Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor theologe Christa Anbeek bracht haar eerste kleinkind het leven terug

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

Christa Anbeek: 'Ik weet niet hoe ik anders duidelijk kan maken wat suïcide met levens doet dan door mijn familiegeschiedenis op te schrijven.' © Jörgen Caris
Interview

De dood beheerste leven en werk van theologe Christa Anbeek. Totdat ze een burn-out kreeg en niets meer kon. En een kleinzoon. Spelen met hem, dat kon ze wél.

Eerder heeft Christa Anbeek er niet over geschreven, over de keten aan suïcide in haar familie. Ze praatte er wel over met Wim Brands, de schrijver-journalist die zelf later suïcide zou plegen. Maar nu staan de geschiedenissen ook zwart op wit in haar nieuwe boek ‘Voor Joseph en zijn broer’.

Lees verder na de advertentie

Het begon met haar grootmoeder. Later, toen Christa Anbeek twaalf was, hoorde ze dat haar tante zelfmoord had gepleegd: de gasoven aangezet, de ramen dichtgeplakt met tape. Een paar jaar later doet haar achttienjarige broer een zelfmoordpoging. Die mislukt. Maar als hij 29 is, lukt het wel. Christa Anbeek is dan 25 jaar oud. Ook haar moeder sterft in dat jaar. Een jaar tevoren heeft ze haar vader al verloren aan suïcide. Hij was pas 54.

Privé

“Ik ben door hun daad onteigend van mezelf”, schrijft Anbeek in haar nieuwe boek. “Belangrijke delen van wie ik was, dochter, zus, zijn uit mijn leven en identiteit weggerukt.” Toch is het openbaar maken van deze verhalen spannend. “Het voelt toch nog heel privé. Nu pas erken ik hoe het mijn leven heeft bepaald.”

Je zou het de hoogleraar niet aanzien, die zwaarte. Informeel gekleed in wijde broek en hemelsblauwe trui, de kleur van haar ogen, loopt ze door de gangen van het prettig-rommelige Utrechtse pand van de remonstranten. Een vergadering is net afgelopen. Gestommel van mensen die jassen en tassen pakken. Kerkhistoricus Peter Nissen brengt een schaal appels naar de keuken. Aan een van de kasten hangt losjes een toga. Anbeek gaat voor naar haar werkkamer: trap op, kamer door. Aan de wand een bescheiden boekenkast. Vanuit het raam vang je een glimp op van de zon die de Utrechtse binnenstad op deze nazomerdag koestert. Buiten zitten de terrassen vol.

De dood was de betekenis van mijn leven geworden. Zonder dood had ik geen recht van bestaan.

Christa Anbeek, theoloog

Niet alleen Anbeeks persoonlijke leven, ook haar professionele leven raakte al vroeg verbonden met het thema dood en rouwverwerking. Acht jaar geleden verscheen ‘Overlevingskunst’, drie jaar later ‘Berg van de Ziel’, geschreven met een vrouw die in één klap haar man en drie kinderen bij een bergongeluk verloor. Hoe overleef je zó’n drama? Wat doe je? Wat lees je? Het boek werd een bestseller, de aanvragen voor lezingen bleven binnenstromen.

De dood was ‘de betekenis van mijn leven geworden” schrijft Anbeek in ‘Voor Joseph en zijn broer’. “Zonder dood had ik geen recht van bestaan.”

Totdat het ineens stokt. Werkend aan een kritisch boek over de zelfgekozen dood krijgt ze het gevoel ‘weg te willen rennen’, zelfs dood te willen als ze zich nog langer met de dood zou bezighouden. De Vrije Universiteit waar ze als remonstrantse theologie doceert, beklemt haar. De faculteit is conservatiever, dogmatischer dan ze gehoopt had. Opnieuw overvalt haar de vraag hoe ‘de theologie in godsnaam antwoord kan geven op belangrijke levensvragen’. Anbeek krijgt een burn-out en kan niets meer. Niet lezen, niet tv-kijken, niet naar de film, geen bezoek ontvangen.

Wat was nou precies de oorzaak, denkt u?

