Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoog in de Noorse bergen zoekt deze cultuurhistoricus naar de ziel

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

Tekening van William Blake uit het begin van de negentiende eeuw. De ziel hangt boven het lichaam. © TR Beeld
Interview

Met de ontkerkelijking lijkt ook het begrip 'de ziel' uit onze cultuur verdwenen. Eeuwig zonde, vindt de Noorse cultuurhistoricus Ole Martin Høystad.

Zes jaar lang zat Ole Martin Høystad (1947) in een Noorse berghut te studeren op Aristoteles en Augustinus, Montaigne en Kierkegaard, Dante en Freud - om maar een paar pleisterplaatsen te noemen in zijn uitgebreide, net in het Nederlands vertaalde cultuurgeschiedenis van de ziel. Doel van zijn monnikenwerk: het ongrijpbaarste begrip in de westerse cultuur doorgronden. Wat is de ziel? Hoe kan ze onsterfelijk zijn? En als ze dat niet is, hebben we haar dan nog nodig?

Lees verder na de advertentie

Vooral die laatste vraag houdt Høystad bezig. Want hoewel onze taal met woorden als 'zielsgelukkig', 'zielsverwant' en 'iemand op de ziel trappen' nog herinnert aan het belang dat we ooit aan onze ziel hechtten, hoor je weinig mensen meer praten over hun zielenheil. Ook niet in de kerk? Volgens Høystad niet. "Moderne christenen zien de ziel ook als probleem - het is een taboeonderwerp. Ze associëren het onmiddellijk met hel en verdoemenis. De hel heeft de ziel in verlegenheid gebracht."

Voor je zielenheil moet je tijdens je leven zorgen, maar tegelijkertijd is de ziel onsterfelijk

Cultuurhistoricus Ole Martin Høystad

De vriendelijke Noorse emeritus hoogleraar, die al eerder een succesvolle cultuurgeschiedenis van het hart schreef, is op bezoek bij zijn Nederlandse uitgever en blikt tevreden naar de fraaie Nederlandse uitgave van zijn boek. Hét antwoord op de vraag wat de ziel is, kan hij daarin niet leveren. Zes jaar studie overtuigden hem er wél van dat de Europese mens in het woord 'ziel' heeft uitgedrukt wat het betekent om mens te zijn. En dat is niet steeds hetzelfde geweest.

Ook naar het boeddhisme en naar de islam maakt Høystad overigens een uitstapje, maar hij concentreert zich op de westerse traditie - met regelmatige verwijzing naar moderne fenomenen als Harry Potter en islamitisch terrorisme. "Ik hoop dat ik het begrijpelijk heb opgeschreven. Want de ziel gaat iedereen aan."

Lees verder na onderstaande afbeelding.

© Rijksmuseum

U noemt de Middeleeuwen als onbetwist hoogtepunt in de geschiedenis van de ziel. Dat is ook de tijd dat christenen doodsbang waren in de hel te komen.

"Het christendom is over de ziel heel dubbel. Voor je zielenheil moet je tijdens je leven zorgen, maar tegelijkertijd is de ziel onsterfelijk. Dat laatste is voor moderne mensen moeilijk te begrijpen, net zoals we ons de hel en het paradijs lastig kunnen voorstellen. Maar het interessante is, dat de ziel zulke scepsis, die in de Renaissance al opkomt, overleeft. Als het bovennatuurlijke minder belangrijk wordt, wordt werken aan je ziel iets wat je voor dít leven doet.

"Je ziet dat duidelijk bij de Franse essayist Montaigne. Hij zet zich af tegen de Middeleeuwen. Hij is een echte scepticus, maar wel een constructieve scepticus: hij wil uitvinden hoe het zit! En bij dat onderzoek gebruikt hij zichzelf als voorbeeld. Zo ontdekt hij al schrijvend dat hij een complex innerlijk heeft, bestaande uit dromen, verlangens, gevoelens. De ziel blijkt ongrijpbaar. Maar toch: we wéten dat we een lichaam hebben, we wéten dat we kunnen denken. Maar er zit iets tussenin: onze gevoelens en onze wil. Dat is ons innerlijk. Om dat te kunnen hanteren hebben we een concept nodig en dat is de ziel. Voor Montaigne is de ziel iets dynamisch, dat je lezend en schrijvend kunt ontwikkelen."

Met die humanistische houding maakte Montaigne ook een einde aan het zondebesef waarmee Augustinus de christelijke ziel had opgezadeld. Begeerte maakt de mens tot dier, de ziel moest steeds vechten tegen zulke duivelse machten.

"Dat staat ook in de Bijbel natuurlijk. Maar het idee dat het lot van onze ziel op het spel staat, dat heeft Augustinus inderdaad op de kaart gezet. Ik vind dat niet negatief: Augustinus is groots, echt groots. Hij is zo eerlijk over zijn innerlijk leven. Met zijn talent zichzelf te doorgronden, zijn psychologische methode, was hij zijn tijd ver vooruit. Pas in de hoge Middeleeuwen wordt die aandacht voor het innerlijk leven weer opgepakt. Ze leidt niet alleen tot zondebesef, maar ook tot de cultuur van het hart, van de minnezangen, de riddercultuur, de romantische liefde. Het hart wordt de plek waar de ziel zetelt."

Noren zijn erg pragmatisch en realistisch - het land is sterk ge­se­cu­la­ri­seerd

En daar begint het gedonder - en de twijfel. Als de ziel bestaat, moet ze ook ergens zetelen of zitten. En dat valt natuurlijk nooit te bewijzen.

"Het probleem was eerst vooral wáár de ziel zat. Anders dan de christenen, dacht Leonardo da Vinci dat ze in de hersenen zat - en niet in het hart, dat volgens deze renaissancemens niet kon denken. Dat was een cruciaal verschil. En omdat dit ook het tijdperk was van anatomische experimenten, werd in de hersenen ook naar die ziel gezocht. Nederland stond bekend om zulke snij-exercities. En Descartes, grondlegger van de moderne wijsbegeerte, deed daar aan mee, hij wist er ook veel vanaf. Als de ziel ergens zat, concludeerde hij, dan moest ze zitten in de pijnappelklier, die lichaam en bewustzijn verbindt. Dat was natuurlijk heel ketters. Maar ook fataal voor de ziel, omdat die nu verbonden raakte met het denken."

Waarom fataal?

"Als de ziel net zoiets is als denken, dan kun je haar gewoon opheffen. Je hebt het concept niet meer nodig. Geloof in de ziel wordt na de Renaissance, vooral na de aanvallen van Hobbes, Locke en Hume dan ook gereduceerd tot een religieus concept. Ze is een kwestie van geloof - iets voor christenen. Zo zien veel mensen het nog steeds. Laatst vertelde ik de Duitse filosoof Gernot Böhme dat ik bezig was met een boek over de ziel. 'Oh, dat christelijke idee?' zei hij meteen. Dat is typerend. Natuurlijk is de ziel een religieus concept, maar niet alléén religieus. Dat wil ik eigenlijk zeggen."

Beschouwt u zichzelf als christelijk?

"Meer als cultuurchristen. Noren zijn erg pragmatisch en realistisch - het land is sterk geseculariseerd. We volgen de feesten en rituelen, en natuurlijk heeft het christendom ons wel gevormd, maar eigenlijk is de natuur onze kathedraal. Dat geldt voor mij ook: mijn kerk zijn de bergen. Daar zoek ik de eenzaamheid op, waar ik kan lezen en schrijven."

Lees verder na onderstaande afbeelding.

© TR Beeld

Net zoals Montaigne zich terugtrok in zijn toren om essays te schrijven. Maar hoe ging dat verder ná Descartes en Montaigne? Keerden de grote filosofen zich nu massaal van de ziel af?

