Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Genève waren we voor even in de oecumenische hemel

Religie en Filosofie

Stijn Fens

Stijn Fens © Trouw
Column

Het klinkt onaardig, maar ik had nooit zoveel met Genève. Van een bezoek zo'n 35 jaar geleden herinner ik me een groot meer, waar werkelijk niets op aan te merken viel, en smetteloze straten. Niet helemaal echt. Een stad als een foto op een doos chocolaatjes. 

Sindsdien heb ik de stad van Calvijn gemeden en vloog ik er alleen overheen op weg naar Rome.

Lees verder na de advertentie

Deze week was ik terug in de stad die op mij nu opvallend prettig overkwam. Beetje Parijs-achtig. Paus Franciscus zou naar Genève komen voor een bezoek aan de Wereldraad van Kerken die dit jaar zijn zeventigste verjaardag viert en ik mocht verslag doen. "Ik hoop dat je wat tijd over hebt om naar het Reformatie-museum te gaan", drukte een collega mij kort voor vertrek nog op het hart. Een heel museum gewijd aan een breuk? Ik moest er even niet aan denken.

Nadat ik had ingecheckt in mijn hotel, reed ik in een keurige stadsbus langs allerlei kantoren van internationale organisaties naar het hoofdkwartier van de Wereldraad om mijn accreditatie op te halen. Daar wachtte mij een heugelijke mededeling: ik mocht als een van de weinige journalisten aanwezig zijn bij de oecumenische viering met de paus in de kapel van datzelfde hoofdkwartier. Even vroeg ik me af waaraan ik deze uitverkiezing te danken had. In mijn hoofd hoorde ik Gerard Reve zeggen: 'De mens wikt en God beschikt'. Geen idee of hij het ook daadwerkelijk ooit gezegd heeft, maar het leek me als antwoord afdoende.

Buiten mocht de wereld in scherven liggen, hier was het goed en hield men van elkaar

De volgende dag meldde ik mij veel te vroeg bij de Wereldraad en voor ik het wist zat ik in de kapel, terwijl Franciscus nog niet eens geland was in Genève. Om mij heen zaten tientallen afgevaardigden van de Wereldraad. Een kleurrijk gezelschap van geestelijken in allerlei variëteiten. Opvallend veel vrouwen ook. Er werd geroezemoesd op een vrolijke, aanstekelijke manier. Buiten mocht de wereld in scherven liggen, hier was het goed en hield men van elkaar. Een soort oecumenische hemel. Of eigenlijk was het meer een oecumenische oven. Mijn hemel: wat was het heet. Om mij heen probeerden mensen door het wapperen met het liturgieboekje de hitte af te wenden.

Na twee uur zweten, kwam de paus binnen en deed wat hij zo goed kan: mensen begeesteren - ook door meningsverschillen te laten voor wat ze zijn. En dus werd het een mooie viering, ook al zong de paus niet of nauwelijks mee met de zo zorgvuldig uitgekozen liederen, waarin elke christen hier aanwezig zich moest kunnen vinden. Oecumene is ook weglaten. Hier leek iedereen - al was het maar voor even - één.

Reformatiemuseum

De paus vertrok weer en ik deed in een lege perszaal mijn werk. 'Hoe zou het in het Reformatie-museum zijn', dacht ik tussen de bedrijven door. Daar zou het wel lekker rustig zijn vandaag. Ik besloot er toch een pelgrimage aan te wijden, voordat ik naar Nederland zou terugvliegen.

Wat leken al die streng kijkende hervormers toch op elkaar. Dacht ik Calvijn te zien, was het John Knox

Het museum was gevestigd in een statig pand en heette officieel Internationaal Museum van de Reformatie. Het moge duidelijk zijn: hier werden de zaken groot aangepakt. De toegang bedroeg dertien Zwitserse frank. Van de vriendelijke vrouw achter de kassa kreeg ik voor de audiotour een apparaat dat evenveel woog als 500 jaar verdeeldheid. Wat me meteen opviel aan al die prenten en schilderijen die hier bewaard werden: veel zwart-wit, weinig kleur. En wat leken al die streng kijkende hervormers toch op elkaar. Dacht ik Calvijn te zien, was het John Knox en omgekeerd.

Soms moest ik lachen. Zoals toen ik op twee naast elkaar hangende schilderijen zag hoe Luther en Calvijn de hel worden binnengeleid. Precies daar tegenover, enigszins verborgen, een anonieme spotprent uit mijn eigen land waarop de Bijbel op de weegschaal staat en het wint van de pauselijke tiara en de hele santenkraam die erbij hoort. De hervormers kijken goedkeurend toe. Leuk hoor. Ik loop nog wat zalen door, maar dan plotseling heb ik er genoeg van. Ik lever mijn audiotourapparaat in en loop naar buiten.

Wat een ouderwets museum eigenlijk. Geef mij maar die oecumenische goednieuwsshow in de kapel van de Wereldraad. Al is het misschien een iets te grote foto in iets te felle kleuren op een doos chocolaatjes met een nog wat bescheiden inhoud.

Maar alles liever dan het eindeloos in grijstinten vieren van een eeuwenoude breuk.

Stijn Fens schrijft over in zijn wekelijkse column over katholicisme. Luister ook zijn podcast over de katholieke wereld: de Roomse Loper.

Deel dit artikel

Buiten mocht de wereld in scherven liggen, hier was het goed en hield men van elkaar

Wat leken al die streng kijkende hervormers toch op elkaar. Dacht ik Calvijn te zien, was het John Knox