Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

VU-filosofen winnen de Socratesbeker met een kritisch boek over marktdenken

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

© Maand van de Filosofie/Socratesbeker

Hoe verkeerd is ‘marktdenken’? Een boek over die vraag, ‘Het goede leven en de vrije markt’, heeft de Socratesbeker gewonnen voor het beste filosofische publieksboek van 2018. Dat is zaterdagavond bekendgemaakt tijdens de Amsterdamse avond van de Filosofie. De prijs ging niet naar één, maar naar drie filosofen: Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk.

Het driekoppige auteursteam werkt aan de Vrije Universiteit van Amsterdam; en die protestante identiteit is af te lezen aan de ethische inslag van het boek, dat bovendien aandacht schenkt aan christelijke denkers, zoals de Johannes Calvijn en Charles Taylor. Marktdenken is niet fout, betogen de VU-filosofen, maar het kan ‘het goede leven’ verdringen. Wat dat dan is, het goede leven, leggen ze uit aan de hand van een keur aan klassieke en moderne filosofen. 

Lees verder na de advertentie
Het besluit van de jury was unaniem, wat niet helemaal verwonderlijk is

Volgens de vijfkoppige jury onder leiding van Paul Cobben, kan het boek de discussie over het de veel gebezigde term ‘neoliberalisme’ vlot trekken. Verbrugge, Buijs en Baardewijk maken namelijk duidelijk hoe je kritische vragen kunt stellen bij de hegemonie van marktdénken, ook als je het economisch systeem niet wilt verketteren of afschaffen.

Het besluit van de jury was unaniem, wat niet helemaal verwonderlijk is. Sommige boeken voldeden niet helemaal aan de eis van urgentie. ‘Thuis in muziek’ van Alicja Gescinska bijvoorbeeld, een mooi essay over de verbroederende werking van muziek, ‘had ook in een ander jaar geschreven kunnen worden’, net als Ben Schomakers’ openhartige en oorspronkelijke essay ‘Het begin van de melancholie’. Urgenter was ‘Over politieke correctheid’ van Gerben Bakker en Gert Jan Geling, dat de jury waardeerde als nuchtere bijdrage aan een debat waarin moralisme meestal de boventoon voert. Ook Paul van Tongerens essay ‘Willen sterven’ is buitengewoon actueel, vond de jury. Bovendien gaat Van Tongeren respectvol om met tegenstanders in het gevoelige euthanasiedebat. Toch kozen de juryleden uiteindelijk unaniem voor ‘Het goede leven en de vrije markt’, een boek dat zowel veel filosofen introduceert als de lijn van het betoog volhoudt - en dat over een thema dat iedereen aangaat.   

‘Het goede leven en de vrije markt’ van Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk.

Natuurverschijnsel

Wat is de kerngedachte van het winnende boek? Centraal staat daarbij de zin: “De vrije markt is geen natuurverschijnsel zoals het weer.” Anders dan vaak gedacht wordt, betogen de auteurs, heeft de vrije markt een heel specifieke geschiedenis. Ze is opgekomen met de ‘moderniteit’: met de reformatie, de Verlichting, het verlangen van het individu om zich los te maken van bevoogdende instituties. Dat werkte in eerste instantie bevrijdend, en doet het tot op zekere hoogte nog altijd. Op de markt is namelijk iedereen gelijk, het doet er in principe niet toe wie je bent of waar je vandaan komt. Zakendoen kun je met iedereen.

De vraag is alleen of die ‘lege’ invulling van vrijheid, die ‘dunne moraal’, nog bijdraagt aan wat we het goede leven noemen. Bevordert ze de relatie met onze medemensen, of zijn we elkaar alleen nog ‘tot nut’? Wat doet marktdenken met instituties als de school, de staat, het gezin en de rechtspraak? En wat betekent de dominantie van het marktdenken voor onze verhouding tot ons lichaam (denk aan immer toegankelijke snacks), tot de natuur en tot onze behoefte aan zingeving?

Een concreet voorbeeld is de aankoop van een spijkerbroek. Dat lijkt een simpele, korte transactie. Je gaat naar een winkel (of website), koopt een broek en bent zo weer weg. Toch zitten aan zo’n aankoop heel wat meer ethische vragen vast. Wíl ik die broek wel echt, draagt die bij aan een beter leven voor mijzelf? Hoe weet ik dat zo zeker? En: hoeveel kwaad doe ik anderen met mijn aankoop? Zijn er misschien Chinese arbeiders voor uitgebuit om de prijs laag te houden? En: hoe vervuilend was de productie ervan?

Allemaal herkenbare vragen, die volgens de auteurs één ding laten zien: we weten niet meer zeker of de vrije markt het goede bevordert. Dat betekent nog niet meteen dat we er helemaal van af moeten. Maar wel dat we markt en ethiek op één lijn moeten brengen.

Verjongen

Dat het winnende boek begint met het voorbeeld van de spijkerbroek is niet voor niks. Het is namelijk geschreven in opdracht van het onderwijs en gaat  dienst doen als examenstof voor VWO-scholieren. Dus moest het aansluiten bij de leefwereld van jongeren – vandaar die spijkerbroek, en vandaar voorbeelden uit films als ‘Avatar’ en ‘The Circle’. 

De jury wijdt er verder geen woorden aan, maar het verjongen van het betoog komt vaak wat geforceerd over, vooral omdat de schrijfstijl van de auteurs vaak wat stroef klinkt met zinnen als: “In het tweede deel van dit boek zullen wij vanuit filosofisch perspectief dit moderniseringsproces – en de bijbehorende idealen van moderniteit – evalueren vanuit eerdergenoemde vijf dimensies die altijd meespelen in het menselijk leven.” Dat de schrijvers niet wilden vervallen tot ‘Jip en Janneke-taal’, zoals ze zelf zeggen, is te prijzen, maar het had aantrekkelijker gekund.

Daarbij komt, dat hun uitsnede uit de filosofie op sommige scholieren ouderwets kan overkomen. Ondanks de duidelijke poging ook vrouwen te noemen, bespeurt de lezer een lichte nadruk op conservatieve en christelijke denkers, van Oswald Spengler tot Charles Taylor.

Dit boek verdient een breder publiek dan alleen VWO-leer­lin­gen, die er trouwens een flinke kluif aan zullen hebben

Toch ligt daar ook de oorspronkelijkheid van het boek. Want over een behoorlijk deel van de westerse traditie word je met dit boek werkelijk wijzer. Je vraagt je ook al snel af waarom er in overzichten van de filosofie niet vaker recht gedaan wordt aan de christelijke traditie, waar Europa nu eenmaal zwaar schatplichtig aan is. Als je het hebt over de opkomst van het individu, dat zich afzet tegen vermolmde instituties, dan ligt het voor de hand Luther te noemen. Terecht prijst de jury daarom het filosofisch drietal om hun vermogen die grote lijn vast te houden en toch zoveel denkers de revue te laten passeren. “Het voelt niet als schoolboek, maar als een betoog”, aldus Paul Cobben. Inderdaad krijg je als lezer de indruk dat de ‘verplichte nummers’ logisch voortvloeien uit het betoog. Hoe dacht Aristoteles over ‘het goede leven’? En Immanuel Kant? En Sören Kierkegaard? En als je kritiek hebt op het marktdenken, welke denkers interesseren je dan? Adam Smith natuurlijk, maar ook Karl Marx en Joan Tronto.

Klimaatdebat

Ondanks de ietwat conservatieve inslag, haakt het boek wel aan bij de actueelste debatten, zoals het klimaatdebat. Neem alleen al de vraag wat marktdenken doet met ‘de kwetsbaarheid en overmacht van de natuur’, een hoofdstuk dat opent met het contrast tussen de eco-romantische film ‘Avatar’en het klimaatbeleid (of gebrek daaraan) van Donald Trump. De vrije markt, betogen de auteurs, houdt vanuit zichzelf geen rekening met de eindigheid van grondstoffen, vervuiling, klimaatverandering en dubieuze praktijken in de bio-industrie. 

Daartegenover plaatsen de auteurs eerst het denken van Goethe en Rudof Steiner. Daarna laten ze zien hoe ingewikkeld de problematiek eigenlijk is. Kunnen wij denken voor de natuur? Of moeten we eerst anders gaan denken over onze plaats in een groter geheel dat óns al bepaalt, waarbij Heideggers waarheidsbegrip behandeld wordt. Geen gemakkelijke kost, maar goed uitgelegd.

Tenslotte komen de auteurs uit bij onze tijdgenoot Bruno Latour, bij wijze van hoopvol alternatief voor een traditioneler denken dat de natuur ziet als ‘berekenbaar en beheersbaar object voor onze doeleinden.’ 

Dat zijn diepgaande vragen en vooral ook alternatieven, die lang niet alleen volwassenen zullen aanspreken, zoals de klimaatmarsen van scholieren wel geleerd hebben. “We hopen op maatschappelijk debat”, zei Govert Buijs tijdens een eerdere bijeenkomst over de vijf genomineerden. “Dit is echt een filosofische verhandeling over de vraag wanneer de markt het goede leven verdringt.” 

“Het goede leven & de vrije markt’ is een terechte winnaar van de Socratesbeker. Dit diepgaande en verstrekkende en urgente boek verdient een breder publiek dan alleen VWO-leerlingen, die er trouwens een flinke kluif aan zullen hebben.

Lees ook: 

Overleven we de hypermoderniteit? Niet zonder nieuwe levenskunst

Ieder van ons moet optimaal produceren, optimaal concurreren en optimaal consumeren. Zo wordt, in deze hypermoderne tijd, de zin van het leven gedefinieerd. En als het niet lukt om me goed te voelen, is er maar één schuldig: ikzelf. Govert Buijs, Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk schreven er een boek over. Een fragment.

Filosoof Paul van Tongeren: ‘Willen sterven is hoogst problematisch’

Wat kan er mis zijn met het idee dat je zelf bepaalt wanneer je wilt sterven? Een heleboel, meent filosoof en ethicus Paul van Tongeren.

Deel dit artikel

Het besluit van de jury was unaniem, wat niet helemaal verwonderlijk is

Dit boek verdient een breder publiek dan alleen VWO-leer­lin­gen, die er trouwens een flinke kluif aan zullen hebben