Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In de filosofie is geen troost te vinden

Religie en Filosofie

Marc van Dijk

Piet Gerbrandy © Koen Verheijden

De Romein Boëthius zocht in zijn dodencel troost in de filosofie, en schreef zo een tijdloos boek. Dichter en classicus Piet Gerbrandy maakte een nieuwe vertaling van een werk waar hij altijd weer bij terugkomt.

Wat doe je als je onterecht veroordeeld bent en een paar jaar in je cel zit te wachten op je executie? Het overkwam de Romeinse politicus en wijsgeer Boëthius, die in het jaar 524 ter dood werd veroordeeld door koning Theoderik, voor wie hij jarenlang met succes had gewerkt.

Lees verder na de advertentie

Een filosoof die ter dood wordt veroordeeld doet natuurlijk onmiddellijk denken aan Socrates. Alleen zijn er belangrijke verschillen: de Griekse Socrates werd veroordeeld vanwege zijn filosofische activiteiten, Boëthius had vermoedelijk gewoon pech, de precieze toedracht van zijn zaak is niet bekend – in elk geval werd hij niet om zijn ideeën vervolgd.

Boëthius besloot in zijn penibele situatie troost te zoeken in de filosofie, al schrijvend zoekt hij een weg uit de uitzichtloosheid. Het boek dat hiervan het resultaat is, werd een klassieker onder de titel ‘Troost’, maar het wrange is dat er eigenlijk geen troost in te vinden is.

Al op de eerste pagina gaat het mis. De hoofdpersoon – want Boëthius’ boek is een literaire constructie, geen dagboek – schrijft een huilerig lied, een ‘lekkere tranentrekker’ vindt hij zelf, zwelgend in zelfmedelijden. Maar dan verschijnt de Filosofie in zijn cel, in de gedaante van een vrouw, en die sommeert hem om op te houden met zijn artistieke vluchtpogingen. Ze suggereert dat zij hem veel beter kan troosten dan de lied- of dichtkunst.

De gevangene laat zich verleiden en vanaf dat moment begint vrouwe Filosofie hem college te geven over de onberispelijke ordening van de schepping. Ze laat op erudiete wijze zien hoe de wereld in elkaar zit. Dat geld, macht en roem er niet toe doen, dat het gaat om de zorg voor de ziel, dat het recht uiteindelijk altijd zal overwinnen. Dat het kwaad zelfs niet kan bestaan, omdat God goedheid is en alles uit God voortkomt. Maar wat Filosofie ook vertelt, het helpt de gevangene niet en hij doet steeds opnieuw tegenwerpingen in de trant van: ‘Dat kan allemaal wel waar zijn, maar wat heb ik eraan als ik straks word doodgeknuppeld?’

Boëthius’ meesterwerk is om deze reden in wezen uiterst modern, vindt dichter en classicus Piet Gerbrandy (1958), die een nieuwe Nederlandse vertaling maakte. “Je kunt dit boek beter lezen met Kafka in je achterhoofd dan met Augustinus, die een eeuw voor Boëthius leefde. Nou ja, met Augustinus heeft het natuurlijk ook raakvlakken. Maar Boëthius’ werk geeft geen hoop in de traditionele zin, zoals Plato dat doet of zoals de grote christelijke auteurs dat doen. De hoofdpersoon staat aan het eind met lege handen. Er is geen redding voor hem, ook niet bij God – hij is alleen. Dat is een modern uitgangspunt.”

Waarom kan Boëthius’ geloof hem niet redden?

“De klassieke goden kunnen hem niet helpen; de goden van de Grieken en de Romeinen waren zo onberekenbaar als wat. De abstracte god die geconstrueerd wordt door filosofen als Plato en Aristoteles, was filosofisch wel serieus te nemen, maar in menselijk opzicht biedt die geen houvast – die is niet te adresseren of aan te spreken.

“Het christendom heeft Jezus als aanspreekpunt. Dat is theologisch een hele knappe vondst, voor het eerst was er een soort tussenpersoon; hoe erg je ellende ook is – je kunt altijd bij Jezus terecht. Maar kennelijk wist Boëthius hem niet te vinden. Want nergens doet hij zelfs maar een gebed.”

Boëthius was toch een christen?

“Jawel, maar het christendom was in die tijd nog niet zo uniform, het is moeilijk te bepalen wat voor persoonlijk godsbeeld Boëthius had. Uit zijn tekst is in elk geval niet op te maken dat hij er enige vorm van troost uit kon halen. Want zelfs als de hoofdpersoon aan het eind alle hoop verloren heeft, blijft Filosofie doorratelen over de orde en de schoonheid van de schepping. Intussen creëert Boëthius zo wel een bouwwerk dat staat als een huis, en waarin hij de complete filosofie van de Klassieke Oudheid samenvat in een korte, levendige tekst, afwisselend in proza en gedichten. Ik denk dat dáár misschien zijn troost in school: in de schoonheid van zijn eigen literaire en filosofische schepping.”

Opmerkelijk genoeg werd Boëthius na zijn dood als martelaar vereerd in de christelijke kerk, omdat hij door een ariaans-christelijke, dus ketterse, koning was geëxecuteerd, maar het lijkt erop dat hij zelf geen vruchtbare band met Christus heeft gehad. Zijn werk wordt de laatste tijd echter vaak geïnterpreteerd als een boek dat zou bewijzen dat filosofie geen troost kan bieden, maar het christelijke geloof wél. “Ach”, zegt Gerbrandy nuchter. “Je kunt elke tekst christelijk interpreteren als je wilt.”

Waarom hebt u deze vertaling gemaakt?

“Dit boek is al een jaar of veertig een van mijn absolute favorieten. Ik kom er iedere keer bij terug. Dus toen de uitgever mij vroeg, heb ik meteen juichend ja geroepen. Als je een tekst mag vertalen kom je dichter bij de bron dan ooit. Je moet aan ieder woord betekenis geven. Dat heeft me veel gebracht in dit geval, ik ben dankbaar dat ik dit heb mogen doen.”

Heeft Boëthius u ook als dichter beïnvloed?

“Zeker. Ik ben een jaar of vijftien geleden in mijn eigen poëzie begonnen met het combineren van poëzie en proza, en het opvoeren van verschillende stemmen die het niet met elkaar eens zijn. Wat ik aanvankelijk niet echt doorhad, is dat ik die vorm gewoon van Boëthius heb. Ik ben me bij het schrijven van mijn laatste bundels steeds bewuster geworden van het literaire belang van die vorm van Boëthius’ boek.”

En waarin schuilt dat belang?

“Boëthius toont een meerstemmigheid in zijn denken en schrijven. Dat herken ik: soms ben ik geïnspireerd, soms serieus, soms melancholiek – dankzij deze vorm kan ik er altijd een stem tegenover zetten om mezelf te relativeren. Ik denk dat dit fundamenteel is. In het geval van Boëthius laat het zien dat hij een groot filosoof is: hij durft werkelijk tegen zichzelf in te denken. “Als Boëthius’ tekst een dagboek was geweest, een puur egodocument, dan had hij halverwege gedacht: waar kom ik nou terecht – hier wil ik helemaal niet belanden. Wat doe je dan als schrijver? Dan hou je ermee op. Of je verzint een uitweg. Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft vastberaden zijn project afgemaakt en duidelijk gemaakt dat filosofie een machtig instrument is, maar niet om je te troosten op het moment dat je ten onrechte geëxecuteerd gaat worden.

“Zijn alter-ego zegt voortdurend de verkeerde dingen. Hij laat de gevangene bijvoorbeeld een lange, knappe redevoering houden over zijn eigen onschuld en het verrotte systeem, en dat betoog wordt dan in één zinnetje afgekapt door het personage Filosofie, zo van: ‘Dat zal allemaal best, maar daar gaan we het nu niet over hebben want dat doet er allemaal niet toe’. Ik stel me voor dat Boëthius toch ook een beetje heeft zitten gniffelen om de manier waarop hij zichzelf de mond snoerde.”

Hoe lang hebt u over de vertaling gedaan?

“Precies veertig dagen. Ik had alleen de vrijdagen beschikbaar. Op de eerste vrijdag, anderhalf jaar geleden, heb ik vier pagina’s vertaald. Toen dacht ik: ‘Oké, dan kan het dus in veertig dagen’, want het boek besloeg in mijn editie 160 pagina’s. Dat is precies uitgekomen. Ik ben een calvinist. Het is gewoon plichtsbesef: eerst moet mijn werk af en dan kan ik weer verder.”

Boëthius, Troost in filosofie, vertaling, inleiding en aantekeningen: Piet Gerbrandy; Damon, € 29,90

Lees ook:

Deze dwaaltuin van boeken

Iedereen die schrijft zou zich moet afvragen of hij het labyrint van boeken, teksten en commentaren niet nóg ondoorgrondelijker maakt dan het al is, zei dichter en classicus Piet Gerbrandy een aantal jaren geleden bij de opening van het academisch jaar. “Er wordt moedeloos makend veel gepubliceerd en het meeste daarvan wordt door bijna niemand gelezen.”

Deel dit artikel