Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Religie, wat is dat eigenlijk?

Religie en Filosofie

Nico de Fijter en Maaike van Houten en Ilona de Lange

© Idris van Heffen

Hoe religieus is Nederland? En: wat is religie eigenlijk? Deze vragen zoemen rond sinds het CBS deze week meldde dat er voor het eerst minder religieuzen dan niet-religieuzen in Nederland zijn: 49,3 versus 50,7 procent. Er kwam kritiek, omdat het CBS religiositeit en kerkelijkheid aan elkaar verbindt. Want zijn we niet toe aan een nieuwe definitie van religie? We vroegen het aan vijf experts.

‘Geloof in God, goden of het transcendente dekt de lading niet’

Lees verder na de advertentie

Miranda Klaver is religieonderzoeker, antropoloog en theoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

“Geloof in een God, goden of het transcendente dekt de lading van religieus zijn niet. Religie is de grenservaring die het alledaagse overstijgt. Als mensen aangeven zich alleen in de natuur, of juist samen met anderen, verbonden te voelen met de aarde en de kosmos, dan raakt dat aan religiositeit. Ik ben benieuwd wat er in Nederland gaat gebeuren nu kerken leeg-stromen. De christelijke traditie is een bron van verhalen en symboliek waar niet-kerkelijke mensen wel uit putten. Zo zit een christelijke term als genade (of het Engelse grace of mercy) in veel muziekteksten, heldenfilms gaan over verlossing. 

Film en muziek zijn bij uitstek voorbeelden waarbij mensen een grenservaring meemaken. Maar deze bron aan verbindende termen en verhalen is aan het opdrogen. Uit welke gemeenschappelijke bron er straks wordt geput, is de vraag. Ik denk dat het opkomend populisme zo’n alternatieve bron is. Ook dat geeft een vorm van duidelijkheid en richting aan. Het is bijna een seculiere vorm van zingeving. Een charismatische leider, iemand die je vertelt hoe het er nu echt met de wereld voorstaat, die je vertelt wie je bent en die inspeelt op het gemeenschapsgevoel: het zijn religieuze elementen.”

‘Het willen vinden van geluk is ook een religieuze trek’

Paul van der Velde is hoogleraar Aziatische religies bij de faculteit der filosofie, theologie en religiewetenschappen in Nijmegen

“Vragen aan mensen of ze zichzelf religieus vinden is belangrijk, maar hun antwoord zegt niet alles. Ik leid meer af van wat mensen doen, dan van wat ze zeggen. Zo spreek ik westerse boeddhisten die benadrukken dat dit géén religie is. We moeten niks en we hebben geen externe autoriteit, krijg ik dan te horen. Maar vervolgens zie ik dat ze wel degelijk geloofsvoorstellingen hebben, ritueel gedrag vertonen en waarheden aanhangen: dat je gelukkiger wordt als je maar dagelijks mediteert bijvoorbeeld. Het vinden van geluk, in dit leven of in het hiernamaals, is volgens mij een religieuze trek. En die externe autoriteit krijgt vorm in hun boeddhistische leraar die ze vaak volgen als een heuse religieuze autoriteit. Maar die ruilen ze dan ook makkelijk weer in voor een andere leraar. Zo zijn moderne religieuzen dan ook wel weer. 

Mensen gaan prat op hun autonomie, maar zoeken altijd religie weer op. Het met klem benadrukken van het niet hebben van dogma’s verandert al snel in het eerste dogma. Religie, religiositeit is een eigenschap van dit type mens, zei een hoogleraar van mij ooit, wijzend naar zichzelf. Dat we minder kerkelijk zijn, zegt weinig. Er is een grafcultus als nooit te voren, met knuffels, kaarsen en andere aankleding. En we verzamelen ons in ongekend groten getale voor stille tochten. Dat gedenken en delen is een religieuze behoefte.”

‘Je ziet veel uitingen van zingeving opduiken, zoals stille tochten’

Ernst van den Hemel is religiewetenschapper aan het Meertens Instituut

“Religie is wat mensen zelf religie noemen. Dat krijg je niet meer voldoende in beeld door mensen te vragen bij welke kerk ze zijn aangesloten. Wij religiewetenschappers moeten daarom antropologisch veldwerk doen: hoe geven mensen vorm aan religiositeit? Welke woorden gebruiken ze, welke rituelen, welke voorwerpen? We moeten daarbij niet alles ‘religie’ willen noemen, maar met die blik zie je wel op veel plekken uitingen opduiken die met zingeving te maken hebben, al zijn die vaak anders dan de vertrouwde, institutionele uitingen. 

