Ahmed Marcouch: ‘Een calvinistische kijk op het leven, dat is niet aan calvinisten voorbehouden’.

InterviewAhmed Marcouch

Ahmed Marcouch: Ik maak me grote zorgen om de Nederlandse Nederlanders

Ahmed Marcouch: ‘Een calvinistische kijk op het leven, dat is niet aan calvinisten voorbehouden’.Beeld Patrick Post

Zijn geloof inspireert Ahmed Marcouch om het goede te doen. Volgend jaar wil hij de blik richten op de werkloze Nederlandse ­Nederlander, een achtergebleven groep volgens hem.

Ahmed Marcouch verontschuldigt zich voor de verhuisdozen; de burgemeesterskamer in het historische Duivelshuis, dat vastgeplakt zit aan het jarenzestig-stadhuis, is net opgeknapt. Aan de wanden hangen familiewapens en nieuwere werken in glas-in-lood. Die lieten zijn voorgangers achter als herinnering aan hun burgemeesterschap, dat is in Arnhem de traditie.

“Een familiewapen heb ik niet, bij mij wordt het een kunstwerk”, lacht de 51-jarige Marcouch, die zichzelf ziet als een boom die gevoed wordt door vele wortels. Sommige komen uit zijn geboorteland Marokko, dat nog dichtbij voelt, ook omdat er nog een zus woont en zijn ouders er begraven zijn.

Andere wortels liggen in Amsterdam. Daar woonde hij sinds zijn tiende, hij werkte er en drie van zijn kinderen wonen er. En nu is zijn Arnhemse wortel al drie jaar aan het schieten. Samen vormen ze zijn identiteit: “Ik voel me al heel lang een diepgewortelde en breedvertakte boom. Als je in de wortels gaat zitten hakken, dan word je een kwetsbare boom die zijn functies verliest en niet vruchtbaar wordt. Als sterke boom wil ik teruggeven wat ik aan goeds heb gekregen.”

Vanaf zijn plaats aan de ruime, klassieke vergader­tafel wijst de burgemeester op het drieluik van Chris Matser, de Arnhemse burgemeester van de wederopbouw. ‘Labor omnia vincit’ staat erbij, arbeid overwint alles. “Duister en vernietiging overwin je door te werken”, omschrijft Marcouch. “Dat is wat Arnhemmers na de oorlog hebben gedaan. De stad was verwoest. Waar de rest van Nederland de bevrijding en de vrijheid vierde, zijn zij aan het puinruimen gegaan en hebben ze de stad weer opgebouwd. Dat typeert ze.”

Kunt u daar als Amsterdammer mee uit de voeten?

“Zeker, ik vind Nederlanders over het algemeen harde werkers. Dat spreekt me aan. Je hebt handen gekregen om te werken en niet om op te houden, dat was het credo van mijn vader. Hij begreep nooit dat hij bij de sociale dienst mensen zag die niet werkten. Hij dacht dan: wat is er mis met je, je hebt de schouders van een stier, de knieën van een paard, je behoort niet werkloos te zijn en van een uitkering te leven. Dat arbeidsethos heb ik van huis uit meegekregen. Het is eigenlijk een zware, calvinistische kijk op het leven, dat is niet aan calvinisten voorbehouden. ‘Als je een boek leest, moet dat een nuttig boek zijn, geen fictie’, zei mijn vader. Je waarde zit in het brood dat op tafel komt. Dat smaakt het zoetst als dat het resultaat is van je eigen inspanning. Ook dat heb ik van mijn vader geleerd.”

Arnhemmers zijn trots op hun stad, merkt Marcouch, en ze blijven eraan bouwen. Voor de buitenwereld werd het beeld van Arnhem dit jaar bepaald door de tragische brand in een flat, die een vader en zijn zoontje het leven kostte. Pedojagers sloegen een gepensioneerde leraar dood. Recent waren er in de wijk Geitenkamp onlusten met vuurwerk. Marcouch had de handen vol aan deze incidenten, maar voor volgend jaar wil hij een structureel probleem op de agenda zetten: de hardnekkige werkloosheid onder wat hij noemt de Nederlandse Nederlander – zichzelf noemt hij een Marokkaanse Nederlander.

Marcouch: “Ik maak me grote zorgen om de Nederlandse Nederlanders, in Arnhem, en daarbuiten. Er is hier een bovengemiddeld grote groep van hardnekkige werklozen, van families waar nog nooit iemand heeft gewerkt. Kinderen groeien op zonder dat ze iemand kennen die werkt. Die groep is verweesd, ze zijn voortdurend boos op de ander. Ze hebben het slachtofferschap als het ware geïnternaliseerd. Ze hebben geen vertrouwen meer in het systeem. Niet in de overheid, niet in de politiek, niet in de instellingen die bedoeld zijn om mensen te ondersteunen. Ze ontberen het gemiddelde taalniveau, ze ontberen vaardigheden en competenties om mee te doen in de samenleving. Ze ontberen ook de structuur thuis die maakt dat je je kinderen zo kunt opvoeden dat ze het milieu van hun ouders kunnen ontstijgen. Ze erven nu de achterstand. De hoop is weg, dat is verschrikkelijk.”

Beeld Patrick Post

Zit dat ontbreken van perspectief ook achter de vuurwerkbranden in Geitenkamp?

“Ja, voor een deel. Maar ik zie daar ook mensen die een uitkering hebben en wel grote hoeveelheden vuurwerk kunnen aanschaffen. Ze verkeren in de illegaliteit. We noemen ze windhappers. Materieel hebben ze het goed, ze hebben een dure auto voor de deur. Ze houden er een leefwijze op na die niet terug te brengen is op arbeid. Als je je niet verbonden voelt met de samenleving, is de kans op criminaliteit groter. Dat zit in hennepteelt, in drugshandel en in illegale dienstverlening aan criminelen. Maar het overgrote deel van de mensen in die wijk veroorzaakt geen overlast, ze heeft er juist last van. Ze werken niet, zien gewoonweg geen perspectief. Door verlammende financiële stress, geen uitzicht op werk en een omgeving die hen niet opstuwt, zien zij geen uitweg meer. Het gevolg is berusting, en niet meer van zichzelf hoeven.”

Ziet u dit probleem beter nu u burgemeester van Arnhem bent?

“Nou, ik zag het al toen ik in de Tweede Kamer zat. Ik merkte dat het ingewikkeld was collega’s van mijn bedoelingen te overtuigen. Als je het hebt over integratie, dan gaat het al snel over Nederlanders met een migratie-achtergrond en dan weet iedereen wat er gebeuren moet. Maar heb je het over Nederlandse Nederlanders, dan zit de gemiddelde politicus je aan te staren: wat dan?

Wat gaat u daar in Arnhem aan doen?

“Ik heb hard gewerkt om een overeenkomst te sluiten met het Rijk. In de kwetsbare wijken in Arnhem-Oost bundelen we de krachten op het gebied van onderwijs, werk en wonen. Zo willen we een doorbraak forceren. We moeten deze groepen die achter zijn geraakt ook anders benaderen. Je moet mensen uitdagen, een moreel appèl op hen doen, zoals we dat bij mensen met een migratie-achtergrond voortdurend doen. De schooljuf zegt tegen de moeder die haar kind brengt: het zou toch goed zijn als u de Nederlandse taal leert. De politiek hamert daar voortdurend op, bij het loket van werk en inkomen zeggen ze: zou je niet zus enzo, we hebben trainingen voor u. Maar dat doen we niet of in veel mindere mate bij de Nederlandse Nederlander. Net als bij Nederlanders met een migratie-achtergrond is er ook bij hen soms drang nodig.”

Waarom zou een moreel appèl helpen? Jongeren met een migratie-achtergrond zijn het spuugzat zo aangesproken te worden.

“Ja, dat debat doet veel met hen. Ze zijn soms boos over de toon waarmee over hen wordt gesproken. Maar het wakkert ook een vuur aan in hen om het tegendeel te bewijzen. Tegelijkertijd hebben ze zélf ook het gevoel dat ze het beter willen doen dan hun ouders, of dan hun opa het heeft gehad. Dat is wat in die families leeft. Maar dan moet je wel de kansen pakken.” Vanuit Arnhem bleef Marcouch ook dit jaar waarschuwen voor het salafisme, wat hij omschrijft als de extremistische, islamistische politieke ideologie die de macht zoekt, daartoe geweld legitimeert en haat verspreidt tegen de westerse democratische samenleving. In een opiniestuk in de Volkskrant pleitte hij voor een verbod op salafistische weekendscholen. In Trouw schreef hij na de onthoofding van Samuel Paty dat Mohammed vanwege de vrijheid van godsdienst in Frankrijk, daar liever zou wonen dan in Saoedi-Arabië.

Als reactie op die moord kwamen andere moslims in Nederland met een petitie, waarin ze vroegen belediging van de profeet strafbaar te stellen. De Tweede Kamer was woedend, en ook Marcouch noemt dit fout: “Iedereen heeft het recht op een mening en op een petitie. Maar als je na zo’n vreselijke moord zegt dat die docent die cartoon van Mohammed niet had moeten laten zien in de klas, dan vind ik dat fout. Op dat moment moet je duidelijk stelling nemen tegen dat geweld. Het had een petitie moeten zijn tegen het salafisme, dát is wat er had moeten gebeuren.”

Wordt het gevaar van het salafisme in islamitische kring onvoldoende gezien?

