Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat zijn de verworvenheden van het revolutiejaar 1968? En wat zijn de lessen?

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

De witte man is nog altijd de norm en dat frustreert collectieve actie. © Nanne Meulendijks

Volgens filosofen Karen Vintges (64) en Harriët Bergman (26) zijn de revolutionaire ideeën achter 'Mei '68' actueler dan ooit. 'We moeten allemaal weer Marcuse lezen.'

Of ze een student mag meenemen, vraagt universitair docent Karen Vintges aan de telefoon. Nogal wiedes, want een gesprek over 'Mei 1968' is niet compleet zonder veranderingsgezinde studenten van nu. Dus stappen op een regenachtige namiddag twee filosofen het Amsterdamse café Kanis en Meiland binnen en leggen hun natte jassen over de stoel: de 64-jarige Karen Vintges, vooral bekend als Simone De Beauvoir-specialiste, en de 26-jarige Harriët Bergman. Die laatste filosofe is net afgestudeerd op het thema 'Hoop en sociale bewegingen'. Ze bivakkeerde in 2015 zes weken lang in het Maagdenhuis, tijdens een studentenrevolte die herinnerde aan de beroemd geworden Maagdenhuisbezetting van 1969. "Dat jullie het zes weken vólgehouden hebben", zegt Vintges bewonderend, terwijl de cappuccino op tafel verschijnt. Maar Bergman is niet naar het café gekomen om te vertellen over haar Maagdenhuis-ervaringen, net zo min als Vintges het gesprek wil beperken tot Simone de Beauvoir. Studentenrevolte en feminisme zijn voor deze filosofen onderdeel van een veel bredere hoop op een rechtvaardige wereld - een hoop die ontkiemde tijdens de opstandige lente van 1968.

Lees verder na de advertentie

"Eigenlijk ben ik te laat geboren", lacht Karen Vintges. "In 1968 was ik nog maar vijftien." Dat geldt helemaal voor Harriët Bergman, wat niet wegneemt dat zij aan de Universiteit van Amsterdam binnenkort de manifestatie 'Mei 68-50 jaar' organiseert en dat ze zich verzet tegen het cliché dat het hier om een typische studentenrevolte gegaan zou zijn.

Maar dat was het toch ook? Overal in Europa en Amerika namen studenten het initiatief tot opstand en verzet. Ze bezetten universiteiten, eisten een omverwerping van 'het systeem'.

Bergman: "Het clichébeeld is dat het vooral draaide om seksuele bevrijding. En dus om iets dat studenten altijd al willen, gewoon omdat ze jong zijn. Maar het ging die studenten ook om de arbeiders, om economische rechtvaardigheid. De term studentenrevolte klinkt als een manier om het protest te depolitiseren." Vintges: "Het belangrijkste van Mei '68 vind ik de kritische inzet. Kritiek op autoritaire structuren, op het patriarchaat, maar ook op het idee van normaliteit - het was ook de tijd van de antipsychiatrie. In Nederland hadden we 'Dennendal', een inrichting waar de bewoners veel meer vrijheid kregen dan vroeger. We gingen anders denken over normaliteit. Je was niet zo snel gek of onaangepast. Daarom is het thema van de Maand van de Filosofie ook zo goed gekozen: de verbeelding aan de macht."

Zo'n positief beeld heeft lang niet iedereen. Als je tegenwoordig googelt op Mei '68 kom je op websites die de jaren- zestiggeneratie verwijten te strijden voor homoseksuelen, migranten en vrouwen, terwijl de echte slachtoffers van globalisering - vaak laagopgeleide witte mannen, vergeten worden.

Vintges: "Internet, zoóó, over alles wat ik daar over me heen krijg zou ik wel een boekje open kunnen doen. Maar goed, het idee is dat wij niet mogen 'zeuren' over sociale ongelijkheid, we moeten de economische strijd weer voeren, want we zitten gevangen onder een monstrueus nieuw kapitalisme."

Tekst loopt door onder de foto

Karen Vintges © *

Wie zeggen dat dan?

Bergman: "Vooral hoopopgeleide witte mannen, die beweren dat de problemen van laagopgeleide witte mannen niet erkend worden. En die doen ze alsof ze spreken voor de hele onderkant van de samenleving."

En dat klopt niet?

Vintges: "Ze hebben een punt, maar de vraag is of het respect voor migranten, vrouwen en homoseksuelen een nieuwe economische politiek uitsluit. Die groepen staan vaak óók economisch onderaan de ladder. Opkomen voor zwarte vrouwen kan dus ook deel zijn van een antikapitalistische analyse."

Dat was ook het ideaal van Mei '68, dat alle verdrukten samen zouden optrekken tegen het systeem. Waar ging het mis?

Vintges: "Dat leek ook even te lukken. Wist je dat de CPN de arbeiders in 1969 nog heeft opgeroepen solidair te zijn met de Maagdenhuisbezetters? Ze hebben zelfs nog een brug gebouwd waarover proviand naar binnen geloodst kon worden. Alleen heeft dat kort geduurd. Na Mei '68 zie je dat de marxisten en de nieuwe sociale bewegingen uit elkaar groeien. Marxisten willen namelijk altijd éérst toewerken naar de revolutie, dan zou het met die sociale verhoudingen ook wel goed komen. Maar je kunt de maatschappij die je voor ogen staat ook stapje voor stapje in de praktijk brengen. Walk the talk, be the change."

Wat is dat? Walk the talk?

Vintges: "Dat je met je middelen je doelen al realiseert. Veel feministen hebben in de jaren zeventig gemerkt dat er van die gelijkheid tussen man en vrouw in de praktijk niks terecht kwam." Lacht. "Ik zal je eerlijk zeggen dat ik marxisten heb meegemaakt die ik mijn kat nog niet zou toevertrouwen, laat staan de wereldrevolutie." Bergman: "Als je na de revolutie wilt dat vrouwen en zwarte mensen meepraten, dan moet je daar misschien voor de revolutie al mee beginnen. Dan moet je de Mei '68-viering bijvoorbeeld niet laten leiden door witte mannen."

Welke denkers zitten achter dat idee van 'walk the talk'?

Vintges: "Ik denk meteen aan Michel Foucault. Hij geloofde niet in politieke modellen en blauwdrukken. In de oorlog had hij marxistische wetenschappers gezien die niets in het verzet deden. Dus hij dacht: wat heb ik aan die blauwdrukken? Het gaat om de praktijk. Zelf ben ik vrij kort na de oorlog geboren. Mei '68 was voor mij een symbool, een reactie op de ongelooflijke schaamte over wat er in Europa gebeurd was. Met dat idee ben ik opgegroeid: never nooit meer autoriteiten. Nu zijn wij aan de beurt en wij gaan het anders doen."

Dus Mei '68 was eigenlijk een reactie op de oorlog?

Vintges: "Wij hielden ons in de jaren zeventig allemaal bezig met fascisme."

Hoe zit dat dan bij jouw generatie, Harriët? Waar komt jouw engagement vandaan?

Bergman: "Bij mij is het denk ik een combinatie van drie dingen. Ten eerste het katholieke plichtsbesef waar mijn ouders mee zijn opgevoed. Ze zijn niet meer katholiek, maar het idee dat je de wereld goed moet achterlaten, dat katholieke schuldgevoel, dat heeft me beïnvloed. Dan het feminisme van mijn ouders. Mijn moeder was actief in de vrouwenbeweging en vond het belangrijk dat mijn vader ongeveer evenveel deed; hij haalde mij van school op - en ik had een genderneutraal kapsel en klom in bomen. Maar ik ben ook opgegroeid in Amsterdam Nieuw-West, een multiculturele buurt. Van daaruit ben ik op het Barlaeus Gymnasium terecht gekomen. En dan zie je hoeveel het uitmaakt dat je witte ouders hebt die hoogopgeleid zijn. Je ziet dat je allemaal hetzelfde begint en totaal ergens anders terecht komt. Dat motiveert mij."

Tekst loopt door onder de foto

Harriët Bergman © Wim Kluvers

Ben je nog altijd hoopvol? Dat moet voor de jaren-zestiggeneratie toch makkelijker zijn geweest, toen leek het echt nog alsof alles anders kon.

Bergman: "Als je de klimaatveranderingen ziet, en de opkomst van rechts, dan kun je daar pessimistisch van worden. Ik geloof dan ook niet dat politiek en bedrijfsleven die klimaatproblemen gaan oplossen. Maar ik ben wel hoopvol dat individuen iets kunnen doen; ik heb heel sterk het idee dat mensen dingen kunnen veranderen. Dat gebeurt ook al, bijvoorbeeld in initiatieven als 'Nederland wordt beter', 'Code rood' en 'FossielVrijNL'. Bij die bewegingen zijn ze zich ervan bewust dat vrouwen minder het woord nemen, dat we minder goed luisteren naar zwarte mensen. Dat zoiets náást de klimaatproblemen een probleem kan zijn. En dat je dat kunt veranderen. Dat is voor mij de erfenis van de jaren zestig. Dat het echt anders kan." Vintges: "Precies. Het gaat bij identiteitspolitiek en feminisme niet alleen om het 'zelf', om de eigen kleine psyche, het gaat er ook om grotere problemen, economische en politieke ideeën, aan te pakken. Je zag het tijdens de Arabische lente, dat vrouwen ook voor hun rechten opkwamen. Het feminisme staat niet meer los van andere bewegingen die verandering willen. Ik geloof in collectieve bewegingen waarin individuen toch tot hun recht kunnen komen."

Kan die nadruk op identiteit de collectieve actie niet frustreren? Die nadruk op rechten voor minderheden verscherpt de tegenstellingen toch alleen maar?

Bergman: "Ik geloof het niet, het dominante identiteitsverhaal is dat van de witte man. Dát frustreert collectieve actie. Er is een mythische norm en alles wat daarvan afwijkt moet zich aanpassen." Vintges: "Ik zie ook wel identiteitspolitiek die ik te puristisch vind. Je moet altijd ook een generaal perspectief bewaren. Maar een politiek van erkenning is, denk ik, wel de sleutel om dat voor elkaar te krijgen, daarin heeft Hegel nog altijd gelijk. Als mensen zich niet erkend voelen, dan is dat een serieuze wond - écht een wond. Pas als die erkenning tot stand komt, kun je collectief verder. Totdat het zover is, blijft een typische Mei '68-filosoof als Herbert Marcuse nog altijd actueel, omdat hij kritiek had op het idee dat we allemaal in dezelfde mal moeten passen. Omdat hij pleit voor meer verbeeldingskracht. Allemaal Marcuse lezen - laten we daar maar mee eindigen."

Tijdens de Maand van de Filosofie - met als thema 'De verbeelding aan de macht' - praat Trouw wekelijks met twee filosofen, een van de oudere generatie en een van de jongere.

© Jacques Voort000

Deel dit artikel