Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Primo Levi's verlangen naar een nieuw begin

Home

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
Column

Gisteren was het dertig jaar geleden dat Primo Levi dood werd gevonden in het trappenhuis van zijn appartement in Turijn, 42 jaar nadat hij was bevrijd uit Auschwitz. 

Ik aarzel meteen over dat woord ‘bevrijd’, vanwege de duisternis die altijd over het leven van de schrijver zou blijven liggen. De datum van zijn overlijden had ik niet zelf paraat, die werd me aangereikt door Joyce Rondaij. Zij werkt aan een proefschrift over Primo Levi en God, en schreef in het maartnummer van het literaire tijdschrift Liter een essay dat tastend op zoek gaat naar een antwoord op de vraag of de oorlog ooit voorbij is – voor Levi was dat duidelijk niet het geval.

Lees verder na de advertentie

Rondaij concentreert zich in haar stuk niet op Levi’s bekendste boek ‘Is dit een mens’, maar op zijn tweede roman ‘Het respijt’, een beschrijving van de negen maanden durende tocht die Levi in 1945 moest maken om van Auschwitz terug te keren naar Turijn. Het decor is dat van een aarde die, naar Genesis 1, woest en ledig was. “In die dagen en op die plaatsen (…) woei er een hoge wind over de aarde: de wereld om ons heen scheen tot de oerchaos teruggekeerd en wemelde van scheve, kaduke, buitenissige mense­lijke exemplaren; en elk daarvan was rusteloos in beweging, in den blinde of volgens plan, op zoek naar zijn ­eigen plaats, zijn eigen sfeer.”

Is de oorlog ooit voorbij? Voor Primo Levi duidelijk niet.

Deze oerchaos had misschien de geboortegrond moeten zijn van een nieuwe schepping – niemand zou daar na zo’n oorlog ­bezwaar tegen hebben gehad – maar dat is niet wat gebeurde en Levi voorvoelde dat. “Al gauw, morgen al, zouden we moeten vechten, tegen vijanden die we nog niet kenden in ons en om ons.”

Voor hem was de reis naar huis een onderbreking, en een welkome, van de reis naar het einde. In een editie voor middelbare scholieren schreef hij dat het leven zelf een respijt is en de dood het kamp, het Lager, waar niemand zich aan kan onttrekken.

Het deed me denken aan Pasen, en dan niet aan het nieuwe begin dat beloofd wordt in de opstanding, maar aan het donker dat daaraan voorafgaat. Het van God verlaten zijn, door Levi beschreven als: “Auschwitz bestaat, daarom kan God niet bestaan.” 

En toen vond ik in mijn mailbox een bericht van Rondaij met een literaire ansichtkaart: een door haar vertaald gedicht van Levi, getiteld ‘Pesach’. Beginnend met de bekende beginwoorden van het Joodse Pasen (‘Waarin verschilt deze avond van andere avonden?’) schildert Levi een maaltijd met de ellebogen op tafel en veel wijn, waarin ‘het verbodene wordt voorgeschreven, zodat het kwade zich vertaalt in het goede’. De eindstrofe luidt:

Ieder van ons is slaaf geweest in Egypte

Heeft stro en klei met zweet doordrenkt

En is met droge voeten door de zee getrokken:

Ook jij, vreemdeling.

Dit jaar in angst en schaamte,

Volgend jaar in deugd en gerechtigheid.

Het zou geen recht doen aan Levi dit slot te duiden als hoopvol, laat staan als de belofte van een nieuw begin: misschien komt dat ‘volgend jaar’ nooit. Maar nergens spreekt het verlangen sterker.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Is de oorlog ooit voorbij? Voor Primo Levi duidelijk niet.