“Het overgrote deel moet er niks van hebben. In die gemeenschap wordt gefluisterd in de huiskamers en misschien in de moskeeën, maar moslims moeten niet meer fluisteren, ze moeten positie kiezen. Ik heb het niet over individuele moslims, maar over de organisaties. Ze laten mij weten dat ze niks van het salafisme moeten hebben. Maar ik zou zeggen: zeg dat niet alleen tegen mij, maar sta op, laat je geloof niet kapen en kijk niet toe hoe je kinderen zo geïnfecteerd worden dat ze vreselijke dingen doen. Het is genoeg. Spreek je publiekelijk uit.”

Hoe vindt u het dat deze terreurdaden uit naam van uw geloof, de islam, worden gedaan?

“De salafisten zijn de grootste beledigers van de profeet, niet de tekenaars. Het is niet zo dat het me raakt omdat ikzelf moslim ben. Zo zit ik er niet in. Er zijn in de islam richtingen en leefwijzen die niet de mijne zijn, net zoals je in het christendom verschillende stromingen hebt. Zolang de vrijheid van de ander die van mij niet inperkt, is het goed. Maar dit gaat over haat, geweld, vernietiging. Het is barbarij. Daar zit mijn zorg, ik denk niet: ooo, dit is mijn geloof, wat vreselijk.”

Wie is Ahmed Marcouch?

Ahmed Marcouch is in 1969 geboren in een dorpje in het Marokkaanse Rifgebergte. Zijn moeder overleed toen hij drie was. Op tienjarige leeftijd verhuisde hij naar Amsterdam, waar zijn vader al langer werkte. Hij ging via de LTS naar de MTS en deed later een hogere beroepsopleiding. Marcouch begon als ziekenverzorger en werkte vervolgens bij de politie, in het onderwijs en bij de gemeente. Ook was hij woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën in Amsterdam en Omstreken. Voor de PvdA was hij voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart, en lid van de Tweede Kamer. Marcouch is sinds september 2017 burgemeester van Arnhem. Hij woont in Arnhem met zijn vrouw en zoon. Uit een eerder huwelijk heeft hij drie kinderen.

Wat betekent geloof voor u persoonlijk?

“Het inspireert me om het goede te doen. De spiritualiteit vind ik iets moois, gebed, stilte, luisteren naar recitaties, lezen van de Koran. Dat zijn hele persoonlijke intieme momenten, echt rustmomenten voor jezelf, vandaag de dag noem je het oplaadmomenten. Die geven energie en doen goed.”

Heeft u het idee dat Allah of God uw leven stuurt, dat u een roeping heeft om in Arnhem burgemeester te zijn?

“Ik kan me wel iets voorstellen bij dat idee van roeping. Maar ik zie God niet als iemand die boven zit en dingen dirigeert. Hij zit in hoe wij zijn gemaakt, ik zie God in mensen. De goddelijke macht zit voor mij vooral in wat we om ons heen zien aan mensen, de natuur, de schepping. Bij veel moslims kom je bijgeloof tegen. Hun eigen onvermogen schuiven ze af op God. Ik vind dat respectloos richting God. God heeft je mogelijkheden gegeven om je eigen afwegingen te maken. Jij bent verantwoordelijk voor je eigen actie of non-actie. Daar hoort bij dat je onderdeel bent van de gemeenschap. En dan bedoel ik niet per se de geloofsgemeenschap. Je bent deel van de samenleving, daar heb je je verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren.”

Hoe ziet die verantwoordelijkheid er voor u met Kerst en de jaarwisseling uit?

“Het is de bedoeling dat ik vakantie heb. Voor mij zijn het traditiegetrouw altijd mooie dagen, waarin je ruimte hebt, mentaal en in de agenda, om bij je gezin en familie te zijn, zij het deze keer met een beperkt aantal mensen. Je kunt wat afstand nemen van het alledaagse, ik vind zelfreflectie fijn. Ik blijf wel beschikbaar, ik ben ook voorzitter van de veiligheidsregio. De telefoon staat altijd aan. Maar ik weet dat ze alleen bellen als het echt nodig is. Gelukkig.”

Correctie 25/12:

De naam van de wijk ‘Geitenkamp’  is nu juist geschreven. 

Lees ook:

Burgemeester Marcouch blijft erbij: vuurwerk afsteken kan nu niet. ‘Niet alleen jongeren zien af’

De Arnhemse wijk Geitenkamp kampt met vuurwerkoverlast. Hoe houdt burgemeester Marcouch het gezellig in de stad?

Leefde profeet Mohamed in onze tijd dan verkoos hij Frankrijk boven Saudi-Arabië, dát moeten we jonge moslims meegeven

Moslims hebben, zoals iedereen, naast de vrijheid van godsdienst ook de vrijheid van meningsuiting nodig om betekenis te hebben voor de schepping, betoogt Ahmed Marcouch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden