Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Juist de kerk mag nooit een elite blijven

Religie en Filosofie

Stijn Fens

© Jorgen Caris
column

Ik loop door Antwerpen als er een zachtheid over mij neerdaalt die weldadig aanvoelt. Ik sla een zijstraat in en kijk in de etalage van een kledingzaak. Anonieme poppen in feest­kleding. Omdat het december is. Net op dat moment klikt iemand in mijn hoofd een speellijst aan. Ik word mijn eigen Spotify en hoor levensgroot ­‘Maria die zoude naar Bethlehem gaan, kerstavond voor de ­noene.’

Ik moet in de Kammenstraat 51 zijn, vlakbij de Groenplaats, in de schaduw van de kathedraal. Met aandacht loop ik de nummers van de Kammenstraat af. Tweehonderd ­meter verder zie ik een kerk staan. Daar moet het zijn. Maar nee, dat is te ver. Was er maar een ster waar ik achteraan kon lopen.

Lees verder na de advertentie

Dus loop ik terug, een poort door en dan ben ik er. Een oud-klooster met veel licht. In dit complex zetelt de Sant’Egidio-gemeenschap. Ik schreef op deze plek al eens over hen. Over stichter Andrea Riccardi, die in 1968 als jonge student besloot om – geïnspireerd door het evangelie – de kwetsbaarsten van Rome te gaan helpen: de armen, daklozen, ouderen en vluchtelingen.

Vijftig jaar later zoekt Sant’Egidio in tientallen landen mensen op in de verloren gebieden van de steden. Ook in Amsterdam en al veel langer hier in Antwerpen. Vanavond wordt hier een boek van Andrea Riccardi gepresenteerd en ik ga ook wat zeggen.

Maar eerst leidt Hilde Kieboom, de voorzitster van Sant’Egidio in de lage landen, mij rond in dit centrum en opent daarbij allerlei deuren, waarachter zich steeds weer een andere wereld bevindt. Zoals een mensa waar de kwetsbaren van ­Antwerpen eten of een ruimte met douches en wasmachines. Een ­zwerver komt halfnaakt uit de douche. Dan is er nog ‘Simeon en Hanna’, wel het fijnste en kleinste rusthuis voor ouderen van België genoemd. Aan tafel zitten zes bewoners aan de soep. Ik geef ze allemaal een hand. Eén oudere ligt boven in bed. Hij heet Michel. “Mogen we hem even begroeten?”, vraagt Hilde. “Natuurlijk hoor”, zegt een begeleidster.

Op de kamer van Michel is het licht aan. Als een kind, gewikkeld in doeken, ligt hij in bed. Hij is wakker. Ik geef hem een hand en zeg wie ik ben. Er gaat veel in het hoofd van Michel om, dat kan ik wel zien. Hilde praat met hem. Maar veel zegt hij niet terug. Wel houdt hij mijn hand vast. Hij klemt hem bijna af. Op een lieve manier. Zijn handen voelen aan als die van een baby.

Alle grote revoluties begonnen ooit in een uitverkoren, kleine kring. Met twaalf apostelen, vier Beatles en één zwarte vrouw die haar plaats in een bus weigert af te staan aan een blanke.

Later die avond mag ik in een ­grote zaal iets zeggen over ‘Alles kan veranderen’, het interviewboek waarin Andrea Riccardi reflecteert over heden, verleden en toekomst van Sant’Egidio. Een mooi boek, een soort theologie van de marginalen. ‘Ik geloof dat het een functie is van de christenen, ook van de Gemeenschap van Sant’Egidio, om een milieu of een hele wereld te verontrusten en te laten dromen, door iedereen ervan te doordringen dat verandering zeker mogelijk is’, zegt Riccardi ergens in het boek.

Een mooi visioen.

Maar wat doe je met mensen die niet met jou mee willen dromen, die geen Michel kennen? De verweesden van onze samenleving die niet in verandering geloven, behalve door de kracht van gele hesjes. Ook zij komen uit de periferie, uit verloren gebieden. Wat doe je dan als Sant’Egidio, als kerk om ze te winnen voor jouw visioen? Zoek je hen ook op? Houd je ook hun hand vast?

Deze tijd van ‘universele duizeligheid’ (Riccardi) schreeuwt om een droom, een groots idee, maar veel mensen luisteren niet meer naar de overbekende dromers uit het verleden. Voor hen hoort de kerk bij de gevestigde orde, zelfs bij de elite. Begrijp me goed: er is niks mis met een elite. Alle grote revoluties begonnen ooit in een uitverkoren, kleine kring. Met twaalf apostelen, vier Beatles en één zwarte vrouw die haar plaats in een bus weigert af te staan aan een blanke. Maar juist de kerk mag nooit een elite blijven.

Rond tien uur loop ik de poort weer uit en vraag me af hoe het nu met Michel is. Dan zie ik een groep herders de hoek om komen, hun schapen om zich heen. Ze komen mijn kant op. “We zoeken Michel”, roepen ze me toe. Als ze in het licht komen zie ik dat ze gele hesjes dragen.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven.

Deel dit artikel

Alle grote revoluties begonnen ooit in een uitverkoren, kleine kring. Met twaalf apostelen, vier Beatles en één zwarte vrouw die haar plaats in een bus weigert af te staan aan een blanke.