“Het was een opeenstapeling van factoren. Ik werkte te hard natuurlijk. Ook de zelfdoding van Joost Zwagerman en Wim Brands greep me aan, leeftijdgenoten die aan de destructieve keten in hun familie geen weerstand konden bieden.”

Ze is even stil. “Een burn-out is niet niks. Het is nog maar twee jaar geleden, maar als ik daaraan terugdenk... Ik liep huilend door de stad.”

En juist ín die crisis dient zich een uitweg aan. Niet in de vorm van een verlossende theorie, maar in de vorm van een kind: haar eerste kleinkind, de Joseph uit de titel. Na haar burn-out kan de hoogleraar een tijdlang weinig anders dan spelen, spelen met Joseph. Ze beschrijft dat uitgebreid. Haar kleinkind speelt met de dokterskoffer (‘wie is er ziek?’), gaat in bad en doet alsof hij een dolfijn is, schept een emmer vol met zand en keert die daarna heel serieus om op het gras, stapt in de speelgoedauto voor de winkel: “Aan de kant, oma! Anders rijd ik je omver!”

Best riskante scènes voor een theoloog.

Anbeek schiet in de lach. “Hahaha. Dit is inderdaad niet dé manier om serieus genomen te worden! Misschien dat vrouwen met zulke scènes minder moeite hebben. Ze zijn waarschijnlijk iets vaker doordrongen van het wezenlijke van het alledaagse.”

Toch zijn die passages over spelen cruciaal, denkt Anbeek. Het kind bracht het leven terug. Spelen schept een alternatieve werkelijkheid, naast de alledaagse waar overleven centraal staat. Maar wel een werkelijkheid die door de spelers zélf serieus genomen wordt. Tegenover de regels ervan is geen scepsis mogelijk.

“Kijk naar kinderen. Ze wéten dat ze spelen. Ze zijn niet echt een prins of prinses. Maar je moet het spel niet verstoren. Dan ben je een spelbreker. Dat is ook voor de theologie van belang, want ook religie kun je opvatten als een spel. Je droomt van een andere realiteit, die je via rituelen vormgeeft. Als de werkelijkheid niet is zoals je wilt, hoe zou je dan willen dat die is? Daar kun je over praten, binnen de kerk en ook daarbuiten, je hoeft niet per se eerst iets te geloven.” Anbeek begint opnieuw te lachen: “Je wordt er ook niet gelovig van. Daar zijn mensen heel bang voor.”

Ik vind het belangrijk grote verhalen uit de Bijbel te verbinden met wat zich afspeelt in een speeltuintje in Utrecht

Het kleinkind als inspiratiebron, het is in de theologie bepaald geen stukgeschreven thema. In de filosofie ook niet trouwens, pas Hannah Arendt vraagt aandacht voor wat ze nataliteit noemt: de betekenis van geboorte. Best opmerkelijk, vindt Anbeek. “Terwijl geboorte in de Bijbel zo’n belangrijke rol speelt! Je kunt zeggen: Jezus was een heel bijzonder kind. Maar is niet elke geboorte het begin van grote verwachtingen? De dromen die rond zo’n kind beginnen, die zou je elk kind toewensen. Ik vind het belangrijk die grote verhalen te verbinden met wat zich afspeelt in een speeltuintje in Utrecht. Ik denk dat je theologie zo dichter bij de mens krijgt.”

Tegelijkertijd laat het kind u nadenken over uw eigen geschiedenis. U wilt de keten van destructie verbreken. Als Joseph maar niet erft wat u hebt geërfd.

“Je moet wel bedenken: ik had heel lang geen toegang tot mijn herinnering van voor die tijd van de zelfmoorden. Terwijl ik toch al rond de twintig jaar was toen het gebeurde. Ik wilde ervandaan. Nu ben ik er juist naartoe gegaan en heb ik het gekoesterd. Dat werd gestimuleerd door mijn kleinzoon. Ik raakte geïnteresseerd in andere kinderen en in hoe mijn vader zijn jeugd heeft beleefd. We zijn tenslotte allemaal begonnen als kind. Vol verwachtingen en vol hoop.”

