Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook moderne relieken kunnen troost en kracht geven

Religie en Filosofie

Nico de Fijter en Sandra Kooke

© Werry Crone

Relieken waren van oorsprong louter religieus, maar de niet-religieuze variant is inmiddels ook in zwang. Drie lezers vertellen over hun persoonlijke relieken. En in Utrecht opent een expositie.

Eeuwenlang was het een eenvoudige vraag, maar wat maakt een reliek eigenlijk een reliek? Relieken zijn overblijfselen van de lichamen van heiligen, of voorwerpen die deze heiligen ooit in handen hebben gehad. Aan die relieken worden krachten toegekend, ze vervullen een verbindende rol tussen God en mens: een splinter van het hout waaraan Jezus gekruisigd werd, een doorn van de doornenkroon die hem voor die kruisiging op het hoofd werd gezet, bloed van een overleden paus, de mantel van een martelaar, zand uit Mekka, de schedel of een vingerkootje van een apostel.

Lees verder na de advertentie

De reliekenpraktijk was honderden jaren een louter religieuze, met name rooms-katholieke, al kennen ook niet-christelijke religies hun relieken. Maar dat is veranderd, laat Museum Catharijneconvent zien in een tentoonstelling die daar vanaf vandaag te zien is. Secularisatie en ontkerkelijking deden de waarden van al die religieuze relieken dalen. Al moet dat ook niet overdreven worden: juist de aanwezigheid van relieken trekt wereldwijd nog steeds vele miljoenen gelovigen naar plekken waar ze in de nabijheid van die relieken kunnen komen.

De relieken krijgen hun kracht door de betekenis die aan ze gegeven wordt

Terwijl de reliekenpraktijk samen met de institutionele religie waar ze uit is voortgekomen in de westerse wereld aan belang begon in te boeten, kwam er meer ruimte voor niet-religieuze relieken. Behalve relieken van heiligen en martelaren verschenen er relieken van popsterren, topsporters en andere idolen: haren van Diego Maradona, een gitaar van Jimi Hendrix, de sigarendoos van Pim Fortuyn, een wielershirt van Marco Pantani.

Hoe zit het met voorwerpen of overblijfselen van mensen die geen enkele bekendheid genieten en alleen waarde hebben voor hooguit een handjevol mensen? Persoonlijke relieken dus: de oorbellen van oma, de knuffel van een overleden kind.

De overeenkomst tussen de drie soorten, alle drie in het Catharijneconvent te zien: de relieken krijgen hun kracht door de betekenis die aan ze gegeven wordt.

Een paar maanden geleden riep deze krant lezers op te vertellen wat ze als hun persoonlijke reliek beschouwen. Uit de inzendingen is een selectie gemaakt, die is opgenomen in de tentoonstelling in het Catharijneconvent. Op deze pagina's vertellen drie lezers over hun persoonlijke reliek.

© Werry Crone

‘Zo heeft Tirza een waardig plekje in ons gezin’

23 februari 2014 staat in het geheugen gegrift van Jessica van Boxtel en Remco Maronier. Op die dag werd hun dochtertje Tirza geboren én overleed zij. “We verheugden ons op haar geboorte, maar het liep volkomen anders”, zegt Van Boxtel. “Omdat ze alleen nog in mijn buik geleefd had, wilden we haar dichtbij ons houden. Daarom kozen we niet voor een graf en het uitstrooien van haar as voelde ook niet goed. Wat dan? We zeiden tegen elkaar: we geven het de tijd. We plaatsten haar urntje op een plank met haar geboorte- en sterfkaartje, een kaars en andere kleine herinneringen.” 

Het is ons eerbetoon aan haar, het mooiste dat we haar konden geven

Remco Maronier

Inmiddels hebben ze een bestemming gevonden. Voor de as van Tirza lieten ze een muziekdoosje maken van een Utrechtse plataan. Als het doosje opengaat, klinkt er muziek uit de film ‘Amélie’, waar ze veel naar luisterden tijdens de zwangerschap. Het muziekdoosje staat nu op een plank in de kamer. Maronier: “Ze heeft zo een waardig plekje in ons gezin. Het is ons eerbetoon aan haar, het mooiste dat we haar konden geven. Daar halen we troost uit.” 

Op haar verjaardag spelen ze het muziekje en branden ze een kaars. Ook tussendoor, op intieme momenten van het gezin of als hun kinderen van zes en drie erom vragen, gaat het speeldoosje open. Van Boxtel: “Dat houdt de herinnering levend.”

