Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ons beeld van dieren is altijd vervormd door ons menselijke perspectief

Religie en Filosofie

Merel Kamp

© RV
Recensie

Denken over dieren
Richard David Precht
Ten Have, 147 blz.€ 18,99

De schrijver

Lees verder na de advertentie

De Duitse sterfilosoof Richard David Precht (1964) heeft een eigen tv-show op de ZDF, getiteld 'Precht' en een enorme reeks (populair) filosofische publicaties op zijn naam. Ook is hij hoogleraar aan verschillende universiteiten. Vorig jaar nog maar verscheen van zijn hand 'Ken de wereld Deel 1; een geschiedenis van de westerse filosofie'.

Het boek 'Denken over dieren' verscheen in het Duits onder de titel 'Tiere Denken' en is een voortzetting en update van het denken over dieren waarmee Precht in 1997 in zijn boek 'Noahs Erbe; Vom Recht der Tiere und den Grenzen des Menschen' begon. Deze Nederlandse uitgave is een verkorte versie van het meer dan vijfhonderd pagina's tellende Duitse origineel, dat dit jaar de Progress Award kreeg van dierenrechtenorganisatie Peta (People for the Ethical Treatment of Animals).

Uiteindelijk komt Precht uit bij een mi­ni­ma­lis­ti­sche dierenethiek

De achtergrond

Al eeuwenlang probeert de mens een harde grens te trekken tussen hemzelf en het dier en zo zijn (wrede) omgang met het dier te rechtvaardigen. Steeds weer bedacht hij iets wat uitsluitend aan de mens voorbehouden zou zijn: het leven in sociale of politieke gemeenschappen, het gebruik van de taal, het gebruik van gereedschappen, het hebben van zoiets als cultuur. Maar geen van de genoemde verworvenheden bleken bij nader (wetenschappelijk) onderzoek uitsluitend menselijk.

Ook weten wetenschappers er maar niet de vinger op te leggen wanneer en met welke ontwikkeling onze voorouders mensen werden. Er valt dus uiteindelijk geen harde grens te trekken, aldus Precht en - belangrijker - waarschijnlijk zullen we nooit weten hoe het is om een ander - dan menselijk - dier te zijn. Hier leunt Precht op filosoof Thomas Nagel die in zijn beroemd artikel 'What is it like to be a bat' (1974) stelde dat alleen de vleermuis kan weten hoe vleermuis-zijn voelt. Ons beeld van de wereld en dus ook van dieren, is altijd vervormd door ons menselijke perspectief, benadrukt Precht.

De stelling

Een functionele dier-ethiek moet je precies in dit niet-weten funderen, meent Precht. De rede dient bij zo'n ethiek een ondergeschikte rol te spelen, want eigenlijk gaat het in de ethiek niet om grote beredeneerde waarden als vrijheid en rechtvaardigheid, maar om iets wat Precht 'sensibiliteit' noemt. Bovendien laten maar weinig mensen zich in het dagelijks leven leiden door de rede.

Uiteindelijk komt Precht uit bij een minimalistische dierenethiek: 'Respect opbrengen voor interesses (van niet-menselijke dieren, red.) die je vermoedt op grond van voorzichtige analogische redeneringen; en wanneer er geen onmiddellijke noodzaak tot doden bestaat, dieren zo veel mogelijk zonder geweld tegemoet treden.'

Reden om het boek niet te lezen

Wellicht als gevolg van het inkorten, wordt deze 'nieuwe dierethiek' er met zevenmijlslaarzen en een on-Duitse Franse slag in de laatste twee hoofdstukjes doorheen gejast. Het is de vraag of Prechts pragmatische 'dieren-zo-veel-mogelijk-zonder-geweld-tegemoet-treden' geen al te magere eis is. Er zijn bijzonder veel manieren waarop de mens het dieren onmogelijk maakt om te (over)leven zonder direct geweld. Als je maar geen kwaad doet, dan doe je het al best goed, lijkt Precht haast te willen zeggen.

Lelijkste zin

Het wemelt van lelijke beeldspraken, zoals 'de brokstukken van de morele duimstok' en ongemakkelijke zinnen als: 'Olifanten en neushoorns maken indruk met hun grote omvang, die echter in het niet verzinkt tegen de horizon van de torenflats achter de muren van de dierentuin'. En dan zijn er nog onnavolgbare constructies als deze: 'Als apen over intelligentie beschikken, vermogen tot herinnering vertonen, doelgericht handelen, werk verdelen volgens de rollen van de geslachten; als hun kinderen spelen en lachen (bij bonobo's), jammeren en brullen; als andere leden van de groep worden gefopt, getroost en bestraft, en chimpansees, bonobo's en orang-oetans zichzelf herkennen in spiegelend water, dan doet dat alles een enorm beroep op hun hersenen'.

Reden om het boek wel te lezen

Waardevol aan Prechts publicatie is dat hij ons niet-weten benadrukt - natuurlijk geen nieuwe gedachte binnen de filosofie. We moeten het dier proberen te begrijpen in zijn anders zijn en er niet onze eigen wensen, verlangens en gevoelens op projecteren.

Lees hier meer boekrecensies

Deel dit artikel

Uiteindelijk komt Precht uit bij een mi­ni­ma­lis­ti­sche dierenethiek