Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederland een calvinistisch land? Dat is nou een nationale mythe

Religie en Filosofie

Marije van Beek

Peter van Dam. © Werry Crone
INTERVIEW

Nederland calvinistisch? De verzuiling lange tijd allesbepalend? Het nieuwe boek ‘Wereldgeschiedenis van Nederland’ maakt aan veel nationale mythes een einde, ook over ons religieuze verleden. Historicus Peter van Dam legt uit.

Op weg naar een koffieautomaat loopt Peter van Dam (37) routineus de wirwar van universiteitsgangen door. Hij passeert flamengo-kleurige wanden en studenten op loungebanken. Lastig voor te stellen dat hier, in dit gebouw van de Universiteit van Amsterdam, ooit een plaatselijke afdeling van de VOC zetelde.

Lees verder na de advertentie

Het maakt de werkplek van Van Dam een toepasselijke locatie voor een gesprek over het boek ‘Wereldgeschiedenis van Nederland’, waaraan hij net als ruim honderd andere historici een bijdrage leverde. Geschiedenis zoals het lang in de schoolbanken werd onderwezen, had weinig oog voor gebeurtenissen in de rest van de wereld. Met als gevolg dat het er wemelt van de nationale mythes en dat kwalijke episodes zijn verbloemd. 

Alsof Nederlanders vroeger diep van binnen allemaal theologen en dominees zouden zijn geweest

Peter van Dam, historicus UvA

Zo niet in dit boek, zegt Van Dam. “We willen laten zien dat je Nederland alleen kunt begrijpen in de context van de wereld. Daarbij gaan er heel wat mythes aan. Dat is ook de taak van een historicus: het verleden recht doen.”

Vergeleken met collega-historici had hij het makkelijk, zegt Van Dam, omdat hij zich voornamelijk met de geschiedenis van religie in Nederland bezighoudt. “Religie houdt zich niet aan landsgrenzen, dus is het al snel een internationaal thema. Denk aan de Synode van Dordrecht in 16218 en 1619, waar betrokkenen uit heel Europa heen kwamen en waarvan de uitkomsten werden verscheept naar de Verenigde Staten, om als basis te dienen voor het protestantisme daar. Ik hoefde de voorbeelden niet met een vergrootglas te zoeken.”

Eén Nederlander een dominee, twee Nederlanders een kerk, drie Nederlanders een kerkscheuring. Zo luidt het gezegde, toch?

“Ja, daar heb je meteen een van de prominentste mythes over de Nederlandse geschiedenis: de gedachte dat onze volksaard calvinistisch zou zijn. Alsof Nederlanders vroeger diep van binnen allemaal theologen en dominees zouden zijn geweest. Dat die indruk kon ontstaan, heeft ermee te maken dat historici heel lang te veel naar de kerkelijke elite hebben gekeken. En de bovenlaag, die debatteerde over theologie. Tegenwoordig hebben we als geschiedschrijvers meer oog voor het verhaal van het gewone volk. Blijkt dan dat Nederlanders een uitzonderlijke geloofsijver aan de dag legden? Welnee, een groot deel ging gewoon naar een bepaalde kerk omdat vader zei: hier gaan wij heen.”

Talloze andere verhalen dragen bij aan het beeld van Nederland als calvinistisch land. Zo is lang beweerd dat de Statenvertaling de grondlegger van de Nederlandse taal is. Onjuist, schrijft taalkundige Nicoline van der Sijs in haar bijdrage. De bijbelvertaling was al oubollig bij het verschijnen. Ook blijkt de Beeldenstorm van 1566 geen origineel Nederlands fenomeen.

“Dat wist ik zelf nog niet”, zegt Van Dam. “Die uitbarsting van iconoclasme was een internationaal gebeuren, mensen in de Lage landen volgden het voorbeeld van geradicaliseerde Hugenoten in Frankrijk.”

Hoe kwamen we bij die mythe van het calvinistische land?

“De historici die in de negentiende eeuw de oorsprong van de natie beschrijven, waren zelf van protestantsen huize. Ons land, zo luidt hun verhaal, is geboren uit de opstand tegen het dictatoriale Spanje, waarop we de vrijheid hebben bevochten. Natuurlijk: er is in Nederland altijd een flinke groep mensen met een protestantse achtergrond geweest. Dus een stukje van het verhaal klopt.

“Maar het beeld is vertekend, er zijn ook altijd veel Nederlandse katholieken geweest, alleen waren zij tweederangsburgers. Het establishment was protestants en dat zag katholieken als minderwaardig en zelfs gevaarlijk, vanwege hun vermeende trouw aan Rome. Een beetje zoals heel wat mensen nu over moslims denken. Vechten ze wel voor onze idealen? Hebben ze wel dezelfde loyaliteit?

“Eerder, ten tijde van de Republiek, vreesden protestanten dat katholieken een vijfde colonne zouden zijn. Telkens als de militaire slagkracht van de Republiek op het spel stond, moesten katholieken een toontje lager gaan zingen en kwamen de beschuldigingen weer tevoorschijn.”

Het interessante eraan is dat dat Max­ha­ve­laar­keur­merk zonder de betrokkenheid van de kerken ondenkbaar is

Peter van Dam, historicus UvA

Hoe kwamen we weer van de mythe af?

“Dankzij historici die zonder protestantse bril naar het Nederlandse verleden gingen kijken, en doordat historici vanaf de jaren tachtig in het algemeen kritischer werden over nationale mythen.

“In de loop van de tijd zijn katholieken hun negatieve stempel bovendien kwijtgeraakt. Daarvoor is de nationale eenwording belangrijk geweest, die in de geschiedenis van de Grondwet naar voren komt. In 1798 wordt in de Staatsregeling van de Bataafse Republiek voor het eerst geformuleerd dat alle burgers gelijk zijn, ongeacht hun religie. In de praktijk was dat nog niet meteen zo: joden en katholieken bleven tweederangsburgers. Maar het ideaal stond nu zwart op wit. Met als gevolg dat religieuze groepen plotseling hun eisen gaan formuleren.

“In 1848 komt de herziene Grondwet, die nog weer eens de gelijkheid van een ieder bevestigt, maar ook tegelijk de kerk op meer afstand zet van de staat. Ze maakt van kerken meer een privézaak. Daardoor werd het makkelijker om het principe dat alle burgers gelijk zijn in de praktijk te brengen. Je ziet dat katholieken meteen de gelegenheid te baat nemen.”

Van Dam pakt er een boek bij, slaat het open en laat een foto zien van drie katholieke kerkgebouwen in Amsterdam uit verschillende tijdperken. Een schuilkerk, onherkenbaar achter een gevel van een doodgewoon grachtenpand, van kort na de Reformatie. Een kerk die gebouwd is door de stadsbouwmeesters, in neoclassicistische stijl van halverwege de negentiende eeuw. En een grote neogotische kerk, die in alles een kerk is, uit de tweede helft van de negentiende eeuw.

“Dan pas kunnen ze een pontificaal gebouw neerzetten: we zijn er, we zijn anders, we hebben ook geld.”

Nog een mythe die raakt aan ons religieuze verleden is de verzuiling, zegt u.

“Ja, als je historicus bent en zo’n verhaal tegenwoordig aantreft, ga je er meteen goed voor zitten. Het is typisch zo’n nationale mythe, iets wat te mooi is om waar te zijn, te veel een verhaal over waarom we zo bijzonder zijn. Dat soort ideeën zit ons vaak in de weg. In werkelijkheid waren we helemaal niet een netjes opgedeeld land met afgesloten hokjes.

“Het woord verzuiling is gemunt door groepen die juist kritiek hadden op hun eigen religieuze leiders. Die opereerden in hun ogen te veel vanuit hun eigen beperkte kaders en zochten weinig samenwerking en verbinding. Een karikatuur dus. Maar die was zo krachtig dat de mensen aan wie de kritiek gericht was het juist wel mooi vonden. Zij draaiden het om, als positief beeld van eenheid in verscheidenheid. Ergens onderweg zijn we de oorsprong van het woord vergeten en werd het een geschiedverhaal. Maar als katholieken en orthodoxe protestanten zo’n ideaal zo graag hoog willen houden, dan weet je: het is blijkbaar niet vanzelfsprekend.

“In mijn hoofdstuk over de Oxfordbeweging kun je zien hoe dat werkt. Over die invloedrijke religieuze beweging hoor je nooit iets. Maar ze werd door het koningshuis gesteund, opereerde over kerkgrenzen heen en was liberaal van karakter. Toch is ze zo’n beetje uit de geschiedenis geschreven - juist doordat er alleen naar de groepen werd gekeken die tot zuilen konden worden gerekend.”

Zo is ook de Wereldraad van Kerken, die dit jaar zeventig jaar geleden werd opgericht, uit de geschiedenis geschreven, zegt u.

“Dat is een ongelooflijk invloedrijke organisatie is geweest, internationaal en ook in Nederland zelf. Het begon met een groep christenen die streefden naar oecumene, samenwerking tussen protestanten en katholieken. In eigen land liepen de Nederlandse aanhangers vast op de bestaande verhoudingen. Maar via de internationale omweg konden ze toch verder.

“Die route zie je vaker, ook bij vakbonden is het zo gegaan. De christelijke textielarbeiders van Enschede werden dan plots de textielarbeiders van de wereld. Een beweging krijgt zo niet alleen een grensoverschrijdend netwerk, maar de internationale dimensie geeft ook meer gewicht aan haar doel.

“De grootse manier waarop de Wereldraad zijn openingsbijeenkomst hield in het Concertgebouw in Amsterdam, in 1948, maakte indruk. Dat was wel iets anders dan: ‘Oh, daar heb je die gekke dominee weer’.”

Een van de hoofdstukken die u schreef gaat over Max Havelaarkoffie. Wat leert die geschiedenis ons?

“Max Havelaar is een keurmerk voor eerlijke koffie dat eraan bijdraagt dat boeren een goede prijs krijgen voor hun bonen. Het interessante eraan is dat dat keurmerk zonder de betrokkenheid van de kerken ondenkbaar is. En tegelijkertijd is de geschiedenis ervan geen kerk- of religiegeschiedenis. Dat geldt voor de hele fairtradebeweging: het is geen kerkelijke beweging, maar kerken speelden er van begin af aan wel een belangrijke rol in. Niet zo gek. Binnen de kerk was men vertrouwd met het idee dat er elders op de wereld mensen zijn voor wie je iets moet doen. Max Havelaarkoffie was een initiatief van Solidaridad, een christelijke ontwikkelingsorganisatie. In de tijd dat kerken aan omvang en macht inboetten, waren ze toch formidabele spelers in het maatschappelijk middenveld.

“Vanuit de religiegeschiedenis zijn dit soort maatschappelijke ontwikkelingen vaak over het hoofd gezien, terwijl gewone historici religie juist te vaak hebben genegeerd. Religie is lange tijd te weinig als een maatschappelijke factor beschouwd, ze was vooral het domein van kerkhistorici. Die hadden op hun beurt weer weinig oog voor de samenhang met het grotere geheel, voor economie en politiek - waarin ze ook niet geschoold waren. Maar zulke historici zijn van het uitstervende soort. Gelukkig doen we dat tegenwoordig anders.”

Wereldgeschiedenis van Nederland
Ambo Anthos,
750 blz. € 39,99

Een calvinistisch land? Religie in Nederland

AUP
168 blz. € 14,99

Lees ook:

In de lelijke kant van een held schuilt ook een les

In onze tijd van sociale media staat zo'n beetje alles en iedereen ter discussie. Ook de nationale helden: Nederlanders zijn toe aan een nieuwe lichting.

Onterecht weggemoffeld: de held van 1863 die vocht tegen de slavernij

Nee, er is geen standbeeld voor hem opgericht, schrijft politiek columnist Hans Goslinga, en zelfs veronderstel ik dat niet alleen zijn daden maar ook zijn naam onbekend is. Wolter van Hoëvell leefde van 1812 tot 1879 en was in ons land de grote voorvechter van het afschaffen van de slavernij in Suriname en op de Antillen. 

Deel dit artikel

Alsof Nederlanders vroeger diep van binnen allemaal theologen en dominees zouden zijn geweest

Peter van Dam, historicus UvA

Het interessante eraan is dat dat Max­ha­ve­laar­keur­merk zonder de betrokkenheid van de kerken ondenkbaar is

Peter van Dam, historicus UvA