Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zanger Alex Roeka: Ik ben geen mislukkeling meer

Religie en Filosofie

Arjan Visser

Alex Roeka. © Mark Kohn
Tien Geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Vandaag: zanger Alex Roeka. 

Alex Roeka (Ravenstein, 1955) debuteerde in 1996 met de cd 'Zee van onrust'. Onlangs verscheen zijn twaalfde cd 'En toen ineens'. De gelijknamige theatervoorstelling is tot eind mei 2018 in diverse theaters te zien.

Lees verder na de advertentie
Ik begrijp wel waarom mensen het vervelend vinden als ik vloek - het is net zoiets als spugen in het openbaar -maar het lucht mij enorm op

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

"Dagenlang was ik zeeziek, het hield maar niet op. Ik kotste alles uit, tot er helemaal niets meer over was. Het was alsof ik niet langer bestond, snap je? De enige werkelijkheid was het monster zonder kop of klauwen, die onmenselijke oerkracht, de krankzinnige zee waarop onze zeesleper als een luciferdoosje tussen de huizenhoge golven heen en weer geslingerd werd. Ik was tweeëntwintig, had geen idee wat ik met mijn leven aan moest, maar één ding wist ik op dat moment zeker: er is geen God. De waarheid is dat we in kosmische eenzaamheid, op dit rare bolletje van ons, zwerven door een leeg heelal."

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"Ik begrijp wel waarom mensen het vervelend vinden als ik vloek - het is net zoiets als spugen in het openbaar -maar het lucht mij enorm op. Het liefst drie, vier, vijf keer achter elkaar. Alle woede moet er uit! Ik denk dat zelfhaat hier een grote rol in speelt. Ik word vreselijk kwaad op mezelf als iets mislukt. Laatst nog. Anne, mijn vriendin, vroeg me of ik van de Spar ook een fles Gato Negro wilde meenemen. Rooie. Kom ik thuis met wit. Wít! Nou jongen, dan kan ik mezelf wel kapotschieten, echt waar. Dat ik zo stom ben geweest, dat ik alwéér niet goed op m'n boodschappenlijstje heb gekeken. Rázend, ziekelijk gewoon. Ja, ik ben wel in therapie geweest, maar aan het behandelen van die agressie zijn we nog niet toegekomen."

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Pas tegen mijn veertigste, toen ik al min of meer dreigde te verloederen en veel meer dronk dan goed voor mij was, ontdekte ik het Nederlandse lied. Ik schreef een paar nummers, stuurde ze op aan Jacques Klöters (cabaretier en programmamaker, AV) en verdomd, hij zag er wat in, draaide ze op de radio en daarna is de boel gaan rollen. Daarom wil ik nu altijd werken; ik heb te veel tijd verloren laten gaan. Ik wil het goedmaken. Ik heb haast."

IV Eer uw vader en uw moeder

"Kijk, in het eerste stadium is er een soort omgekeerde apenliefde - dan hou je onvoorwaardelijk van je ouders -, maar in de puberteit komen de minder prettige dingen in beeld. Die móet je zien, blijkbaar, om je af te kunnen zetten. Voor mij waren het de afstandelijkheid, het benepen denken, een gebrek aan intimiteit. Mijn vader was notaris, een KVP'er, die het niet kon verdragen dat ik Vrij Nederland ging lezen. Mijn moeder was een standgevoelige vrouw die zich constant focuste op het uiterlijk: je moet je haren kammen, trek eens andere kleren aan en meer van dat gezeik. In dat stadium zijn we behoorlijk ver van elkaar verwijderd geraakt, maar nu, nu ze dood zijn, ben ik in een volgende fase terechtgekomen: ik probeer mijn ouders in het juiste licht te zien. Wie waren ze nou eigenlijk?" 

Nu ze dood zijn, ben ik in een volgende fase te­recht­ge­ko­men: ik probeer mijn ouders in het juiste licht te zien

"Goed, mijn moeder leek zich verheven te voelen boven de 'gewone' mensen, maar ze was tegelijkertijd een romantische, creatieve, typisch katholieke vrouw die het beste voorhad met de mensen in haar omgeving. Ze was een geliefde figuur in Ravenstein. Nog steeds, denk ik. Ga het maar eens vragen aan de mensen die haar gekend hebben. Mijn vader was een echte Brabander: joviaal, vrolijk, maar heel gesloten. Over intieme gevoelens werd niet gesproken. Dat tekort is mijn ouders uiteindelijk ook fataal geworden. Ze konden, in die veranderende tijden, met hun gevoelens niet bij elkaar terecht. Mijn vader zocht zijn heil in de drank en belandde zelfs in de gevangenis wegens het regelmatig onder invloed rijden. Mijn moeder stortte zich in de armen van een pastoor uit een naburig dorp. Bij hem kon ze wel terecht met haar zorgen en verdriet. Mijn ouders bleven samen, maar ze zijn in feite op enorme afstand van elkaar overleden."

V Gij zult niet doden

"In mijn begintijd, toen ik net op het podium stond, dacht ik er vaak aan hoe mooi het zou zijn als ik mezelf dood kon zingen. Op die manier zou ik mezelf verwerkelijken in een lied en tegelijkertijd mijn destructiedrang bevredigen. Zing jezelf dood, man! Dan ben je d'r klaar mee. Inmiddels heb ik wat prijzen gekregen, m'n cd's worden goed besproken en het theaterprogramma in de kleine zaal wordt redelijk bezocht. Ik ben geen mislukkeling meer. Ik hoef niet per se dood."

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"We gingen in Ravenna aan wal. Een paar mannen namen me mee naar een huis vol mooie vrouwen in Bologna. Met zoenen had ik wel enige ervaring, maar ik had nog nooit geneukt. Ik ging in een hoekje zitten en zag het ene na het andere stelletje naar boven gaan. Op een gegeven moment bleek dat een van mijn maten een vrouw instructies had gegeven om mij mee naar haar kamer te nemen. Ze heette Marina en ze kwam uit Brazilië. Die vrouw heeft me ontmaagd. Het was een openbaring, werkelijk waar. Alle remmingen die ik vanuit mijn katholieke opvoeding had meegekregen, vielen weg. Ze was mooi, ze was zacht, ze was - afijn, ik werd verliefd." 

"Tijdens de weken dat ons schip vanuit Italië booreilanden moest verslepen in de Adriatische zee, ging ik om de zoveel tijd naar haar toe. Doordat ik keer op keer te laat terugkwam, werd ik op een dag ontslagen. En toen ging Marina ook nog eens terug naar haar vaderland. Ik besloot om in te schepen naar Brazilië. Geen idee waar ze precies woonde, maar ik was ervan overtuigd dat ik haar terug zou vinden. Wachtend op de boot logeerde ik op een avond bij een meisje dat ik onderweg van Ravenna naar Genua had leren kennen. We sliepen in hetzelfde bed, maar we deden niks. De volgende ochtend stond haar vriend ineens in de slaapkamer. Na een vechtpartij - of, nou ja, eigenlijk gaf hij me gewoon een flinke aframmeling - belandde ik met een bloedneus op straat."

Ik heb er moeite mee als mensen makkelijk en neerbuigend over 'hoeren' praten

"Op dat moment kwam ik bij zinnen. Waar was ik mee bezig? Dit was krankzinnig! Ik zag af van mijn reis, maar ben Marina nooit meer vergeten. Ik heb er moeite mee als mensen makkelijk en neerbuigend over 'hoeren' praten. Ik ben tegen vrouwenhandel, natuurlijk, en het is vreselijk als minderjarigen gedwongen worden hun lichaam te verkopen, maar er zijn ook vrouwen die vrijwillig het spel van de liefde zó mooi, zo goed spelen dat ik voor hen alleen maar bewondering op kan brengen."