Wat kan dit boek bewerkstelligen?

“Wat ik hoop, is dat mensen bemoedigd worden. Juist als je je leven niet in de hand hebt, kan een verbinding met anderen ontstaan. Als je je kwetsbaar opstelt, word je vaak ook gevoeliger voor de kwetsbaarheid van anderen. Waar zou je naartoe willen? Daar kun je over praten.” Anbeek lijkt te aarzelen over hoe openhartig ze moet zijn. “Al heb ik ook wel geaarzeld het uit te brengen.”

Waarom?

“Er staan heftige dingen in. Ik hoop niet dat mensen het na veertig bladzijden dichtgooien, want daarna wordt het makkelijker, lichter in elk geval. Maar vooral: als ik dit bepleit – treed met je kwetsbaarheid naar voren – dan moet ik daar zelf ook niet voor terugdeinzen.”

Het voelt nog altijd onbeholpen, want ik verschuil me niet meer achter een titel of achter boeken

Pragmatischer: “Bovendien is suïcide een groot maatschappelijk probleem; het heeft enorme impact op zoveel levens. Je kunt theoretisch zijn, je kunt er cijfers bij halen … maar ik weet niet hoe ik anders duidelijk kan maken wat het met levens doet dan door mijn familiegeschiedenis op te schrijven. Over de dood van mijn broer en moeder had ik meteen al geschreven, een half jaar nadat het gebeurde, maar dat bleef in een la liggen. Eerst in de ik-vorm, toen in de derde persoon, in de verleden tijd, tegenwoordige tijd. Het voelt nog altijd onbeholpen, want ik verschuil me niet meer achter een titel of achter boeken. Ik heb moed moeten verzamelen. Eigenlijk zeg ik: ik ben ook maar een gewoon mens die pijnlijke ervaringen heeft. Dus misschien krijg ik er spijt van. Maar nu kan ik niet meer terug!”

Toch weer de theologe: “Ook dit is eigenlijk Hannah Arendt. Verschijnen aan elkaar, zeggen wat dat teweegbrengt. Ook aan nieuwe dingen. Want het is niet alleen een verhaal over het verleden. Het leven herneemt zich toch weer – niet altijd natuurlijk.”

Wie is Christa Anbeek?

Christa Anbeek (1961) groeide op in een niet-kerkelijk gezin in Barneveld. Tegen de wens van haar ouders in ging ze theologie studeren. Ze is ook enige tijd zenboeddhist geweest. 

Anbeek werkte tien jaar als geestelijk verzorger in een psychiatrische inrichting. In 2008 werd ze hoofddocent bestaansfilosofie aan de Universiteit voor Humanistiek. Ze schreef succesvolle boeken over zingeving, waaronder ‘Overlevingskunst’, ‘Berg van de ziel’ en ‘Aan de heidenen overgeleverd. Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven’. Daarin put ze niet alleen uit de christelijke traditie, maar ook uit andere filosofische en spirituele bronnen. 

Anbeek geldt als de belangrijkste theologe van de remonstranten, een vrijzinnig-protestante geloofsrichting. In 2012 werd ze bijzonder hoogleraar remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ze heeft een volwassen dochter, Roos, en twee kleinkinderen.

Christa Anbeek  -  Voor Joseph en zijn broer

'Van overleven naar spelen en andere zaken van ultiem belang.'
Uitgeverij Ten Have, 256 blz. €20,-

Lees ook:

Filosoof Paul van Tongeren: Willen sterven is hoogst problematisch

Wat kan er mis zijn met het idee dat je zelf bepaalt wanneer je wilt sterven? Een heleboel, meent filosoof en ethicus Paul van Tongeren.

Deel dit artikel

De dood was de betekenis van mijn leven geworden. Zonder dood had ik geen recht van bestaan.

Christa Anbeek, theoloog

Ik vind het belangrijk grote verhalen uit de Bijbel te verbinden met wat zich afspeelt in een speeltuintje in Utrecht

Het voelt nog altijd onbeholpen, want ik verschuil me niet meer achter een titel of achter boeken