Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op kantelpunten in hun leven, met de Bijbel in de hand

Religie en Filosofie

Laura Molenaar

Mikal Tseggai. © Still uit video van Sanne Rovers

Achttien jongeren komen in het Bijbels Museum aan het woord over een keerpunt in hun leven, aan de hand van een bijbeltekst die hen inspireerde.

Wat gebeurt er met je geloof als je leven een onverwachte wending neemt? Achttien christelijke jongeren komen in een nieuwe tentoonstelling in het Bijbels Museum aan het woord over een keerpunt in hun leven. Ze vertellen hun verhaal aan de hand van een door henzelf uitgekozen Bijbeltekst die hen bij die wending inspireerde of kracht gaf.

Lees verder na de advertentie

“Het is een gegeven dat steeds minder jongeren bekend zijn met Bijbelverhalen”, legt museumdirecteur Carolien Croon uit. “Door onze tentoonstelling willen de belangstelling voor die verhalen vergroten, en een gesprek op gang brengen.” Hoewel de achttien jongeren hun persoonlijke ervaring delen, hebben de verhalen ook iets universeels, legt Croon uit. “Het verhaal van Joenoes bijvoorbeeld laat het dilemma zien van moeten kiezen tussen vasthouden aan je idealen en de veiligheid van een vaste baan. Dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn.”

Met de tentoonstelling wil Croon ook de diversiteit van het christendom laten zien. Er zijn verhalen bij van protestanten, katholieken en oosters-orthodoxen, en de jongeren hebben diverse culturele achtergronden.

Noud Fortuin © Still uit video van Sanne Rovers

Noud Fortuin (18) uit Houten
“Een paar jaar geleden keek ik naar de serie Degrassi op Nickelodeon. (Lacht) Ik was veertien, dan mag dat. Daar kwam een jongen in voor in wie ik me heel erg herkende. Hij liep met gebogen schouders, ging met een lagere stem praten, had kort haar. De aflevering erna kwam het personage uit de kast als transgender. Ik dacht: wacht, alles wat jij doet doe ik ook. Toen had ik het door. Daarna heb ik het een half jaar voor mezelf gehouden, ik was bang om ermee naar buiten te komen.

“Gelukkig heeft de kerk me heel goed geholpen, en ook vrienden en familie reageerden bijna allemaal positief. Begrijp me niet verkeerd: ik heb nooit getwijfeld of ik er mocht zijn van God. Dat wist ik gelijk. Ik vroeg me alleen af of de mensen om me heen me zouden steunen.

“Het moeilijkste aan de transitie vond ik dat andere mensen heel erg moesten wennen aan dat ze me nu moesten aanspreken met ‘hij’ en ‘Noud’. Sommige mensen waren bang om iets verkeerds te zeggen en zeiden dan maar niets, dat werkte isolerend. Maar achteraf begrijp ik het heel goed. Ik vind het eigenlijk ook wel lief.
“Ik heb een tekst uitgekozen uit het bijbelboek Jesaja, over God die mensen kracht geeft: ‘Wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht, hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt maar wordt niet moe, hij rent maar raakt niet uitgeput.’

“Die tekst heb ik gebruikt toen ik in de kerk belijdenis deed, twee jaar geleden. De tekst drukt de hoop uit die ik voor mezelf heb, dat ik die kracht op moet zoeken bij God. Dat krijg ik door te bidden en de Bijbel te lezen, maar nog meer door gesprekken met andere mensen te voeren. Dan leer je veel over jezelf.

“Ik voel een verplichting vanuit mezelf om met mensen te praten die anders denken over transgenders. Ik stond vorige week bijvoorbeeld in een kerk in Amersfoort om daarover te praten. Daar waren veel oudere mensen. Het was heel mooi om ondanks de culturele- en leeftijdsverschillen met die kerkgangers in gesprek te kunnen gaan.
“Soms is dat ook wel zwaar, als iemand bij zijn eigen standpunt blijft. Waarschijnlijk is dat ook een les voor mij: dat ik op een gegeven moment mag stoppen.”

Joenoes Polnaija © Cigdem Yuksel

Joenoes Polnaija (29) uit Breukelen
“Ik heb na mijn toneelopleiding jaren in een spijkerbroekenwinkel gewerkt. Ik wilde graag aan het werk, dus ik koos voor de veiligheid. Maar na een tijdje leefde ik van salarisstrookje naar salarisstrookje. Ik vroeg mezelf af, wat doe ik nou eigenlijk? Ik smeer mensen spullen aan die ze niet nodig hebben. Ik haalde er geen voldoening uit.

“Dat ik uiteindelijk stopte in de kledingwinkel kwam door de ontmoetingen die ik had. Dan kwam ik in de winkel een kunstenaar tegen die precies hetzelfde had meegemaakt als ik. Die was zijn hart achterna gegaan en zei, het gaat niet van een leien dakje, maar het is de allerbeste keuze geweest die ik kon maken.

