Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voordat we gaan denken zijn we al verbonden

Religie en Filosofie

Maurice van Turnhout

© RV
Boekrecensie

Het realisme herwonnen
Hubert Dreyfus en Charles Taylor
Uitgeverij Klement, 240 blz. € 27,99
★★★☆☆

De schrijvers

Lees verder na de advertentie

De Amerikaanse fenomenoloog Hubert Dreyfus (1929 - 2017) publiceerde regelmatig over kunstmatige intelligentie, onder andere in 'What Computers Can't Do' (1972). Zijn exegeses van Heidegger maakten school onder de noemer 'Dreydegger'. In 2003 bekleedde Dreyfus de Spinoza-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam.

'Het realisme herwonnen' schreef Dreyfus samen met de Canadese politiek filosoof Charles Taylor (1931). Deze werd bekend door boeken als 'Bronnen van het zelf' (1989) en 'Een seculiere tijd' (2007), waarin hij de oorzaken van het moderne zelfbesef en de daarmee samenhangende secularisatie onderzoekt.

Inhoud van het boek

De auteurs gaan vooral in debat met René Descartes (1596 - 1650). Deze vroege rationalist was op zoek naar een tijdloze, universele methode om de werkelijkheid in kaart te brengen. Eindelijk zekerheid!

De kennistheorie van Descartes steunde volgens de auteurs op het idee dat kennis bemiddeld is: wij kunnen de uiterlijke wereld alleen maar begrijpen door er innerlijke voorstellingen (representaties) van te maken. De kennis zit dus 'binnenin' ons, de realiteit blijft 'buiten'. 'Een beeld hield ons gevangen', zo oordeelde Ludwig Wittgenstein (1889 - 1951) over deze bemiddelde theorie Dreyfus en Taylor volgen Wittgenstein in zijn verzet tegen Descartes' visie. Volgens hen is het niet alleen kentheoretisch achterhaald, maar ook politiek-ethisch ongezond om een schot tussen onszelf en de wereld te plaatsen.

Achterhaald of niet, volgens Dreyfus en Taylor schraagt het dualisme van 'binnen' en 'buiten' nog altijd de filosofie. Zonder het zelf door te hebben blijven veel denkers in de kern 'representationisten'. Neem bijvoorbeeld de twintigste-eeuwse filosofen die Descartes' idee van 'representaties' vervingen door 'taal'. Volgens hen kijken we altijd naar de wereld door de bril van de taal. Weer zo'n schotje dus.

Een alternatief voor de bemiddelde theorie vinden Dreyfus en Taylor in de 'contact-theorieën' van onder meer Heidegger, Merleau-Ponty en Wittgenstein. Die dachten dat kennis deel uitmaakt van de mens 'als organisme in zijn omgeving': lichamelijk, sociaal-cultureel ingebed. Door constante interactie vallen mensen samen met hun wereld, zonder dat representaties daar tussenkomen. Het 'pluralistische, robuuste realisme' van Dreyfus en Taylor veronderstelt geen absolute kennis, maar we kunnen de werkelijkheid wel op meerdere manieren onderzoeken. Vaste overtuigingen, paradigma's, kunnen op drift raken wanneer nieuwe onthullingen van ons eisen dat we ze opschonen.

Opvallende passage

"Mijn eerste begrip van de wereld is geen beeld dat ik ervan maak, maar de betekenis die ik aan mijn voortdurende betrokkenheid op de werkelijkheid geef. Ik kan me hierin vergissen, maar de onlosmakelijke verbondenheid met de wereld zelf is onbetwijfelbaar."

Onbegrijpelijkste zin

"Een belangrijk kenmerk van het materialisme dat voortkomt uit het ontologiseren van de canonieke procedures van de moderne epistemologie is dat het deze kwestie onzichtbaar maakt."

Reden om dit boek niet te lezen

Zet u schrap voor meer zinnen in de trant van de bovenstaande. Dreyfus en Taylor richten zich op ingewijden in de filosofie, dus enige voorkennis van met name het twintigste-eeuwse debat over kennisleer - zoals de discussies die Charles Taylor voerde met wijlen Richard Rorty- is geboden.

Reden om dit boek wel te lezen

"Elk kader blijft onzichtbaar zolang we binnen zijn grenzen blijven", schrijven de auteurs. Wie een paradigma wil kortwieken, is genoodzaakt om uit te leggen waarom veel geleerde collega's het bij het verkeerde eind hebben. In dat academische jij-bakken zijn Dreyfus en Taylor zeer bedreven. Hun argumentatie is methodisch opgebouwd en zorgvuldig uitgewerkt.

Sterk is hun ontmanteling van de Cartesiaanse bemiddelde theorie, waarmee Dreyfus en Taylor aantonen dat deze theorie in strijd is met zijn eigen mogelijkheidsvoorwaarden. Descartes' theorie steunde op het model van de lichaam-geestscheiding, en wegens gebrek aan bewijs daarvoor stort ook de theorie als een kaartenhuis in elkaar.

Natuurlijk is dat geen nieuwe kritiek, noch denken Dreyfus en Taylor het laatste woord te hebben in het kennisdebat. Ze houden de mogelijkheid open dat er een realiteit buiten de mens bestaat, een 'eigen zijnswijze' van de natuur, waarmee we ons moeten verbinden alvorens we iets kunnen ervaren. Daarmee lijkt het toch alsof de auteurs hun belofte om af te rekenen met de 'binnen-buiten'-kwestie niet helemaal waar kunnen maken.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie