Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Komen we ooit af van het zwaarlijvige schuldgevoel?

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

Obesitas wordt gezien als maatschappelijk probleem. © Hollandse Hoogte / Katrien Mulde
Filosofisch Elftal

De afspraken waarmee staatssecretaris Blokhuis gezonder leven wil bevorderen, zijn te slap genoemd, ook in Trouw. Ze worden vanzelf harder.

Dankzij het nieuwe Preventieakkoord gaat het misschien lukken het aantal rokers in Nederland terug te dringen. Drastische ontmoediging moet daarvoor zorgen: zo moeten rookruimtes in horeca en bedrijven verdwijnen, en gaat een pakje sigaretten in 2023 tien euro kosten. Onze verslaving aan suiker, vet en alcohol zal in 2040 waarschijnlijk niet zijn teruggedrongen. Er komt geen alcoholtaks en ook geen suikertaks. Verwonderlijk is dat niet, want de tabaksindustrie is van de overlegtafel geweerd, de andere branches mochten wel meepraten. Is dat eigenlijk terecht? Zwaarlijvigheid en alcoholisme vormen toch net zo goed een maatschappelijk probleem?

Lees verder na de advertentie

“Dat de tabaksindustrie niet mag meepraten is logisch, daar valt qua gezondheid echt niets te behalen”, zegt Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit. “Voor de voedingsindustrie ligt dat anders. Voedsel heeft een enorme impact op onze gezondheid, maar ook op het milieu. Je hebt die producenten dus nodig als je een gezondere samenleving wilt. Dat er nu een akkoord ligt is goed nieuws, want binnen het huidige neoliberale klimaat wordt gezondheid meestal overgelaten aan de markt en de private sector. Maar als zoveel Nederlanders lijden aan overgewicht, moet je inderdaad samen aan tafel gaan zitten.”

“Maar waaróm wordt obesitas, net als roken en alcoholgebruik, eigenlijk gezien als maatschappelijk probleem, niet alleen als individueel probleem?”, reageert politiek filosoof Ivana Ivkovic. “Dat is niet altijd zo geweest. Pas sinds de zorgkosten stijgen ligt daar ineens een kwestie.

“Hier komen drie dingen bij elkaar. Stap één: obesitas is een maatschappelijk probleem, stap twee: het individu is verantwoordelijk (“eet eens wat gezonder”), stap drie: het individu kan de verantwoordelijkheid niet aan en dús moeten we hardere maatregelen nemen. Maar dit verlost het individu niet van haar of zijn schuldgevoel. En daar zit iets schizofreens in. We hebben toch gezegd: het lukt je niet alleen? Waarom voelt iemand die zwaar is zich dan zo ellendig?”

Als je niet zeker weet of je morgen nog geld voor dat taartje hebt, beslis je om er op dít moment van te genieten

Marli Huijer

Huijer: “Het is ook maar de vraag of overheid, industrie en gezondheidsorganisaties kunnen bepalen wat voor jou het goede leven is. Uit onderzoek van Klasien Horstman (hoogleraar filosofie van de publieke gezondheid in Maastricht, red.) blijkt bijvoorbeeld dat iemand met veel geld heel anders over snacken kan denken dan iemand die weinig te besteden heeft. Als je niet zeker weet of je morgen nog geld voor dat taartje hebt, beslis je om er op dít moment van te genieten. Genot weegt dan zwaarder. Dus het perspectief van de één kan heel anders zijn dan dat van de ander. Daar moet je als overheid over nadenken.”

Ivkovic: “Bovendien is er een forse groep obesitas-patiënten die echt niet kunnen afvallen. Ze hebben een leven van mislukte diëten achter zich en voelen zich doodongelukkig. Dat wordt er in het huidige gemoraliseerde klimaat niet beter op, want het is eigenlijk nooit goed genoeg. Je móet je schuldig voelen als je plannen om af te vallen niet zo goed lukken.”

Huijer: “Maar je kunt het mensen wel degelijk makkelijker maken. Alleen moet je dan uitgaan van hun eigen omgeving en van concrete problemen. Stel dat ouders een leerkracht laten weten dat hun kind veel last heeft van zijn of haar zwaarlijvigheid. Dan heb je een aanknopingspunt. Je kunt bespreken wat het makkelijk zou maken om af te vallen – en ook hoe school en ouders daaraan kunnen bijdragen. Dat zit hem vaak in de inrichting van de leefomgeving. Het maakt enorm uit of je kunt buitenspelen of niet. Het helpt als je een stukje moet lopen naar de supermarkt.”

Ivkovic: “Want wat mij opviel aan het preventieakkoord is dat er alleen wordt gepráát over de factor slechte buurt. De overheid erkent dat obesitas in armere wijken een veel groter probleem is dan in rijke. Inderdaad, zou ik zeggen: kinderen uit armere wijken eten vaak slecht omdat ze thuis geen ontbijt krijgen. Maar op dat probleem komt geen antwoord, dan is er ineens sprake van ‘ingewikkelde sociale factoren’, dus kunnen we het niet zo goed aanpakken als het roken. Ja, omdat je weigert het probleem te zien als sociale problematiek.”

Huijer: “Dat zou juist een goede reden zijn om naar de inrichting van de sociale omgeving te kijken. In samenspraak met ouders, kinderen, school, sportclubs, winkels en andere betrokkenen kun je de buurt zo inrichten dat het geen moeite kost om gezond te eten en te bewegen. Op dit moment verleidt onze manier van leven ons voortdurend om zoet en vet voedsel tot ons te nemen en de hele dag zittend door te brengen. Als je bij de supermarkt kunt parkeren, als ín die supermarkt de chips in het zicht liggen en de cola in de aanbieding is, maak je het mensen extra moeilijk.”

Ik ben er niet tegen dat je snoep, sigaretten en alcohol uit het zicht houdt, maar het lijkt me wel symp­toom­be­strij­ding

Ivana Ivkovic

Ivkovic: “Ik ben er niet tegen dat je snoep, sigaretten en alcohol uit het zicht houdt, maar het lijkt me wel symptoombestrijding. Zo van: weet je wat, we doen iets minder suiker in de cola en zetten die één schap hoger. Maar waaróm eet iemand buitensporig veel? Hoe wordt iemand alcoholist? Niemand vraagt zich dat nog af. Vergeet niet: de eerste epidemieën van alcoholisme zag je aan het begin van de industrialisatie. Mensen trokken vanuit hun dorpen naar de stad. Ze werden weggerukt uit hun sociale verbanden, werkten lange uren in de fabriek – en verdronken al hun loon. Dat werd gezien als een sociaal probleem, wat het ook was.

“Maar dat geluid hoor je niet meer. Eerder het omgekeerde; ik verwacht alleen maar hardere maatregelen, ook tegen drank en ongezond eten. Dus je kunt het een slap akkoord noemen. Maar ik denk dat we er nog naar terug zullen verlangen.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen.

Lees ook:

Betuttelend beleid? Misschien, maar Paul Blokhuis heeft een missie

We moeten gezonder leven, vindt het kabinet. Minder roken, drinken en snacken. Deze week maakt staatssecretaris Paul Blokhuis zijn Nationaal Preventieakkoord bekend. Hoe hard zijn de plannen?

Deel dit artikel

Als je niet zeker weet of je morgen nog geld voor dat taartje hebt, beslis je om er op dít moment van te genieten

Marli Huijer

Ik ben er niet tegen dat je snoep, sigaretten en alcohol uit het zicht houdt, maar het lijkt me wel symp­toom­be­strij­ding

Ivana Ivkovic