Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oude doden verdienen evenveel weemoed als de jonggestorvenen

Religie en Filosofie

Stijn Fens

© Trouw
Column

In de formidabele roman ‘De tuin van de familie Finzi-Contini’ van de Italiaanse schrijver Giorgio Bassani vraagt een meisje aan haar vader: ‘Papa, waarom maken oude graven minder weemoedig dan nieuwe?’ 

De dochter stelt die vraag wanneer ze samen eeuwenoude graven gaan bezoeken van de Etrusken, een volk dat voor de opkomst van de Romeinse beschaving al ten noorden van Rome woonde. ‘Dat spreekt vanzelf’, antwoordt de ­vader dan. ‘Pas overleden mensen staan dichter bij ons, en daarom houden we meer van ze. De Etrusken zijn al zo lang dood, zie je’, en opnieuw was hij een sprookje aan het vertellen, ‘dat het lijkt of ze nooit hebben geleefd, of ze áltijd dood zijn geweest.’ 

Lees verder na de advertentie

Even later, ze zijn bijna bij de ­ingang van de dodenstad, gaat het gesprek tussen vader en dochter verder.  ‘Maar nu je het zo zegt’, zei ze zacht, ‘doe je me eraan denken dat de Etrusken ook hebben ­geleefd, en ik houd ook van hen, net als van alle anderen.’ 

Met die woorden doet het meisje – ze heet Giannina – wat met de dood. Nee, ze maakt hem niet onschadelijk, dat kan ook ­helemaal niet. Ze maakt hem zachter en daardoor beter verteerbaar.

De dood was bijna overal in Rome. Hij keek me aan, lachte me soms toe en deed me af en toe zelfs een vriend­schaps­ver­zoek.

Gevreesde aanzegging

Ik hou van alle doden, vooral die van Rome. U denkt nu: dit gaat een bekende kant op. U heeft ­gelijk: ik schreef al vaker over Rome en de dood. Deze week was ik weer in die stad en het leek wel of de doden mij deze keer meer ­opvielen dan de levenden. Of moet ik zeggen overlevenden?

Die gemoedstoestand van mij zal wel te maken hebben met wat zich in mijn eigen leven afspeelt. Wees niet bang: ik heb de gevreesde aanzegging dat het einde in zicht is nog niet gekregen. Een vriend van mij wel, en ik denk aan hem terwijl ik deze zinnen optik. Hij houdt ook van Rome en dook daar dan ook vaak op in mijn gedachten. Even dacht ik dat ik hem zag lopen afgelopen woensdag, vlak bij het Vaticaan. Hij had een van zijn ­ouderwets mooie pakken aan en liep druk met iemand te praten. Het moest hem wel zijn. Hij sloeg de hoek om, dus versnelde ik mijn pas om hem in te halen. Maar eenmaal in de straat waar hij had moeten lopen, bleek hij als in het niets opgelost.

De dood was dus bijna overal in Rome. Hij keek me aan, lachte me soms toe en deed me af en toe zelfs een vriendschapsverzoek. Zelfs toen ik over de Tiber uitkeek, kon ik niet om hem heen. Ik zag de ­Romeinen drijven die daar in de loop van de geschiedenis in waren gegooid. Senatoren, misdadigers en een enkele paus. Het kon niet ­anders of hun DNA lag nog ergens op de bodem in het rivierslib verborgen. Vastgekoekt, al eeuwenlang, niet van z’n plaats te krijgen. Af en toe aangeraakt door het ­rivierwater dat er langs stroomt en zijn weg vervolgt naar de zee.

Vriendschap met het onvermijdelijke

Ik zoek de doden ook op. Ik weet het. Zo ga ik graag naar het protestantse kerkhof in Rome. Pleisterplek voor begraafplaats­fetisjisten zoals ik. U was er al eens met mij via deze column. Daar liggen, in de schaduw van de Piramide van Cestius, onder meer de Engelse dichters Keats en Shelley, samen met honderden andere vrienden van de dood. Een lusthof van het definitieve einde.

Toen ik er deze week ronddwaalde, dacht ik aan dat gesprek over oude graven en weemoed in het boek van Bassani. Ik ben ­geneigd de dochter gelijk te geven. Oude doden verdienen evenveel weemoed als jonggestorvenen. Hun leven en sterven kunnen ons leren vriendschap te sluiten met het onvermijdelijke, zodat we de dood niet angstig de deur proberen te wijzen als hij aanbelt.

Maar het is niet altijd mogelijk om met een zekere zachtheid naar de dood te kijken. Zoals bij die nog jonge Amerikaanse priester, op handen gedragen door zijn parochianen. We zagen elkaar begin vorig jaar voor zijn kerk, in een stadje aan de westkust. Iemand maakte een foto van ons. We lachten allebei. Wisten wij veel. Twee weken geleden stierf hij volkomen onverwacht. Onverteerbaar. Gisteren werd hij begraven. Zijn graf is nu nog jong.

Moge eeuwige weemoed ook hem ten deel vallen.

Trouw-redacteur Stijn Fens (Haarlem, 1966) volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven.

Lees ook:

Podcast: Een wandeling over het protestantse kerkhof in Rome

In De Roomse Loper praten Trouw-redacteur Stijn Fens en Vaticaankenner Christian van der Heijden u bij over de katholieke wereld. In een speciale aflevering nemen zij u mee naar het protestants kerkhof in de Eeuwige Stad.

Deel dit artikel

De dood was bijna overal in Rome. Hij keek me aan, lachte me soms toe en deed me af en toe zelfs een vriend­schaps­ver­zoek.