Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Martha Nussbaum vraagt zich af: hoe komen we uit die borrelende kookpot van de angst?

Religie en Filosofie

Merel Kamp

Nussbaum ontving in 2012 de Prinses van Asturiëprijs in de categorie sociale wetenschappen. © AP
Recensie

Het koninkrijk van de angst. Een filosofische blik op angst als politieke emotie en de crisis van onze tijd’
Martha C. Nussbaum, vertaald door Rogier van Kappel
Uitgeverij Atlas Contact; 256 blz.  € 21,99
★★★☆☆

Over de auteur

Lees verder na de advertentie

Martha Craven Nussbaum (1947) is hoogleraar rechtsfilosofie en ethiek aan de universiteit van Chicago. Haar boek ‘De breekbaarheid van het goede’ (1986) over het concept van het goede leven (eudaimonia) in de klassiek-Griekse ethiek en literatuur, betekende haar doorbraak. Sindsdien is Nussbaum niet meer weg te denken uit de filosofie. Ze schreef talloze boeken over de intelligentie van onze emoties en het belang van de kunsten. Daarnaast ontwikkelde zij met de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen (1933) de vermaarde ‘capabiliteitenbenadering’ (capability approach): een filosofisch-economisch instrument voor het toetsen en funderen van sociale rechtvaardigheid en échte welvaart.

Over het boek

Directe aanleiding voor dit boek was de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in 2016 en de terreinwinst van de angst in het gepolariseerde (Amerikaanse) politieke en maatschappelijke debat. De angst die op de kaft prijkt, is dus de angst van de Trump-stemmer, voor immigranten, baanverlies, veranderende machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen enzovoorts. Maar het is ook de angst van de verlichte liberaal die de ondermijning van de democratie door de angry white man vreest. 

Van een filosofe van dit kaliber mag je meer verwachten dan een beroep op de gay best friend in een sitcom als voorbeeld van emancipatie

Wie het over angst wil hebben, ontkomt er niet aan zich ook over woede, walging en afgunst te buigen, meent Nussbaum. Alle drie vinden hun oorsprong in angst. Dus pluist zij deze fine fleur der menselijke emoties één voor één uit op zoek naar hun wortels, onderlinge kruisverbanden en politieke (dis)functionaliteit, om in het laatste hoofdstuk, een uitweg uit deze borrelende kookpot te vinden in hoop, geloof en liefde. Maar ook in enkele iets concretere voorstellen, zoals een nationale sociale dienstplicht ter bevordering van maatschappelijke cohesie en een grotere rol voor filosofie en de kunsten in het onderwijs.

© rv

Opvallende passage

Hoogtepunt vormt Nussbaums analyse van de walging – die is geboren uit de angst voor onze sterfelijkheid en lichamelijkheid – en hoe die werd en wordt ingezet als politieke emotie om sociale exclusie te rechtvaardigen. Zwarte mensen, vrouwen, homoseksuelen, Joden en moslims: allemaal zijn ze keer op keer in verband gebracht met een ‘surplus aan lichamelijkheid’ en zo doelwit (geweest) van wat Nussbaum projectieve walging noemt: “Als mensen er niet in slagen om zich helemaal te zuiveren van alles wat walgelijk aan hen is, kunnen ze echter geholpen worden door een aanvullende strategie [...]. Dat ‘fantastische idee’ is het volgende: wat als we een groep mensen aanwijzen die we kunnen beschouwen als dierlijker, zweteriger, sterker ruikend, seksueler van aard en nog meer doortrokken van de stank van sterfelijkheid dan wijzelf. Als we zo’n groep mensen kunnen aanwijzen, en die met succes in een ondergeschikte positie weten te dringen, voelen we ons misschien veiliger.”

Reden om dit boek niet te lezen

Nussbaum dreunt haar ietwat moralistische analyses van grote emoties op, zonder hun complexiteit of pijnlijkheid echt voelbaar te maken. Dat is haast een prestatie. Het beroep dat zij daarbij doet op de oude Grieken en Romeinen lijkt meer een automatisme dan een weloverwogen methode. Als ze in een passage over de emancipatie van de lhbtqi-gemeenschap  een poging doet ook eens wat hedendaagse cultuur in haar verhaal te betrekken, komt ze op de proppen met de Amerikaanse sitcom ‘Will & Grace’ (1998-2006). Door die te kijken kunnen mensen te weten komen ‘dat niet alle homoseksuele mannen dezelfde route door het leven kiezen’ [en] ‘dat ze voor vrouwen liefdevolle vrienden kunnen zijn (vaak beter dan heteromannen)’, zegt Nussbaum, die zichzelf daarmee twee ongemakkelijke stereotyperingen toestaat. Van een filosofe van dit kaliber mag je meer verwachten dan een beroep op de gay best friend in een sitcom als voorbeeld van emancipatie.

Reden om dit boek wel te lezen

Uiteindelijk betoont Nussbaum zich een ras-optimist en dat is ook wel eens prettig. Ze meent dat we gehoor moeten geven aan de kantiaanse oproep tot hoop als ‘praktisch postulaat’: “Zonder deze hoop op betere tijden zou nooit een ernstig verlangen iets nuttigs voor het algemeen welzijn te doen, het menselijk hart verwarmd hebben”, schreef Kant. Ofwel: zonder hoop is het een kille bedoening en wordt het ook niet beter.

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. U leest hun bevindingen op trouw.nl/boekrecensies.

Lees ook:

Nussbaum: ‘Kracht zit in zelfbeheersing, niet in woede’

Vroeger vond ze woede een nuttige emotie, maar daar denkt de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum nu heel anders over.

Deel dit artikel

Van een filosofe van dit kaliber mag je meer verwachten dan een beroep op de gay best friend in een sitcom als voorbeeld van emancipatie