“Voor mij was dat een teken van God. Ik noem mezelf geen christen, eerder gewoon een gelovig iemand. Als je Jezus noemt, worden mensen al snel benauwd. Dat vind ik ook niet erg, soms is het geloof ook ouderwets. Als je de kerk binnenstapt voelt het alsof je eeuwen teruggaat in de tijd. Tegelijkertijd is geloof juist heel erg van deze tijd. Ik merk in mijn omgeving dat veel mensen zoeken naar spiritualiteit.

“Ik geloof zelf wel in Jezus en als ik er doorheen zit praat ik met God. Dan kijk ik omhoog en zeg ik ‘Yo, wat wil je dat ik doe?’ Dan komt er altijd wel zo’n teken.

“Mijn oom is predikant op de Molukken. Van hem kreeg ik een Bijbel in de oude inheemse taal die ze daar spreken. Ik ben die taal aan het leren en probeerde de Bijbel te lezen, toen ik plotseling het woord manué tegenkwam. Zo heet mijn zoontje. Het betekent ‘vogel’. Toen zocht ik die Bijbeltekst op in de Nederlandse Bijbel, en daar vond ik het, in Matteüs 6: ‘Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.’

“Die tekst herinnert me eraan dat ik vertrouwen moet hebben. Als God voor de vogels zorgt, zal hij ook wel voor mij zorgen. Dat betekent niet dat je op je luie gat gaat zitten en wacht tot er iets gaat gebeuren, maar dat je vertrouwen hebt en de sprong durft te wagen.

“Nu ben ik sinds een paar maanden acteur. Ik zit beter in mijn vel, maar het gaat met horten en stoten. Volgende week ga ik naar Indonesië voor een film over de politionele acties in de jaren ‘40. Dan mag ik mijn opa spelen, ook weer zoiets bizars. Dat is echt een cadeautje.”

Mikal Tseggai (24) uit Den Haag
“Ik vond het eerst doodeng om mee te doen aan deze tentoonstelling, om ineens over mijn geloof te praten. Ik denk dat driekwart van mijn vrienden niet eens weet dat ik christelijk ben. Ik ben katholiek opgevoed. Mijn ouders zijn eigenlijk koptisch-orthodox, maar ze waren heel soepel in het geloof. Toen ze naar Nederland kwamen vanuit Eritrea, dertig jaar geleden, was er in hun nieuwe woonplaats nog geen orthodoxe kerk. Maar tegenover hun huis stond een katholieke kerk, dus daar zijn wij toen heengegaan.

“Ik was als tiener heel actief in de kerk, maar later begon ik toch te twijfelen. Een vriendin van mij kwam uit de kast, en ik merkte dat sommige christenen denken dat homo’s fout zijn. Ik voelde me niet meer thuis in de kerk. Als je me toen had gevraagd waarom ik katholiek was, had ik daar geen antwoord op kunnen geven.

“Ik ben geen typische gelovige, misschien ben ik wel een slechte christen. Ik ben niet de meest praktiserende christen. Maar ik heb vanuit mijn geloof wel normen en waarden meegekregen, zoals naastenliefde en solidariteit. Naast mijn studie bestuurskunde zit ik voor de PvdA in de gemeenteraad van Den Haag. Ik heb uiteindelijk die partij uitgekozen omdat die waarden daar goed bij passen, al is de partij dan seculier. De gemeenschapszin die ik bij mijn kerk had vond ik later terug bij de PvdA.

“Voor de tentoonstelling heb ik een tekst over koning Salomo gekozen, die gaat ook over rechtvaardigheid. Op een dag komen er twee vrouwen bij hem, met een dood en een levend kind. Ze beweren allebei de moeder van het levende kind te zijn. Dan zegt koning Salomo: ‘Prima, dan snijden we de baby doormidden en krijgt ieder een helft’. Daarop zegt een van de vrouwen: geeft het dan maar aan de ander. Volgens Salomo moet zij wel de moeder zijn, omdat ze het beste voor het kind wil.

“Mijn politieke werk gaat ook over het dilemma van Salomo: hoe verdeel je de baby? Wie krijgt het geld, de macht, de kennis? Uiteindelijk moet het gaan naar de mensen die het het hardst nodig hebben, vind ik. Daarom vond ik dat verhaal heel inspirerend.”

Dit is mijn verhaal’

Vanaf vandaag is in het Bijbels museum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Dit is mijn verhaal’ te zien. De verhalen van de achttien jongeren worden verbeeld door fotografe Cigdem Yuksel en in film en animatie. Voormalig Theoloog des Vaderlands Janneke Stegeman stelde bij de tentoonstelling een boek samen: ‘Dit is mijn verhaal – jonge christenen over geloof, hoop en liefde’ (uitgegeven door KokBoekencentrum). De tentoonstelling is te bezichtigen tot eind oktober, daarna reist de expositie achtereenvolgens naar Zwolle, Middelburg, Den Haag en Ter Apel.

Lees ook:

Dominee voor ongelovige millennials

Na vijftien jaar als gemeentepredikant vond Tim Vreugdenhil het tijd om zichzelf opnieuw uit te vinden als dominee. 

Deel dit artikel