Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wordt humanitaire interventie vaak ingegeven door eigenbelang?

Religie en Filosofie

Alexandra van Ditmars

Bijna drieduizend asielzoekers verbleven in 2015 en 2016 in tentenkamp Heumensoord, een noodopvanglocatie bij Nijmegen. © ANP
Filosofisch Elftal

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Vandaag: zijn probleemgebieden het best geholpen met een humanitaire interventie? Of is overgaan tot een oorlog soms gerechtvaardigd?

'Niet ingrijpen, dat is pas humaan’, stond zaterdag in deze krant boven een interview met politiek filosoof Bas van der Vossen. Hij spreekt daarin zijn twijfels uit over humanitaire interventie: een vorm van militaire actie die vrede, stabiliteit en democratie moet brengen in conflictgebieden, met het specifieke oogmerk om menselijk lijden te voorkomen.

Lees verder na de advertentie

“In ‘Debating Humanitarian Intervention: Should we Try to Save Strangers?’ betoogt Van der Vossen dat het vaak humanitairder is om niet in te grijpen. “Als je echt geeft om mensenlevens en om het verminderen van leed, verwoesting en dood, dan moet je namelijk ook zorgen dat je daar zelf niet aan bijdraagt”, zegt hij. Is niet ingrijpen inderdaad een goed idee?

Een interventie is meestal niet zo humanitair als die lijkt

Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar filosofie

Gevaarlijk

“Wie in nood is, moet je helpen, luidt het principe, en ernstig onrecht moet je proberen te voorkomen”, zegt Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar filosofie in Nijmegen en Leuven. “Maar het domein van de politiek is volstrekt ongeschikt voor een principebenadering. Dat is zelfs gevaarlijk; hier moet het gaan om de gevolgen van een handeling. Van der Vossen laat aan de hand van onderzoek zien dat we met humanitaire interventies de brandhaard meestal alleen maar erger maken. Als de politiek verantwoordelijkheid neemt voor de gevolgen van het eigen handelen, valt er weinig te zeggen voor interventies.”

Paul Teule, econoom en filosoof, docent aan de Universiteit van Amsterdam: “Het is goed dat Van der Vossen ons confronteert met het feit dat door onze goede bedoelingen de situatie vaak enkel verslechtert. Hopelijk krabben we ons hierdoor tijdens de goedkeuring van een toekomstige interventie achter de oren en denken: zijn we nu weer met zoiets bezig?”

Van Tongeren: “Maar als je wat wantrouwiger kijkt naar zogenaamd humanitaire interventies, moet je op de eerste plaats zeggen dat er een heleboel andere motieven meespelen. Een interventie is meestal niet zo humanitair als die lijkt. In de polemologie, de wetenschap van oorlog en vrede, wordt algemeen aangenomen: als er een wapenarsenaal gebouwd wordt, is het een wetmatigheid dat die wapens ook een keer gebruikt moeten worden. Dat een regering bereid is tot humanitaire interventie zal daar vaak mee te maken hebben. Die acties staan daarnaast ook vaak in dienst van geopolitieke overwegingen. Een interventie lijkt dan humanitair, maar eigenlijk gaat het om het veiligstellen van de eigen invloed in het betreffende land.”

Teule: “Bij de Amerikaanse interventie in Irak in 2003 zag je dat duidelijk terug. Bij de Nederlandse steun speelde onze band met de Amerikanen een grote rol.”

Van Tongeren: “En nu is Syrië het voorbeeld bij uitstek. Eerst hebben de westerse landen geprobeerd daar de invloedssfeer veilig te stellen. Dat is mislukt. Nu probeert Poetin de Russische invloed in dat gebied te versterken.”

Wat ik lastig vind aan libertariërs is dat ze zoeken naar gevallen waar goede intenties hebben geleid tot slechte uitkomsten

Paul Teule, econoom en filosoof

Libertarisme

Teule: “Toch is het gevaarlijk om daarom te besluiten dat humanitaire interventies altijd onzin zijn. Van der Vossen hoort bij de stroming libertarisme: een politieke filosofie waarin vrijheid, soevereiniteit en non-agressie centraal staan. Wat ik lastig vind aan libertariërs is dat ze zoeken naar gevallen waar goede intenties hebben geleid tot slechte uitkomsten, om vervolgens altijd te concluderen: het is beter om zaken over te laten aan de mensen zelf, het collectief moet zich er niet mee bemoeien. Daarmee wordt het ‘niks-doen’ gelegitimeerd.

“Ik kijk wat positiever naar vrijheid en denk dat om vrijheden te organiseren collectiviteit vaak nodig is. Inderdaad, veel interventies hebben averechts gewerkt. Maar er zijn redenen waarom die niet hebben gewerkt. Van der Vossen maakt niet de claim dat als we al die redenen identificeren en daar een volgende keer maximaal rekening mee houden, een interventie dan ook niet werkt. En de humanitaire nood in bijvoorbeeld Syrië is hoog. Inmenging valt daarom moreel zeker te rechtvaardigen. Het gesprek moet alleen gaan over ‘waar gaat het nu precies mis?’”

Rechtvaardige oorlog

Van Tongeren: “We moeten de ‘theorie van de rechtvaardige oorlog’ hier denk ik niet vergeten. Dat is een eeuwenoude traditie van denken die je al terugvindt bij de Romeinen, en die ook door hedendaagse denkers nog steeds wordt gebruikt. In die theorie wordt een aantal voorwaarden gegeven waaraan het overgaan tot oorlog moet voldoen om gerechtvaardigd te kunnen worden. Een die hierbij heel belangrijk is, is dat oorlog het ultimum remedium moet zijn: werkelijk de allerlaatste mogelijkheid. Zelfs bij Syrië lijkt me dat niet evident. Er is gebrek aan motivatie om op een werkelijk morele manier hulp te bieden. Van der Vossen doet op dit punt zelf een erg interessant voorstel: stel de grenzen open voor vluchtelingen. Pas als zoiets en ook sancties niet werken, kun je spreken van een ultimum remedium. Zelf meewerken aan het doden van mensen moet je zien als iets wat enkel in het alleruiterste geval gerechtvaardigd kan worden.”

Zijn we bereid om maatregelen te nemen waarbij we zelf ook lijden?

Paul van Tongeren

Teule: “Met dat voorstel verlaat Van der Vossen ook even het project van het libertarisme, die niet-inmenging. Bij open grenzen moeten wij zelf ook inleveren omwille van onze principes, daar valt moreel een stuk meer voor te zeggen. Hetzelfde geldt voor economische sancties. Stel je voor dat een land als Saudi-Arabië een terroristische activiteit zou steunen. Waarschijnlijk zouden we internationaal dan nog steeds vrienden blijven. Laten we die economische banden verslappen, dan moeten we daarvoor zelf bloeden.”

Van Tongeren: “Sancties doen vaak aan twee kanten pijn. Zijn we bereid om op een zwaardere manier economische sancties op te leggen? Maatregelen te nemen waarbij we zelf ook lijden? Mensen uit oorlogsgebieden ruimhartiger op te nemen? Pas als dat allemaal niet meer zou werken, is ‘humanitaire’ interventie een oplossing.”

Lees ook: Niet ingrijpen, dat is pas humaan, vindt filosoof Bas van der Vossen

Lees hier meer afleveringen van het Filosofisch Elftal

Deel dit artikel

Een interventie is meestal niet zo humanitair als die lijkt

Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar filosofie

Wat ik lastig vind aan libertariërs is dat ze zoeken naar gevallen waar goede intenties hebben geleid tot slechte uitkomsten

Paul Teule, econoom en filosoof

Zijn we bereid om maatregelen te nemen waarbij we zelf ook lijden?

Paul van Tongeren