Denk bijvoorbeeld aan het fenomeen van publieke herdenkingsbijeenkomsten of stille tochten. Of al die Boeddhabeelden bij tuincentra: in zichzelf niet per se religieus, maar wel als mensen daar thuis een kaarsje naast gaan branden. Die nieuwe religiositeit buiten de kerken kán gemeenschappelijk zijn, maar dat hoeft niet. Stel: je bent in een ziekenhuis omdat een van je naasten op sterven ligt, je beschouwt jezelf niet als traditioneel religieus, maar je loopt wel de stilteruimte in dat ziekenhuis binnen. Dan ben je op een plek waar ook anderen zijn die worstelen met vragen van leven en dood, rouw en verdriet. Dan vindt daar toch iets gemeenschappelijks plaats. Het kan dat rond nieuwe vormen van religiositeit nieuwe gemeenschappen en rituelen ontstaan. Dat kan best tijdelijk zijn: mensen die bij elkaar komen om een knuffel neer te leggen na de MH17-ramp, bijvoorbeeld.”

‘Mensen willen vertrouwen op iets wat het al langer uithoudt’

Joke van Saane is godsdienstpsycholoog verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam

“De traditionele vorm van religie past meer bij het verleden dan bij de moderne mens. Dus het is niet verrassend dat het CBS-onderzoek laat zien dat georganiseerde vormen van religie afnemen. Daar is de ondergrens nog niet bereikt. Misschien is dat bij de protestantse kerk wel zo, die heeft de grootste leegloop al gehad, maar bij de katholieke kerk gaan de uitschrijvingen nu pas hard. De kerk biedt geen antwoorden meer op de religieuze vragen van de moderne mens. We moeten onszelf accepteren, zelf ergens voor staan, een doel vinden in ons leven. 

Er wordt meer van ons verwacht dan ooit tevoren. De vraag ‘waar wil jij over tien jaar staan?’ kreeg je vroeger namelijk niet op je werk en bij vrienden, nu wel. Daarom zijn moderne kerken als Hillsong een uitzondering en trekken die wel veel mensen, daar gaat het namelijk tijdens de preek over Gods plan met jouw leven. Maar deze individualistische instelling beklijft niet. De kanteling van de afgelopen decennia krijgt een tegenbeweging. Die zie je soms al. Levensvragen als vergeving en troost zijn zo existentieel, daarbij willen mensen vertrouwen op iets wat het al langer uithoudt en meer verbondenheid geeft.”

‘Dat er buiten de kerk zoveel religiositeit is blijkt nergens uit’

Stefan Paas is hoogleraar missiologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Theologische Universiteit Kampen

“Het CBS trekt niet zulke gekke conclusies. Het hanteert een ruime vraagstelling, iedereen die betrokken is bij een religieuze organisatie wordt als religieus geteld, en dat is voor het eerst een minderheid. Nu kun je zeggen: ja maar je hebt ook veel gelovigen buiten de kerk, ander onderzoek spreekt over tien procent spirituelen. Dat kan van alles betekenen, eens per week naar yoga, of paardrijden. Puur godsdienstwetenschappelijk is dat wel interessant, maar theologisch zou ik me niet rijk rekenen. Het blijkt niet uit onderzoek dat er buiten de kerk zoveel religiositeit is. 

Feitelijk is het verrekte moeilijk om op je eentje te geloven. Godsdienst is iets wat je wordt aangeleerd, net als voetbal of lezen. Ook bij bekeerlingen zit vaak iets van een religieuze basis. Het begrip religiositeit wordt erg verdund, zodat alles eronder valt. Ik denk dat mensen het niet kunnen verkroppen dat er minder mensen naar de kerk gaan, dus wordt de definitie verruimd. Ik zou zeggen: neem jezelf en de ander serieus. Het is bijna imperialistisch om tegen mensen die zichzelf niet religieus noemen, te zeggen: ‘Kom op, je bent het wel!’”

Lees ook:

Religie is terug (en dat is niet verrassend)

De westerse wereld verbaast zich over de terugkeer van religie in het publieke en openbare debat. Maar wie naar de geschiedenis kijkt, zal concluderen dat die verbazing onterecht is, laat Neil MacGregor in zijn nieuwe boek zien.

Deel dit artikel