Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In het voetspoor van Gods pionier op Celebes

Religie en Filosofie

Jacqueline Maris

Pieter en Anna ten Kate in Nederlands-Indië © Archief familie Ten Kate
Reportage

Begin vorige eeuw werden de opstandige bewoners van de hoogvlaktes van Midden-Celebes met harde hand onder Hollands gezag gebracht. Daarna konden zendelingen er aan de slag, onder wie Pieter ten Kate. Een reis in zijn voetsporen naar het dorp waar hij honderden mensen wist te bekeren.

‘Daar hebben we botten gevonden’’, joelen de kinderen. “Van een Hollander!” Ze wijzen naar een tomatenplant in de schooltuin. Het zou kunnen, zegt Dike ten Kate, dat haar opa op dit voormalige zendingsterrein op Sulawesi ligt. In zijn brieven vond ze een tekeningetje van deze begraafplaats.

Lees verder na de advertentie

Pieter ten Kate stapte 110 jaar geleden op de trein naar Genua. Vandaar reisde hij per schip naar de Verre Oost om zijn ideaal te verwezenlijken: het christendom brengen op de afgelegen Napoe-hoogvlakte in Celebes, het huidige Sulawesi. Honderden brieven schreef hij, naar huis en naar de kerkgemeente in Sliedrecht, voor hij in 1918 bezweek aan de Spaanse griep. Zijn zoontje Roelof was toen twee jaar. Roelof is de vader van de 68-jarige Dike ten Kate uit het Gelderse dorp Ophemert, die er jarenlang van droomde in de voetsporen van haar opa op reis te gaan. Nu is het zover.

De reis van Pieter ten Kate op Celebes, het huidige Sulawesi © Sander Soewargana

Behoedzaam loopt ze tussen omgevallen grafstenen door op de enorme begraafplaats van Poso. Een deken van onkruid ligt over de dodenakkers tussen de met lianen begroeide bomen. Eén graf wordt schoongehouden; onder een afdakje ligt zendeling-etnoloog dr. N. Adriani die zeven jaar na Pieter ten Kate na een kort ziekbed stierf. Zij kenden elkaar uit de tijd dat Ten Kate op de zendingsschool in Rotterdam zat en bij dr. Adriani inwoonde. Zielsverwanten waren ze, met een grote liefde voor de inheemse talen en culturen van Midden-Celebes. Nadat Dike meer dan een uur dik groen heeft weggetrokken om uitgesleten in steen gebeitelde letters te kunnen ontcijferen geeft ze het op. Pieter ten Kates graf komt niet tevoorschijn.

De Napoe dulden de vreemdeling maar zijn niet erg onder de indruk van zijn gods­dienst­oe­fe­nin­gen

Toen Pieters vrouw Anna – oma Ten Kate – in 1969 overleed, liet ze een kist na waarin ze de relikwieën van de ‘gelukkigste jaren van haar leven’ had bewaard. Brieven, foto’s, Napoese kleren, documenten en snuisterijen. In een klein rond doosje zat een diastrip met ook foto’s van opa en oma; zendeling Engelbert Dijkhuis die in de jaren dertig en veertig op midden-Celebes zat, gebruikte deze voorstelling als hij langs kerken toerde om geld op te halen.

Het landschap dat er op de oude foto’s zo lieflijk uitziet, was het gebied van de Napoe die berucht waren vanwege strooptochten naar de kust waarvan ze meestal met slaven terugkwamen. Dat schrijven zendeling Alb. Kruijt en dr. Adriani, toonaangevende bronnen uit die tijd. Buitgemaakte vrouwen werden lid van de gemeenschap, mannen hadden geluk als ze niet als mensenoffer eindigden om daarmee een moordenaar vrij te kopen of om eer te bewijzen aan een notabele. Vastbinden en doodhakken in een van de tempels was het gangbare ritueel. Hier stuurde het Zendingsbestuur Pieter ten Kate heen om er als eerste de blijde boodschap te verkondigen.

