Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Islam uit de eerste hand: een overzicht van de belangrijkste rechtsregels

Religie en Filosofie

Lodewijk Dros

Fragment uit omslag ‘Bid, vecht en heers’ © TR BEELD
Interview

Met de eerste Nederlandse vertaling van de jurist Ibn Taymiyya gunt Machteld Allan de lezer een kijkje in de bron van salafisten en andere moslims.

Hij is al zeven eeuwen dood, maar haalt regelmatig de krant. Bijvoorbeeld toen Mohammed B. zich op hem beriep voor zijn moord op Theo van Gogh, of na de aanslagen in Brussel die Islamitische Staat opeiste onder het citeren van zijn werk.

Lees verder na de advertentie

En laatst nog, toen er boeken van hem opdoken in de gevangenisbibliotheek van Vught, waar terroristen hun straf uitzitten. De schrijver ervan, de Damascener rechtsgeleerde Ibn Taymiyya (1263-1328), is de grondlegger van het jihadisme, zei de Vlaamse jihaddeskundige Montasser AlDe’emeh in De Telegraaf, die het erg riskant vond om die boeken zonder toezicht van een islamitische leraar ter beschikking te stellen aan terroristen. Het CDA stelde Kamervragen, islamdeskundigen spraken van ‘de kat op het spek binden’.

Ibn Taymiyya krijgt de schuld van alle narigheid van de islam

“Allemaal onzin”, zegt Machteld Allan, vertaler en inleider van Ibn Taymiyya’s traktaat ‘Regeren in overeenstemming met Allahs Wet ter hervorming van de herder en de kudde’, dat deze week verschijnt als ‘Bid, vecht en heers’. Volgens Allan gebruikt AlDe’emeh de term jihadisme én Ibn Taymiyya als ‘afleidingsmanoeuvre’. “Jihadisme is een moeizame term, want jihad is nooit het doel, hoe zeer salafisten deelname eraan ook verheerlijken. Jihad is het middel om een staat op te tuigen die de bepalingen van Allah’s Wet kan opleggen. Zo’n shariastaat is het doel. En die arme Ibn Taymiyya wordt weer eens beschuldigd van de zonden van de hele islam. Terwijl alles wat hij over de jihad zegt, keurig is ingebed in de Koran en de Soenna van de profeet Mohammed. Hij steggelde wel met andere rechtsgeleerden, maar dat ging voornamelijk over theologische kwesties. Over de jihad zijn alle orthodoxe rechtsscholen het in essentie met elkaar eens. Als je als moslim bezwaren hebt tegen de jihad, moet je daarom bij de profeet zijn, niet bij Ibn Taymiyya.”

Sympathie voor de man

Historica en arabiste Allan begon haar vertaling als opmaat naar haar proefschrift, maar besloot het als apart boek uit te brengen. “Dit boek gaat niet óver, maar is ván de islam. Wie het leest, kan zich vanuit de eerste hand een mening vormen.”

Het vertalen fascineert Allan. “Dichter bij een dode auteur kun je bijna niet komen. Op een gegeven moment weet je wat hij in de volgende alinea ongeveer gaat zeggen. Allengs heb ik ook sympathie opgevat voor de man, iets wat ik wel meer zie gebeuren bij niet-moslimse academische onderzoekers.”

“Hij was nogal een Prinzipienreiter die geen blad voor de mond nam. Ik begrijp heel goed waarom de salafisten hem zo leuk vinden: hij gaf geen krimp tegenover de politieke en religieuze machtselite. Hij schreef gewoon dat ze in zijn ogen Allah en de profeet verraadden met hun vriendjespolitiek, al belandde hij daardoor in een kerker. Wij zouden hem misschien een gewetensgevangene noemen. Voor salafisten is hij een martelaar.”

In dit citaat neemt hij die elite de maat:

Als de machthebber zich afkeert van de betere en meer geschikte man en een ander kiest vanwege verwantschap tussen hen, vanwege een vriendschap, een gedeelde achtergrond, rechtsschool, soefi-orde of nationaliteit zoals Arabierendom, Perzendom, Turkendom of Griekendom, of omdat hij smeergeld van hem ontving, materieel of in de vorm van diensten, of vanwege nog een andere reden, bijvoorbeeld vanwege oud zeer in zijn hart tegen de betere man of vijandschap tussen hen beiden: hij is een verrader van Allah en van de profeet van de gelovigen. Hij is een grijze zone binnengegaan die de Allerhoogste in de volgende woorden heeft verboden: ‘Jullie die geloven! Wees niet ontrouw aan God en de profeet en de dingen die jullie toevertrouwd zijn [amānāt] terwijl jullie beter weten.’