VII Gij zult niet stelen

"Ik heb het boek nog steeds, in zo'n mooi dikke uitgave van Van Oorschot, met een zwarte kaft: 'Reis naar het einde van de nacht' van Louis Ferdinand Céline. Gestolen uit een boekwinkeltje in De Pijp. Daar voel ik me nóg rot over, weet je dat? En toch is dit boek ongelooflijk belangrijk in mijn leven geweest. Ik las het aan één stuk door; zodra ik het uit had, begon ik opnieuw. Inmiddels heb ik alle zinnen zo'n beetje onderstreept. Céline laat op een ontluisterende manier zien hoe akelig en naar het leven is. En - dat is de paradox - door die eenzaamheid zo mooi, zo treffend in beeld te brengen word je... nou getroost vind ik zo'n zeikerig woord, ik zou eerder zeggen: vervuld met levensgevoel; het windt je op. Laat zien hoe het is!

"Dat is precies wat me zo beviel aan de verloedering, het leven aan de zelfkant. Die alcoholisten in de kroeg vertellen je de waarheid. Mensen in kantoren liegen voor hun baantje en draaien overal omheen. Waarachtigheid. Zuiverheid. Eerlijkheid. Het zijn de begrippen waar ik in mijn katholieke jeugd mee ben gebrainwasht. Een hoge standaard waar wij, krakkemikkige wezens, nooit aan kunnen voldoen en waardoor we ons dus altijd schuldig blijven voelen."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Zullen we beginnen met de literaire leugen? In mijn nieuwe programma wil ik het publiek vertellen hoe ik geobsedeerd raakte door het schrijven van liedjes. 'Ik had geen oog meer voor iets anders', zeg ik dan, 'zelfs niet voor het kind dat we hadden gekregen. Ik wist niet eens of het een jongen of een meisje was'. Dat is natuurlijk gelogen, maar die obsessie was er wel degelijk. Wat ik vertel is niet zuiver autobiografisch, ik gebruik een vergrootglas om de essentie te laten zien. Overigens is het maar de vraag of autobiografie in haar zuivere vorm wel bestaat; het is jouw interpretatie van jouw verleden. Anderen kunnen die geschiedenis héél anders interpreteren.

Waar­ach­tig­heid. Zuiverheid. Eerlijkheid. Het zijn de begrippen waar ik in mijn katholieke jeugd mee ben gebrainwasht

"En dan komen we bij een ander soort leugen of, beter gezegd: een keiharde waarheid. Tijdens de relatie met mijn vorige vriendin, de moeder van de zoon over wie we het net hadden, ben ik vreemdgegaan en daar heb ik vervolgens over gelogen. Ik zweeg uit angst om haar kwijt te raken. Toen ze er op een dag zelf achter kwam, werd die grootste angst alsnog bewaarheid."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"We waren al vijfentwintig jaar samen. Ze was precies de vrouw die ik naast me nodig had, krachtig, gedisciplineerd, maar de relatie ging wel een beetje wankelen. Ik was gulzig naar een nieuwe ervaring en toen kwam ik Anne tegen. Een Vlaamse - sowieso al leuk voor een Nederlander - spontaan en open. Ik werd verliefd. Daar was echt helemaal niets aan te doen. We zijn, na tien jaar, nog altijd samen en het voelt goed. Daar heb ik dus geen spijt van, maar ik heb wel veel spijt van het verdriet dat ik mijn ex en mijn kind heb aangedaan.

"We hebben geen contact meer. Mijn zoon - destijds tweeëntwintig -was eerst geschokt, leek toen begrip te tonen voor de situatie, maar mailde me uiteindelijk toch dat hij het contact helemaal wilde verbreken. Ik had een goede band met hem. We deden samen aan wielrennen. We maakten lange fietstochten door de bergen en o, wacht, dit moet ik je vertellen: een paar weken geleden stond ik op de pont naar Amsterdam-Noord naast een man, een dertiger, op een racefiets.