Tot 1905 waren de hoogvlaktes van Midden-Celebes een blinde vlek op de koloniale kaart geweest. Om met de lokale hoofden te onderhandelen stuurde het gouvernement er expedities heen, die vriendelijk doch beslist werden teruggestuurd omdat de ‘geesten het er niet mee eens waren’. Deze ‘overmoed’ van de Napoe moest worden beteugeld, vond het Hollands gezag, desnoods met harde hand. De militaire Operatie Rust en Orde moest de Napoe en hun broedervolken definitief onderwerpen. Na de overname volgde onmiddellijk het verbod op koppensnellen, op de godsoordelen waarbij het lot over leven of dood besliste en op slavernij. De ‘heerendienst’ werd ingevoerd; een aantal weken per jaar moesten de Napoe voor het Hollands gezag wegen aanleggen en dorpen bouwen.

Pieter ten Kate in Kasigoentjoe © Archief familie Ten Kate

Leven in de toekomst

De onvrede met het nieuwe bewind is niet voorbij als de 28-jarige Pieter ten Kate in november 1908 na een lange bootreis in havenstad Poso aan land stapt. Het Zendingsbestuur geeft geen toestemming verder te reizen en vanuit het net gebouwde christelijke dorp Kasigoentjoe ziet Pieter in de verte de lonkende bergketen waarachter Napoe ligt. Hij blijft van zijn missie dromen en schrijft: “Zendelingen leven nu eenmaal in de toekomst. En de toekomst voorspelt hun iets goeds. Dat is het heerlijke in ons werk; dat geeft moed om vooruit te gaan.” In afwachting van zijn vertrek laat hij de kisten met zijn Hollandse spullen gesloten.

Dan is het zover. In één dag loopt hij met zijn dragers naar de voet van de bergketen. Over slingerende paden klimmen ze naar boven, over een afstand van 52 kilometer. De tweede nacht slapen ze op zestienhonderd meter hoogte, om de derde dag nog eens vijfhonderd meter te klimmen. Ze komen langs de berg Tineba, waar dik mos op bomen en aarde alle geluid dempt. Als de jonge zendeling van zijn dragers hoort dat hier de geesten van de Napoe wonen, beseft hij dat zijn taak niet eenvoudig zal zijn. Eenmaal boven de boomgrens ziet hij voor zich de enorme groene vlakte: het land waar hij wil zaaien en oogsten. Omdat het onrustig is in Watoetaoe, zijn eindbestemming, blijft hij nog maandenlang in Ga’a aan de rand van de vlakte. Hij pakt er al wel zijn kisten uit. Het deksel van de soepterrine is gebroken en het sleuteltje van de klok is in Nederland achtergebleven. Maar als het moet, zo schrijft hij, maakt hij een zonnewijzer.

Barre tocht

Zelfs nu is het nog een barre tocht over de bergweg die Pieter ten Kate destijds als paadje volgde. Stukken asfalt zijn in het ravijn gestort. Soms liggen er plakken van een boom langs de rand waarop de wielen van de fourwheeldrive maar net passen. De meeste bezoekers van de hoogvlakte reizen per brommer, hun gezichten verborgen achter sjaals. In de regentijd is de route nauwelijks begaanbaar.

Toen Ten Kate hier kwam, bracht hij vrede en beschaving

Oemana Lilo

Voorbij de hoogste top staan er tussen de steile bergwanden houten bouwsels met daken van gras. Tegenover een verroest gebouwtje met een halve maan erop nodigen boomstamstoelen voor een hutje uit tot zitten: het is de winkel annex koffietent van Onna Mose. Ze heeft goede business want iedere auto naar en van de hoogvlakte stopt hier voor Napoese koffie en fabrieksklare verpakte pisangbroodjes. Het toilet is tevens washok. “Alleen plassen!”, zegt Onna Mose, in paars trainingspak met Hello Kitty erop, streng. Ze komt uit Watoetaoe, het dorp waar Dikes opa bijna acht jaar woonde. Omdat de zuster van haar oma, tegelijk met twee andere vrouwen, door Pieter ten Kate is gedoopt, noemt Onna Mose zich trots ‘kleinkind van Ten Kate’. Ze is ervan overtuigd dat er vlakbij Watoetaoe Hollanders begraven liggen, ‘misschien wel vijf’, zegt ze.

Langs de weg bloeden rubberbomen, soms zijn er wel drie repen bast weggesneden. Jongens met speren in de hand rennen met hun honden van onbestemd ras tussen de bomen achter vogels aan. En dan is er opeens de glooiende vlakte, zover het oog reikt; na de barre tocht een ware openbaring. In de verte ligt bij een telefoonmast Watoetaoe, het dorp waar Dikes vader in 1916 werd geboren.

De Napoetaal leert Pieter ten Kate van twee jongens die hij in huis neemt en hij begint er een schooltje waar hij kinderen met bijbelse platen onderwijst. Pas na twee jaar meldt zich de eerste leerling voor serieus dooponderricht. De Napoe dulden de vreemdeling maar zijn niet erg onder de indruk van zijn godsdienstoefeningen. In het heilige dorp Lamba staan dan nog drie tempels, vooral bestemd voor dagenlange dodenfeesten. Wie sterft, wordt in een kist aan de rand van het dorp bewaard. Dan, op het dodenfeest, dansen priesteressen urenlang waarna ze de lijkkisten bestormen om zo snel mogelijk de schedels tegen hun borsten te kunnen drukken. Zo verlangen ze naar hun doden. Met hun handen vegen ze resten vlees van de beenderen; wat er van de geliefden over is, wordt in doeken gewikkeld begraven. Nu kan de ziel afreizen naar het geestenland van Tineba.

Eenzaam

Als ook in Lamba een paar jongeren geïnteresseerd raken in het nieuwe geloof wordt het opperhoofd van Lamba toeschietelijker. Rond Kerst 1912 biedt hij Pieter ten Kate een van zijn tempels aan. Ten Kate schrijft: “Dan gaan we kerstfeest vieren in de afgodentempel waar kort geleden een groot heidens feest is gehouden. Onder koppensnellersringen en halsboeien waar nog bloed van vermoorden aan zit, zullen we zingen: ‘In Bethlehems stal lag Christus de Heer’ en andere liederen. Na het kerstfeest blijft de tempel heidens, zo ook de mensen.”

Pieters voorspelling komt niet helemaal uit; het jaar daarop heeft de gedreven zendeling al 25 doopleerlingen en het opperhoofd van Lamba biedt aan om twee van de drie tempels naar Watoetaoe te verplaatsen om als huisvesting voor de onderwijzers te dienen.

Ondanks het drukke werk, de vele reizen en de bekoring van Napoe, knaagt de eenzaamheid. Een terugkerend lichtpuntje zijn de brieven van Anna, die ze vanuit de kerk in Sliedrecht stuurt. En deze Anna ten Kate, een verre nicht, reist in 1913 in haar eentje naar Batavia, waar Pieter haar opwacht. Dike ten Kates vader Roelof wordt ruim twee jaar daarna in Watoetaoe geboren.

Langs het weggetje naar het dorp ligt nu de Mess Transmigrant en iets verderop een moskeetje voor de nieuwe Javaanse inwoners van Watoetaoe, die in een aparte kampong buiten het dorp wonen. Transmigranten krijgen een hectare grond, een huis en een jaar leeftocht als ze zich van overbevolkte Indonesische eilanden naar elders laten overplaatsen. Alle wegen leiden naar het centrum van Watoetaoe, waar een enorme kerk in de steigers staat. Mensen moeten straks van heinde en verre komen om het godshuis te vullen. Het houten huis waar Pieter en Anna ooit woonden, verdwijnt in de schaduw van het gloednieuwe gebouw.

