóg een doedelzakorkest. Was hier soms sprake van een epidemie? (Later legde de dirigent mij uit dat die populariteit van de doedelzak een overblijfsel is van de tijd dat het Heilig Land een Brits protectoraat was. Via een Schot uit Bethlehem had het muziekinstrument destijds een zegetocht door de streek gemaakt).

Ik word altijd een beetje melancholiek van doedelzakmuziek. Dat komt door ‘Mull of Kintyre’ van Paul McCartney, het eerste single-tje dat ik ooit kocht, nu precies tweeënveertig jaar geleden. Het nummer begint met:

Mull of Kintyre, oh mist rolling in from the sea
My desire is always to be here
Oh Mull of Kintyre

Als dat refrein voor de tweede keer langskomt, hoor je vanuit de verte de doedelzakken opkomen. Een groot bewonderaar van Schotland die ik goed heb gekend, schreef ooit dat wat hierna volgt niets minder is dan een veldslag tussen de ‘gewone’ muziek en de doedelzakken. Als het nummer is afgelopen, ligt de Schotse hoogvlakte bezaaid met doden. Luister het maar eens na.

Ik verdenk de Schotten er wel-eens van dat ze de mist zelf hebben uitgevonden om zich te kunnen verbergen voor de Engelsen, om als het hun uitkomt die mist weer te laten verdwijnen met hun doedelzakken.

Eigenlijk is de adventtijd ook een soort zelfgeschapen mist. In de verte wacht het licht van Kerstmis op ons. Niets mooier dan wachten op een wonder. Maar wij hebben geen geduld meer. Het kerstlicht schijnt al weken volop. In reclames op televisie en aan de fel verlichte puien van winkels. Voortijdig licht dat soms pijn doet aan mijn ogen.

Ik heb twee uur lang naar die Grieks-orthodoxe doedelzakspelers staan luisteren. Uiteindelijk bleef ik als enige toeschouwer over. Ik praatte nog even met Michael, de doedelzakspeler die steeds vooropliep. Hij vertelde dat hij ervan droomde om plastisch chirurg te worden. “Lekker veel geld verdienen”, zei hij lachend. Op 24 december gaat hij doedelzak spelen op het centrale plein van Nazareth, tijdens het grote kerstfeest waar iedereen aan meedoet. Tot die tijd moet hij nog elke avond oefenen op het plein voor de Grieks-orthodoxe kerk. Wachtend op Kerstmis.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden