Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Stephan Sanders zwaait af: kerkganger door een opdracht

Religie en Filosofie

Stephan Sanders

© Martien ter Veen

Stephan Sanders is gelovig geworden en deed daar in Trouw de afgelopen jaren verslag van. Vandaag de laatste aflevering: wat geloven hem gebracht heeft. 'Zorgen die voordien niet de mijne waren.'

Tweeënhalf jaar geleden begon ik op deze plek met 'proefgeloven', ik deed er maandelijks verslag van. Met het eigenlijke proefgeloven was ik veel langer bezig, een paar jaar daarvoor al. Maar het moment dat Trouw me vroeg erover te schrijven, betekende voor mij de finale stap om mijn schaamte te overwinnen en weer naar de kerk te gaan, als man van middelbare leeftijd, na veertig jaar afwezigheid. Ik merkte al gaande dat 'geloof' en 'kerk' een dwingend verband vormen. Het is misschien de zeer sterken gegeven solo te geloven, maar mij niet.

Lees verder na de advertentie

Die 'proef' liep binnen een half jaar uit op gewoon geloven, al zeg ik erbij dat ik er nog steeds niets 'gewoons' aan vind. Het is en blijft voor mij buitenissig, Christus' kruisiging en opstanding: zo onbegrijpelijk dat het wel waar moet zijn.

Er is, heb ik gemerkt, soms een stem die in je spreekt, die dingen eerder weet dan jijzelf

Dat ik een kerkganger werd, is naast veel andere zaken (ik noem een zekere genade, een ontvankelijkheid daarvoor) ook te danken aan die schrijfopdracht. De krant gaf me het finale zetje: het huis uit, door de regen op de fiets naar de kerk.

Hier stuiten we op een ander geloof, dat nauw met het christelijke samenhangt: dat wat geschreven wordt, is waarachtig gebeurd, het is echter dan de werkelijkheid, het schouwt er als het ware doorheen. Ook dit is een uitzinnig geloof, aangehangen door alle schrijvers, gelovig, agnost, boeddhist, taoïste of zwaar atheïst, en het klinkt net zo onlogisch en irrationeel als het christelijke. Want waarom zou wat er gebeurt minder werkelijkheid bevatten dan wat er geschreven wordt? De magie van het geschreven woord komt ook tot uitdrukking in het protestantse sola scriptura, alleen door de Schrift. Via onder meer de christelijke leer is het algemeen westers en zelfs werelds geworden om de gebeurtenis, in taal bevroren, als geestelijk leidraad te nemen. Het woord is vlees geworden, en niet andersom. Katholieken willen ook de traditie en de overlevering erbij hebben. Het zijn oude conflicten uit de tijd van de Reformatie die in de praktijk niet altijd doorslaggevend zijn, maar mijn wending tot het katholicisme heeft er zeker mee te maken.

Wat heeft het geloof mij gebracht? Zorgen die voordien niet de mijne waren.

Woordfetisjisme

Want juist als schrijver, als iemand die beroepshalve woordman is, ben ik huiverig voor woordfetisjisme, ook als het om Gods woord gaat, door Hem of de Heilige Geest geopenbaard. Zeker is wel dat mensen kunnen praten over zaken en dingen die ze zelf (nog) niet begrijpen, maar die tot hen komen. Er is, heb ik gemerkt, soms een stem die in je spreekt, die dingen eerder weet dan jijzelf. Vandaar dat de protestantse 'bevindelijke' traditie in mijn zoektocht zo vaak op mijn weg is gekomen. Ik ging er bijna iets van denken - maar juist dat 'denken' is niet alles, bedacht ik dan.

Wat heeft het geloof mij gebracht? Zorgen die voordien niet de mijne waren. Ik ben net naar de film 'First Reformed' geweest van Paul Schrader, over een vereenzaamde dominee, die een laat-achttiende-eeuws Amerikaans kerkje beheert, gesticht door Nederlands Hervormde migranten. Het is een kwellende film, die ik vroeger gevoeglijk zou hebben overgeslagen. Je kunt zeggen: je hebt je repertoire uitgebreid, maar ook: mijn zorgen zijn vermeerderd. Dominee Toller is een getroebleerd man, juist omdat hij zijn geloof wil bewaren, tegen de klippen op van zijn alcoholisme, zijn eenzaamheid (vrouw weg) en verdriet (zoon gedood in Irak). 'Kan God ons vergeven?' is de telkens maar malende vraag. En ook: hoeveel daad moet ik bij mijn woord voegen, om me een christen te mogen noemen? Er zit voor wagonladingen wanhoop in die film, en een theelepeltje hoop. En ook deze dominee, die welbeschouwd een filmproduct is, levert zich met huid en haar over aan het geschreven woord. Hij houdt een onbarmhartig dagboek bij, als een lange biecht. Schrader zet het geschreven woord voor de camera.

Zes jaar geleden had ik kritiek gehad op minstens twee 'scènes' die ik 'onwaarschijnlijk' had genoemd, en die ik nu voor waar aanneem, als in een openbaring. Visioenen kun je filmen, leert Schrader ons, en de getoonde waarheid gaat voorbij aan het 'echt gebeurd'.

Na afloop raakte ik, aangeslagen, in gesprek met een Braziliaanse man, die ik eerder in de lege filmzaal had gespot. Ik was op mijn hoede, want ik ken onderhand mijn neiging met mijn vooraf geschreven script de werkelijkheid op te roepen. Doch zo geschiedde. Ik pufte: "Prachtig, maar zwaar". Hij, onthecht: "Maar zo is het leven".

Hij was katholiek opgevoed, ik was het weer geworden. Hij had zich als volwassen man tot het boeddhisme gewend, tot de Vipassan-meditatie. Vroeger had ik nu gegrimast.

Niemand van ons zei: "Geloof je dat echt?" Of: "Die film...beetje overdreven, toch".

Geen van beiden zocht een veilig heenkomen. We waren onbeschroomd.

"Tot hiertoe heeft de Heer geholpen."

Stephan Sanders ging een beetje proefgeloven. In Trouw deed hij verslag van zijn vorderingen.

Lees ook: Geloven maakt me onrustiger dan niet-geloven

Sanders kan zich amper kan voorstellen hoe hij al die jaren níet gelovig was.

Deel dit artikel

Er is, heb ik gemerkt, soms een stem die in je spreekt, die dingen eerder weet dan jijzelf

Wat heeft het geloof mij gebracht? Zorgen die voordien niet de mijne waren.