Al schrijvend

In de ordening en uitleg van al die oude wetsteksten ziet Allan een creatieve schrijver aan het werk. Een man ook die ‘iets tragisch’ had. “Er zit een scherpe filosoof in hem. Maar de islam had de zelfstandige rede helaas afgeschaft, want de rede was verregaand onbetrouwbaar. Wat de mens zelf bedenkt, kan natuurlijk niet op tegen het Woord van Allah. Ibn Taymiyya verpakt zijn filosofie daarom in fatwa’s, juridische adviezen op basis van de Koran en de verhalen over de profeet Mohammed, die hij zo rangschikt dat ze samen een volwaardig politiek-filosofisch betoog vormen. Hij werkte essayistisch: al schrijvend ontwikkelde hij zijn gedachten.”

Het traktaat biedt een overzicht van de belangrijkste rechtsregels. Ook de beruchtste, die al vaker goed waren voor Kamervragen. Zoals die rond ‘sodomie’; homoseksualiteit is een doodzonde, maar over de uitvoering van dat vonnis kun je debatteren, blijkt uit het volgende.

Omslag ‘Bid, vecht en heers’ © TR BEELD

Wat sodomie betreft zeggen sommige rechtsgeleerden dat de straf hiervoor dezelfde is als de straf voor overspel [steniging]. Anderen zijn van mening dat een lichtere straf geldt. De juiste handelswijze, die overeengekomen werd door de Metgezellen: breng beide ter dood, zowel de boven- als de onderliggende partij, ongeacht of ze juridisch aansprakelijk zijn of niet.

De Metgezellen verschilden niet van mening over de doodstraf, maar wel over de manier waarop. Er wordt verhaald op gezag van [Abū Bakr] al-Siddīq dat de profeet gebood hem [de sodomiet] in brand te steken. Op gezag van anderen: gewoon doden. Op gezag van sommigen van hen dat een muur over hem heen geduwd wordt tot hij sterft onder het puin. En weer anderen dat ze op de goorst stinkende plek moeten worden opgesloten tot ze sterven. En nog anderen dat ze op de hoogste muur van het dorp gehesen moeten worden en dan eraf gegooid, gevolgd door stenen, zoals Allah heeft gedaan met het volk van Lot [de inwoners van Sodom]. Dit wordt verhaald op gezag van Ibn ‘Abbās.

En weer een ander relaas zegt: stenig hem. Dit is de opinie van de meerderheid van de salaf [de eerste moslims]. Zij zeggen: omdat Allah het volk van Lot stenigde, moet de overspelige naar gelijkenis van het volk van Lot gestenigd worden, beiden, wanneer ze meerderjarig zijn, ongeacht of ze vrijen of slaven zijn, of dat één van beiden een vrije is en de ander een slaaf. Wanneer één van beide niet meerderjarig is, breng dan een straf toe die minder is dan de doodstraf; stenig alleen bij meerderjarigheid.

Andermans kudde

Ibn Taymiyya heeft met zijn boek een veel groter doel voor ogen dan een overzicht van regels. Hij gebruikt ze als de bouwstenen voor een politieke filosofie, waarvan ‘amana’ het fundament is. In haar inleiding vergelijkt Allan dat begrip met het christelijke idee van rentmeesterschap. “De mens is tot het einde der tijden als voogd, als opzichter, aangesteld over de schepping. De aarde met alles erop en eraan is niet van de mensen, maar van Allah. De mens is slechts als de herder die andermans kudde weidt, om Ibn Taymiyya’s beeldspraak te gebruiken.”

Er zijn twee amana’s. De ene betreft macht. Een land heeft een adequate leider nodig - alles beter dan anarchie. In de verte doet Ibn Taymiyya denken aan Machiavelli. Grote verschil: Machiavelli schakelde de christelijke ethiek uit voor een optimale machtsuitoefening, voor Ibn Taymiyya is die macht juist een onderdeel van de islamitische ethiek.

De tweede amana gaat over goederen: die moeten door jihad onder islamitisch beheer komen. Allan: “De zaken die christenen hebben geleerd te verachten, macht en geld, krijgen in de islam zo een zekere sacraliteit. Oorlogvoering, politiek leiderschap en zoiets profaans als belastingheffing, zijn middelen om dichter bij Allah te komen.”