Anna ten Kate in Napoe klederdracht © Archief familie Ten Kate

Zoektocht naar het graf

De Napoe vonden het vreselijk dat Pieter en Anna en de kleine Roelof eind 1917 naar Poso werden overgeplaatst. Er zijn dan al een paar honderd christenen. Ten Kates opvolger Woensdregt schrijft wat mensen hem vertellen: ‘Ja meneer, onze vroegere mijnheer en mevrouw waren zo goed, ze hielpen ons altijd. Al brachten wij nog zoveel groenten, kopen deden zij ze, ook al konden ze niet alles gebruiken. Hadden we honger, ook dan klopten we niet tevergeefs bij hen aan.’

Is Pieter ten Kate na zijn dood misschien teruggebracht naar zijn geliefde Napoe? Er ís een kerkhofje, in Peore vlakbij.

Het hek gaat stroef open. Onder een afdakje is het witmarmeren graf van Oemana Soli, een van de laatste Napoe die zich verzette tegen de Hollandse overheersing. Eromheen ligt een massagraf van zestien Napoe en evenzoveel Molukkers die voor de Hollanders vochten. Ook hun aanvoerder luitenant Voskuil, in 1907 door Batavia naar boven gestuurd om het laatste verzet te breken, ligt erin. Inwoner en amateur-historicus Oemana Lilo vertelt het verhaal met verve. Vlakbij Watoetaoe raakte de expeditie in gevecht met het legertje van Oemana Soli. Ze vochten één dag. Als de twee krijgsheren elkaar eindelijk de hand schudden, slaat Oemana Soli met zijn kromzwaard in één haal Voskuils hoofd eraf. Er líggen Hollandse botten in de Napoese grond, maar niet van opa Ten Kate.

Dat er nog steeds wordt gevochten, blijkt in het enige eethuisje van Watoetaoe, waar vandaag helaas niets te krijgen is. Aan de wand hangen foto’s van een helikopter met daarvoor een rij soldaten; de eigenaar staat er met zijn dochtertje lachend tussen. Het is nauwelijks voor te stellen dat in dit dorpje, waar de klok trager lijkt te tikken dan thuis en waar je alleen diep in de nacht op internet kunt, nog geen twee jaar geleden dagelijks legerhelikopters landden. Maandenlang stormden er in totaal 2500 zwaarbewapende soldaten het onherbergzame gebied in achter de kampong van de transmigranten. Ze rolden een aan IS verwante cel op met terroristen van de eilanden Lombok en Java, maar ook uit andere landen, zelfs Oeigoeren uit China. De meestgezochte Indonesische terrorist Sandoso werd op een steenworp afstand van Watoetaoe doodgeschoten. De oude Oemana Lilo zucht. “Toen Ten Kate hier kwam, bracht hij vrede en beschaving”, en hij vervolgt mistroostig: “Maar nu is het conflict terug.”

Deze reis is gemaakt met steun van het Postcodeloterijfonds van Free Press Unlimited.

De honderden brieven die Pieter ten Kate naar huis heeft gestuurd, geven een gedetailleerd en fascinerend beeld van het leven in het begin van de 20ste eeuw. Ga terug in de tijd en reis hieronder aan de hand van brieven, foto’s en geluidsfragmenten met Pieter ten Kate mee naar Indië . Klik op het vierkante icoontje rechts onderin om het verhaal op volledig scherm te bekijken.

Meer weten over Pieter ten Kate en zijn vrouw Anna? Beluister hieronder de podcast.

Deel dit artikel

De Napoe dulden de vreemdeling maar zijn niet erg onder de indruk van zijn gods­dienst­oe­fe­nin­gen

Toen Ten Kate hier kwam, bracht hij vrede en beschaving

Oemana Lilo