"Integendeel, zelfs de grote verlichtingsdenker Immanuel Kant probeerde de ziel te redden, al was dat lastig binnen zijn universalistische denken. Want de ziel is juist iets heel individueels. Pas in de Romantiek krijgt de ziel weer écht de hoofdrol. Bijvoorbeeld in Goethe's toneelstuk 'Faust', waarin de hoofdpersoon zijn ziel verkoopt aan de duivel. Tenslotte redt hij zijn ziel toch weer door zijn liefde voor Gretchen. In de Romantiek ligt de nadruk opnieuw op ons innerlijk leven. Denk ook aan de romans van Jane Austen. Die hebben onze ideeën over liefde en individualisme gevormd. Volg je hart, want daar is ook de ziel."

Dat klinkt erg individualistisch. U beklemtoont in uw boek juist dat we onze ziel alleen kunnen redden als we oog houden voor anderen - in wie je eventueel God kunt herkennen.

"Daarom eindig ik met Hannah Arendts beschrijving van Adolf Eichmann, de architect van de Holocaust. Eichmann is hét voorbeeld van een man zonder ziel. Hij dacht wel na, maar liet zich niet raken door het lot van anderen. Het schijnt dat hij bij de veewagons die zijn slachtoffers naar de vernietiging reden op zeker moment een blik van een van hen dreigde op te vangen - en toen snel weg stapte. Had hij dus toch een ziel? Hij had de mogelijkheid ertoe, zoals wij allemaal. Hij koos ervoor die niet te ontwikkelen. Hij was alleen maar oppervlakte."

Iets als integriteit en de mogelijkheid daarin gekwetst te worden. Dat iets, dat noemen we de ziel

Aan je ziel of je innerlijk kun je dus werken. Maar wat helpt ons daarbij?

"We hebben symbolen nodig om ons aan ons innerlijk te herinneren. Tegenwoordig zoeken we die vaak bij andere spirituele tradities, oosterse bijvoorbeeld. Maar kunst of de natuur kunnen ook symbolen verschaffen. Ze herinneren ons eraan dat we talige wezens zijn. Het is de vraag wat we daarmee doen. Hoe drukken we ons innerlijk uit?"

Dat is ook de vraag van Wittgenstein, een filosoof die de ziel volgens u kan bevrijden uit het traditionele idee dat ze objectief bestaat of aangeboren is.

"Wittgenstein ontdekte dat de grenzen van onze werkelijkheid de grenzen zijn van onze taal. Dat was een echte filosofische revolutie. Als we iets nieuws ontdekken, schrijft Wittgenstein, is dat omdat we er een woord voor hebben - of een mathematische formule, want dat is ook een soort taal. Sommige mensen vinden dat je de ziel reduceert, als je haar terugbrengt tot een concept. Maar wat zijn wij mensen als we niet onze woorden zijn? Denk het woord 'ziel' weg uit onze cultuur en je denkt de mens weg. We ervaren nu eenmaal iets dat we niet terug kunnen brengen tot verstand of tot psyche. Iets als integriteit en de mogelijkheid daarin gekwetst te worden. Dat iets, dat noemen we de ziel."

Ole Martin Høystad: 'De ziel. Een cultuurgeschiedenis.' Vertaald door Wouter de Jong. Uitgeverij Athenaeum, Polak & Van Gennep, Amsterdam; 525 blz. €29,99

Deel dit artikel

Voor je zielenheil moet je tijdens je leven zorgen, maar tegelijkertijd is de ziel onsterfelijk

Cultuurhistoricus Ole Martin Høystad

Noren zijn erg pragmatisch en realistisch - het land is sterk ge­se­cu­la­ri­seerd

Iets als integriteit en de mogelijkheid daarin gekwetst te worden. Dat iets, dat noemen we de ziel