© Werry Crone

‘Deze potten herinneren mij aan mijn vader’

Leen, de vader van Lenie de Zwart (69), was nog maar een kind toen hij deze twee zuurpotten versierde. Hij bekleedde ze met stopverf en drukte er stukjes porselein in, die hij van zijn moeder had gekregen.

Als kind zat Lenie, een nakomertje in hun gezin, vaak aan tafel met haar vader te praten. Daar vertelde hij ook hoe hij de potten rond 1916 had gemaakt. Het hele huis stond en hing vroeger vol met werk van haar vader, een hobbykunstenaar.

Als ik erlangs loop, denk ik aan mijn vader

Lenie de Zwart

Maar deze jeugdwerkjes betekenden voor Lenie iets bijzonders, ook al zijn ze niet bijzonder mooi. “Ze herinnerden mij altijd aan onze gesprekjes, aan de verhalen uit zijn jeugd.” Vandaar dat ze haar moeder na haar vaders dood op een gegeven moment om de potten vroeg. Nu staan ze bij haar thuis, op een kast, op ooghoogte. “Als ik erlangs loop, denk ik aan mijn vader, aan hoe hij met zijn kleine kinderhandjes deze potten maakte.”

Ze put er geen speciale kracht uit, maar de potten troosten haar wel. “De herinnering aan mijn vader doet me realiseren dat we door verschillende generaties heen met elkaar verbonden zijn. Ik zou ze aan een van de kinderen of kleinkinderen na willen laten."

© Werry Crone

‘Mijn vader riep Joop aan en werd gered’

Veertien jaar was Joop Prins toen hij verdronk in zee. Zijn broer Gerard (90) weet nog precies hoe het ging. “Het was 1945, net na de oorlog, de eerste keer dat mensen weer het strand op mochten. Samen met de zoon van de huisarts ging mijn broer pootjebaden, zwemmen konden ze niet. Ze zijn toen meegesleurd en verdronken.”

Zijn vader, die erg aangeslagen was, had het bidprentje dat na de begrafenis werd uitgedeeld altijd bij zich, in zijn portefeuille. Op een kartonnetje aan de achterkant bevestigde hij een haarlok van zijn zoon. “Mijn vader was er vast van overtuigd dat zijn zoon, die een aardige, hulpvaardige jongen was geweest, nu in de hemel was en aangeroepen kon worden.”

Ik bid tot de heiligen, maar ook tot mijn broer

Gerard Prins

Zijn vader moest vaak naar Zweden om bloembollen te verkopen. Eén keer heeft hij daar bijna een auto-ongeluk gehad. “Mijn vader vertelde me dat hij in nood schreeuwde: ‘Joop, help mij’. Het liep goed af en mijn vader was ervan overtuigd dat Joop hem geholpen had. Anders kon hij niet verklaren hoe hij het er levend vanaf had gebracht. Zijn devotie voor de relikwie die hij bij zich droeg werd bevestigd.” Nu staat het bidprentje in de gebedshoek van Gerard Prins. Tussen foto’s van heiligen die hij vereert: Johannes Paulus II, de non Edith Stein en Maximiliaan Kolbe, de priester die in Auschwitz de plaats innam van een terdoodveroordeelde. “Ik bid tot de heiligen, maar ook tot mijn broer. Via het bidprentje sta ik in contact met hem. Zij zijn allen een steun voor mij, als het ware mijn vrienden. Ik voel geen concrete bijstand van mijn broer, daarvoor bid ik tot mijn engelbewaarder, maar ik behoud zo wel de band met hem.”

De tentoonstelling Relieken in Museum Catharijneconvent is tot en met 3 februari te bezoeken, van dinsdag tot en met zondag. 

Lees ook: Lichaamsdelen van heiligen en de sigarendoos van Pim Fortuyn: Museum Catharijneconvent koestert relieken

Op de tentoonstelling zijn niet alleen botjes van heiligen te zien, maar ook de sigarendoos van Pim Fortuyn. 'Uiteindelijk draait het om de kracht die van een voorwerp uitgaat.'

Deel dit artikel

De relieken krijgen hun kracht door de betekenis die aan ze gegeven wordt

Het is ons eerbetoon aan haar, het mooiste dat we haar konden geven

Remco Maronier

Als ik erlangs loop, denk ik aan mijn vader

Lenie de Zwart

Ik bid tot de heiligen, maar ook tot mijn broer

Gerard Prins