"Ik bekeek z'n fiets. Mooie fiets. Ik bekeek het pakje dat hij aan had. Mooi pakje. Daarna wilde ik de pont aflopen, tot ik ineens voelde dat er iemand op mijn schouder tikte. Hee! Verrek! Dat is mijn zoon! Ik had hem helemaal niet herkend. Ik zei: 'Johan - hij heet Johan - 'moet je nou, na al die jaren nog steeds boos zijn dat ik bij jullie ben weggegaan?' Waarop hij antwoordde: 'Dat heeft daar helemaal niks mee te maken.' Hij maakte al aanstalten om weg te fietsen, ik holde zo'n beetje achter hem aan. 'Waar gaat het dan wél om?', vroeg ik. Weet je wat hij zei? 'Ik heb gewoon helemaal niks met jou.' 'Maar jongen', zei ik, 'morgen ben ik oud en dement. Dan kunnen we niet meer praten. Wil je echt niet eens...' Hij snoerde me de mond: 'Dat zien we dan wel weer.' Reed de kade op en weg was-ie.

"Droevig verhaal, ja. Ik had natuurlijk eerlijk moeten zijn, toen, tien jaar geleden. Die leugens hebben me genekt. Als ik het lef had gehad om te zeggen dat ik verliefd was op een ander, was dit allemaal nooit gebeurd."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Er is nog iets wat je over mijn jeugd moet weten, iets wat ook later pas goed tot mij is doorgedrongen. Na het verzet tegen mijn ouders, na de afstand die was ontstaan, kon ik terugkijken en zien hoe gelukkig mijn jonge jaren in Ravenstein zijn geweest. Een groot gezin - vader, moeder en zes kinderen -maar we kwamen niets tekort. We woonden in een mooi huis met een grote tuin, auto's - mijn vader kocht een sportautootje voor ons - in de garage en een boot in de Maas. Mijn ouders waren bijzonder gul. Dat was hun manier om te zeggen hoeveel ze van ons hielden, denk ik. Door al die rijkdom heb ik nooit echte jaloezie gekend.

Het leven is een fascinerend fenomeen. We maken ons druk over van alles en nog wat

"Tegelijkertijd, misschien heel tegenstrijdig, voel ik nog wel een zekere rivaliteit, een geldingsdrang die maar niet minder lijkt te worden. Mijn grootste rivaal is nog altijd mijn oudste broer. Een autoritaire, krachtige jongen die zich constant moest bewijzen en daar gebruikte hij ons, zijn twee jongere broertjes, voor. Hij was sterk. Hij kon het hardst lopen, het snelst fietsen, de kogel het verst stoten. Alles lukte hem.

"Hij is uiteindelijk ook hoogleraar in de rechtsgeleerdheid geworden. Ik ben niet jaloers op zijn succes, niet op zijn geld of op zijn maatschappelijke positie, maar onbewust probeer ik nog steeds indruk op hem te maken. Een paar maanden geleden stuurde hij me, nadat ik bij 'De Wereld Draait Door' had opgetreden, een mailtje: 'Goed, wat je daar deed.' Dat voelde toch als een soort genoegdoening. Het is gezien. Tja.

"Het leven is een fascinerend fenomeen. We maken ons druk over van alles en nog wat, we proberen grip te krijgen op iets wat niet te vatten is... Eigenlijk telt alleen maar dit moment, maar zelfs dit ene moment is vloeibaar - het verdwijnt, maar blijft in je geheugen hangen.

"Een van mijn liedjes, over een ontmoeting met een vrouw, eindigt zo: 'En daar die hoge nacht weer boven al het dwalen uit/ Waarom blijft onbekend/ Geen zee van licht zal glanzen aan het einde van de reis/ Alleen maar dit moment'."

Lees hier alle afleveringen van de rubriek Tien Geboden.

Deel dit artikel

Ik begrijp wel waarom mensen het vervelend vinden als ik vloek - het is net zoiets als spugen in het openbaar -maar het lucht mij enorm op

Nu ze dood zijn, ben ik in een volgende fase te­recht­ge­ko­men: ik probeer mijn ouders in het juiste licht te zien

Ik heb er moeite mee als mensen makkelijk en neerbuigend over 'hoeren' praten

Waar­ach­tig­heid. Zuiverheid. Eerlijkheid. Het zijn de begrippen waar ik in mijn katholieke jeugd mee ben gebrainwasht

Het leven is een fascinerend fenomeen. We maken ons druk over van alles en nog wat