Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Luther schiep in zijn Bijbelvertaling een taal die maatgevend werd voor wat het Duits zou zijn

Religie en Filosofie

Ger Groot

© Trouw
Column

Het Lutherjaar ligt alweer achter ons, maar één ongerijmdheid in de reputatie van de grote hervormer laat me nog altijd niet los. Geniaal was hij op talloze vlakken, zo is het afgelopen jaar breed uitgemeten. 

Theologisch, organisatorisch, zakelijk en technologisch: gewiekst maakte hij gebruik van een van de belangrijkste technische uitvindingen in de geschiedenis van de mensheid, de boekdrukkunst. En zoals blijkt uit de Bachbijbel waarvan deze week een even imposante als prijzig in een facsimile-uitgave verscheen, had dat ook nog eens een diepe invloed op de Duitse taal.

Lees verder na de advertentie

Of beter gezegd: en passant schiep Luther een nieuwe taal. Zijn Bijbeluitgave smeedde de bonte lappendeken van Germaanse dialecten aanéén tot het cultuuridioom dat nu door bijna honderd miljoen mensen gesproken wordt. Een schitterende taal bovendien, die een van de grootste literaturen uit de moderne tijd heeft voortgebracht – al kunnen steeds minder Nederlanders die nog lezen.

Kennelijk was Luther niet alleen de ‘uitvinder’ van het Duits, maar ook de grootste literator die die taal ooit heeft gekend.

In diezelfde schittering van de Duitse taal steekt echter tegelijk Luthers ongerijmdheid. Waarom vinden wij de taal die hij schreef zo mooi? Waarom lijkt elk woord op zijn juiste plaats te vallen? Waarom glanst de tekst in trefzekere beknoptheid, wanneer we Luthers woorden terughoren in Bachs Matthäus- of Johannes Passion? Kennelijk was Luther niet alleen de ‘uitvinder’ van het Duits, maar ook de grootste literator die die taal ooit heeft gekend.

Scepsis

Zoveel genialiteit gaat wringen. En dan slaat de scepsis toe. Zou er niet iets heel anders in het spel zijn: een soort logische kortsluiting, van het soort waarover de natuurkundige Klaas Landsman afgelopen zaterdag in Trouw vertelde? Hoe komt het dat de basiswaarden in het krachtenmodel van de kosmos zo goed op elkaar zijn afgestemd dat daaruit precies ónze kosmos heeft kunnen voortkomen? - zo vraagt Landman zich af. Moet er – zo meent menigeen vervolgens – achter dat toeval niet een verklarende oorzaak zitten: een scheppende God of desnoods een multiversum – waarbij wij gelukkig nèt in het goede universum terecht te zijn gekomen?

Wie de vraag zo stelt, verliest één ding uit het oog, zegt Landsman – als ik het voorbeeld dat hij geeft goed interpreteer. Schud een spel kaarten goed door elkaar, legt ze uit op de tafel en dan blijken ze blijken keurig op volgorde van kleur en waarde gesorteerd te zijn. Is dat een toeval – dat geen toeval kan zijn en dus wel om een diepere verklaring moet vragen? Welnee, zegt Landsman. Dat die kaarten zo zijn komen te liggen is op zich helemaal niets bijzonders: niet méér bijzonder althans als bij welke andere volgorde ook. Het feit dat wij dat op opmerkelijk vinden, ligt alleen aan onze verwachting. Of beter gezegd: aan het feit dat déze volgorde overeenkomt met de regels van het spel waarin die kaarten hun rol spelen – en waarin schoppenvrouw (meestal) meer waard is dan schoppenboer.

Hoe geniaal Luther op veel gebieden ook geweest mag zijn, de filosofie hoorde daar niet bij

Zo is het ook met onze verwondering over het universum. Dat dat zo in elkaar zit dat wij daarin kunnen leven èn ons daarover kunnen verwonderen, is alleen maar relevant wannéér het zo in elkaar zit. Want in elk ander geval waren wij er waarschijnlijk niet geweest – en was er dus ook geen verwondering geweest. Wil iemand kunnen uitroepen: ‘Vinger Gods, wat zijt gij groot’, dan veronderstelt dat al die ogenschijnlijke toevalligheid, die in werkelijkheid een noodzakelijke voorwaarde is. Over de noodzaak van het feit zèlf zegt dat niks, laat staan over een Goddelijke voorzienigheid.

Misverstand

Een filosoof zou zeggen: verwondering over het bestaan is dus gegeven met het menselijk bestaan– niet omdat wij bestaan, maar omdat wij (geworden) zijn wat wij zijn: wezens met een bewustzijn dat zich kán verwonderen. En omdat dat laatste een onomstotelijk feit is, gaan we van de weeromstuit denken dat het niet anders had gekund. Dat is een misverstand, maar een wereld waarin we niet zouden hebben bestaan kunnen we ons eigenlijk niet voorstellen – omdat onszelf ín dat voorstellen altijd mee-veronderstellen. Er moet tenslotte iemand zijn die zich die voorstelling maakt.

Ik weet niet of dit soort ideeën aan Luther besteed zouden zijn geweest. Hoe geniaal hij op veel gebieden ook geweest mag zijn, de filosofie hoorde daar niet bij, vermoed ik. Maar daardoor krijgt mijn scepsis over zijn literaire genialiteit wel meer grond onder de voeten. Want is er in de bewondering voor Luther als schrijver niet sprake van net zo’n logische cirkelredenering als bij Landmans kaartspel? Zitten Luthers rol als taalschepper en die als literator elkaar niet in de weg?

Luther schiep in zijn Bij­bel­ver­ta­ling een taal die maatgevend werd voor wat het Duits zou zijn

Criterium

Of beter gezegd: wordt die laatste niet automatisch voortgebracht door de eerste? Luther schiep in zijn Bijbelvertaling een taal die maatgevend werd voor wat het Duits zou zijn – doordát hij in veel opzichten ‘het Duits’ schiep. Zo kon wát hij schreef meteen het criterium worden voor wat in die taal als mooi, juist en zelfs subliem is gaat gelden. En vinden wij zijn werk zo schitterend omdat het zelf de maatstaf is waarmee ‘het Duits’ gemeten wordt – als de slager die de keurmeester is van zijn eigen vlees.

Ironisch genoeg maakt dat voor onze bewondering voor Luthers taal helemaal niets uit. Zoals wij ons ook over ons eigen bestaan niet mínder gaan verwonderen wanneer we weten dat die verwondering daarmee nu eenmaal noodzakelijkerwijs gegeven is. Misschien beleven we er zelfs heimelijk plezier aan: een cirkelgang die ons een rad voor ogen draait – maar niets afdoet aan het ontzag dat wij niettemin wèrkelijk ervaren.'

Lees hier meer columns van Ger Groot


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Kennelijk was Luther niet alleen de ‘uitvinder’ van het Duits, maar ook de grootste literator die die taal ooit heeft gekend.

Hoe geniaal Luther op veel gebieden ook geweest mag zijn, de filosofie hoorde daar niet bij

Luther schiep in zijn Bij­bel­ver­ta­ling een taal die maatgevend werd voor wat het Duits zou zijn