Auteur Machteld Allan © Maria van Rooijen

Hoe om te gaan met eigendommen van niet-moslims, legt Ibn Taymiyya zo uit:

Fay’ is wat van de ongelovigen [kuffār] genomen wordt zonder gevecht. En het wordt fay’ genoemd omdat Allah afā’a-hu - het aan moslims teruggaf uit handen van de ongelovigen.

Het principe is hier, dat Allah de Allerhoogste de goederen heeft geschapen om de vrome toewijding aan hem te ondersteunen, omdat hij al zijn schepselen heeft geschapen om hem toegewijd te zijn.

Wat betreft de ongelovigen heeft hij toegestaan de zielen [te doden] die hem niet toegewijd zijn en de goederen te nemen die niet gebruikt worden ter toewijding aan hem, ten behoeve van de toewijding door de gelovigen die hem dienen, en hij gaf hun [de moslims] terug in de vorm van buit wat hun rechtmatig toekwam, zoals iemand een ontstolen erfenis geretourneerd krijgt.

Het uiteindelijke doel is om iedereen onderhorig te maken aan Allah’s Wet, en dus aan een overheid die de sharia oplegt. Joden en christenen mogen onder dat regime leven, als ze de speciale hoofdelijke belasting voor niet-moslims maar ‘in nederigheid’ afdragen.

Volksheld

Volgens Allan zit het bijzondere van Ibn Taymiyya niet in het vaste repertoire aan islamitische regels, maar in zijn literaire kracht. En in zijn aantrekkingskracht op de ‘doe-het-zelf-islam’ van slimme jongeren die ‘zonder wortel of traditie’ - los van de matigende cultuur uit Marokko of Turkije - in huiskamerbijeenkomsten en met rondreizende imams hun eigen zuivere godsdienst samenstellen, met een beroep op de eerste generatie na de profeet.

“Volgens een reisverhaal uit die tijd was Ibn Taymiyya een razend populaire prediker. De elite keek in de moskee van Damascus tandenknarsend toe hoe hij tijdens de preek, de kansel aflopend, zei: ‘Zo daalt de openbaring af.’ Die metafoor was natuurlijk je reinste antropomorfisme, en je ziet die rechtsgeleerden door zeven eeuwen heen nóg fronsen. Maar het publiek genoot ervan, hij was een volksheld, een echte populist.”

Ibn Taymiyya is nog immer populair. Zijn zegetocht begon in Saudi-Arabië, dat zijn werk wereldwijd heeft gepromoot. “De ironie is dat zijn puritanisme als een boemerang in het gezicht van de Saudische machthebbers belandt. Wie hem serieus neemt, zoals Osama bin Laden deed, ziet dat dat koningshuis bepaald niet leeft in overeenstemming met Allah’s Wet.”

Lichtere straf

“Zelf voegde Ibn Taymiyya zich ook niet in de coterie van sultan en geestelijkheid, hij hield vast aan zijn principes, waardoor hij in de gevangenis terechtkwam. Daar is hij ook gestorven. Dat maakte hem tot een martelaar die moslims nog steeds inspireert om de politieke en religieuze elite links te laten liggen en zelf aan de slag te gaan met hun geloof.”

Wat sodomie betreft zeggen sommige rechtsgeleerden dat de straf hiervoor dezelfde is als de straf voor overspel [steniging]. Anderen zijn van mening dat een lichtere straf geldt.

Fay’ is wat van de ongelovigen [kuffār] genomen wordt zonder gevecht. En het wordt fay’ genoemd omdat Allah afā’a-hu, het aan moslims teruggaf uit handen van de ongelovigen.

Ahmad Ibn Taymiyya
Bid, vecht en heers
Vertaling en inleiding Machteld Allan, voorwoord Ayaan Hirsi Ali
Prometheus, 280 blz., € 24,99

Historica en arabiste Machteld Allan (1964) doceert rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Lees ook:

Salafisme is altijd een kwaadaardige ideologie

Het salafisme is dé voedingsbodem van moslimterreur. Door de ogen hiervoor te sluiten, dupeert de overheid onbedoeld alle moslims, betoogt arabist en islamoloog Halim El Madkouri.

Het ene salafisme is het andere niet, maar de agressieve varianten kunnen we niet negeren

Mensen geloven de gekste dingen en het aardige van onze samenleving is dat dat nog mag ook, schrijft Stevo Akkerman in zijn column.

Deel dit artikel

Ibn Taymiyya krijgt de schuld van alle narigheid van de islam