Pure overgave aan het onvermijdelijke is zeldzaam

religie en filosofie

Stijn Fens

Stijn Fens. © Jorgen Caris
Column

Ik werd wakker uit een diepe, droomloze slaap en had het ontzettend benauwd. Alsof er een olifant op mijn borstkast stond. Uit alle macht probeerde ik hem eraf te stoten. Toen dat met veel geschreeuw was gelukt, viel ik omhoog. Ik zag de stad waar ik woonde onder mij, nog net ontdekte ik mijn vrouw en kinderen die mij uitzwaaiden.

Het ging razendsnel. Steeds moest ik door een ring heen van mensen en gebeurtenissen uit mijn leven, tot ik uiteindelijk stil bleef hangen, ergens tussen de maan en de aarde. Ik deed mijn ogen dicht en weer open. Ik bleek in bed te liggen, om mij heen alleen maar sneeuw.

Lees verder na de advertentie

Uiteindelijk werd ik echt wakker, in mijn eigen bed. Had ik van mijn eigen dood gedroomd? En proef ik door dit op te schrijven, werkelijk aan het grote mysterie dat ons vrijwel ons hele leven achtervolgt?

De Amerikaanse schrijver en journalist Katie Roiphe schreef 'Het uur van het violet' over zes stervende schrijvers en kunstenaars. Over Sigmund Freud die kanker kreeg en pijnstillers weigerde. Hij verlangde naar 'heroïsche helderheid'. En over schrijver John Updike die nadat hij te horen kreeg dat zijn longen vol met tumoren zaten, een dag apathisch is, maar dan om een vel papier vraagt en een gedicht begint te schrijven. Roiphe, onlangs in een interview met deze krant: "Maar we kunnen ons onze eigen dood heel moeilijk voorstellen. Het is onmogelijk om je het uitwissen van je eigen bewustzijn voor te stellen. Ik ging daarom op zoek naar mensen die deze confrontatie wel in woorden konden vangen, op een manier waar gewone mensen niet toe in staat zijn."

Ik heb een schrijver van dichtbij langzaam naar de dood zien drijven, al was ik niet bij het sterven zelf

Een beetje een elitaire opmerking. Arme gewone mensen. Doodgaan is al erg, maar zij kunnen er niet eens iets creatiefs mee doen.

Ik heb een schrijver van dichtbij langzaam naar de dood zien drijven, al was ik niet bij het sterven zelf. Ik zie mijn vader nog liggen in die Amsterdamse ziekenhuiskamer. Ik herinner me het geluid van de tram die langskwam, teken van een leven waar je niet meer bij hoort. Zoals hij zelf zei: "De dood is inderdaad het gemis van het doodgewone. Je wordt eruit gezet als je doodgaat. Ze hoeven je niet meer."

Mijn vader kon lang over de dood nadenken, want hij wist dat ie eraan kwam. Hij stond voor de deur en hoefde alleen nog maar beleefd te kloppen.

Het boek van Roiphe laat je uiteindelijk enigszins onbevredigd achter. Ach, ik domme lezer was weer op zoek naar het definitieve antwoord op de grootste vraag. En ik moet toegeven: het bevat allerlei prachtige zinnen over de eeuwige rust, het nooit meer slapen.

Zo schreef John Updike voor zijn beroemdste personage Rabbit deze mooie, vredige dood: "Hij voelt zich prettig moe. Hij sluit zijn ogen". En op zijn sterfbed dichtte hij: "Leven, ja, dat is mooi,/maar niet leven- omgetrokken worden,/een nauwelijks hoorbaar knakje,/ in bloei nog en nog altijd/ naar het zonlicht uitgestrekt/ is ook mooi."

Of je nou ICT-medewerker of schrijver bent, uiteindelijk klamp je je vast aan het leven dat je geleefd hebt

Maar uiteindelijk zie ik in Het uur van het violet heel veel worsteling, verzet en onvermogen zich over te geven aan het onvermijdelijke. Of je nou ICT-medewerker of schrijver bent, uiteindelijk klamp je je vast aan het leven dat je geleefd hebt. Pure overgave is zeldzaam. Schrijver Susan Sontag verkiest een pijnlijke, experimentele behandeling boven het onder ogen zien van het naderende einde. Waar blijf je nou met je mooie taal?

Van de schrijvers die Roiphe in haar boek aflegt, geloofde alleen John Updike. Zelf heeft ze weinig met het geloof. "Woorden komen voor mij het dichtst bij onsterfelijkheid", zegt ze. Mijn vader geloofde wel, al wist hij niet precies wat er met hem zou gebeuren na zijn dood. Hij hoopte naar het licht te gaan, want God was licht, dacht hij. Ondertussen las en schreef hij door, alsof hij zo de dood de baas kon blijven.

Ik weet nog dat we in het ziekenhuis naast zijn dode lichaam stonden en ik de laptop opmerkte die op tafel lag op te laden. Daarin zat zijn laatste stuk. Een nieuw te bespreken boek lag open op zijn nachtkastje.

We besloten meteen zijn bril weer op zijn hoofd zetten. Je moet er toch niet aan denken dat deze schrijver het in de hemel zonder multifocale glazen had moeten stellen.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie
Ik heb een schrijver van dichtbij langzaam naar de dood zien drijven, al was ik niet bij het sterven zelf

Of je nou ICT-medewerker of schrijver bent, uiteindelijk klamp je je vast aan het leven dat je geleefd hebt