Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe spreek je over het ondenkbare?

Home

Ger Groot

Ger Groot © Jörgen Caris
column

Het is geen fraaie zin: ‘Het ondenkbare kan zich niet laten schrijven zonder zichzelf op te heffen, zonder zich als het ware te ver-denken.’

Hij stond deze zaterdag in de bijlage Letter&Geest van deze krant (20 mei, blz. 17). Niet als poging om de lezer wijzer te maken. Maar als een voorbeeld van ‘postmodern’ schrijven waar geen touw aan vast te knopen valt. ‘Deze zin betekent helemaal niets,’ schrijft de filosoof Maarten Boudry. ‘Het is onzinnige bladvulling’.

Lees verder na de advertentie

Toch lijkt hij een kolom verder heel goed te begrijpen wat daar staat. ‘Het door de schrijver geschrevene laat zich – in zoverre het begrijpen (verstehen) voorop wordt gesteld – moeizaam doorgronden,’ zo vat hij de gewraakte zin samen. Als dat was wat die zin ook werkelijk zeggen wilde, had ik Boudry nog wel een soepelere, kortere en inzichtelijker formulering aan de hand kunnen doen: ‘Teksten zijn moeilijk te begrijpen.’ Daar valt weinig tegen in te brengen.

Helaas geeft Boudry daar zelf het beste voorbeeld van. Ik weet niet waar de zin die zijn toorn oproept vandaan komt. Misschien heeft hij hem zelf wel verzonnen. Maar wat daar staat betekent níet wat Boudry ervan maakt. Onzin is hij evenmin. Wat staat er dan wel?

Flauwe woordspeling

Iets wat ondenkbaar is kun je niet opschrijven (of voor mijn part uitspreken) zonder dat je tekort doet aan de ‘ondenkbaarheid’ daarvan: dat is wat er staat. Het ondenkbare wordt dan immers in woorden gevat en een idee waar we greep op hebben. We begrijpen het en kunnen ermee redeneren. Het wordt iets ‘van ons’ en daarmee is het niet langer het monster dat ‘ondenkbaar’ is. Als we het ver-woorden ‘ver-denken’ we het ook, zo besluit de zin. Boudry noemt dat een flauwe woordspeling - dat mag - en klaagt dat die niet wordt uitgelegd. Ach, zou ik zeggen, je kunt ook tevéél uitgelegd willen zien.

We hebben de ethische plicht de Holocaust in zijn monsterlijke ondenkbaarheid te handhaven

Misschien blijft ook met deze toelichting die zin nog raadselachtig. Ze is in ieder geval in hoge mate abstract: een hebbelijkheid waarmee filosofie over het algemeen wel weg weet. Wanneer het denken over zichzelf gaat nadenken, kom je al snel terecht in een soort tweede-orde taal die enige geestelijke lenigheid vergt.

Daarom een voorbeeld. Het beste exempel van ‘ondenkbaarheid’ dat de recente geschiedenis ons gegeven heeft is de Holocaust, de Shoa, de Endlösung, of hoe je die verschrikking ook noemen wilt. Het feit dat we moeite hebben met het vinden van een juiste naam ervoor, wijst al op het probleem. We móeten het een naam geven, want anders kunnen we er niet over spreken. Maar tegelijk mogen we het daarmee niet tot iets gewoons maken: een voetnoot in de geschiedenis van twintigste eeuw, zoals vader Le Pen het ooit genoemd heeft. We hebben, zo wordt wel gezegd, de ethische plicht de Holocaust in zijn monsterlijke ondenkbaarheid te handhaven.

Hoe moeilijk dat is, weet ieder die kijkt naar de literatuur, film en studies die aan de Holocaust gewijd zijn. Veel daarvan is geschreven met de bedoeling recht te doen aan de onvoorstelbaarheid van die ramp. Maar menige schrijver zal ook ervaren hebben dat onder zijn pen de afzonderlijke feiten het volle gewicht van de gebeurtenis gingen overschaduwen. Nog sterker gebeurt dat in de (ongetwijfeld goedbedoelde) pogingen de Holocaust in romans, films of tv-series op te roepen voor een groot publiek. Vaak leidt dat tot een banalisering die commercieel overigens heel succesvol kan zijn.

Quasi-diepzinnige onzin

De Amerikaanse tv-serie Holocaust, die ervoor gezorgd heeft dat ook in Europa dat woord sinds 1979 gangbaar geworden is, stuitte indertijd precies op dít bezwaar. De ondenkbaarheid van de gebeurtenis werd – zo vonden de critici – geschonden in het té alledaagse ‘format’ van een sitcom, compleet met reclame tussendoor.

Wat een bewering zegt hangt niet af van de intentie van wie haar formuleert.

Dat laatste is een extreem voorbeeld, maar het maakt wel duidelijk wat het probleem is wanneer we moeten spreken over iets ondenkbaars, maar dat alleen kunnen door het tegelijk in zijn ondenkbaarheid aan te tasten. Anders gezegd: het maakt duidelijk hoe zwaar de betekenis is van de zin die Boudry als quasi-diepzinnige onzin in het vuilnisvat van de geschiedenis werpt.

Dat is zelfs zo wanneer hij die zin zelf – for the sake of the argument – bedacht zou hebben. Want wat een bewering zegt hangt niet af van de intentie van wie haar formuleert. Ze heeft een volstrekt eigen en objectieve betekenis, waarover de ‘auteur’ al snel niets meer te zeggen heeft. Dat is wat de beroemde uitdrukking ‘de dood van de auteur’ wil zeggen: geen term van Jacques Derrida maar van Roland Barthes. Boudry kan dat een open deur vinden (al zal hem dat nog tegenvallen wanneer hij dat goed aan zijn studenten wil uitleggen), maar onzin is het niet.

Er valt veel meer over Boudry’s artikel te zeggen. Dat Social Text, het tijdschrift waarin Alan Sokal zijn beroemde hoax publiceerde, zelfs binnen postmoderne kringen niet bepaald een vooraanstaand magazine was. Dat Derrida in ‘Intellectueel bedrog’ van Sokal en Bricmont nu juist níet wordt aangevallen. En dat dat wél het geval is met Karl Popper: de onbetwiste held van menigeen die met dit boek zwaait alsof het het Rode Boekje van Mao was.

Helderheid is de plicht van iedere schrijver: in dat opzicht kun je alleen maar met Boudry instemmen. Maar soms is de wereld minder helder dan we zouden willen en zitten ook de woorden niet mee. Dan wordt het schrijven tastend – zonder daarmee direct onzin te zijn. Misschien is het werk van Lacan dat wel: dat lijkt me niet ondenkbaar. Misschien ook dat van Derrida – althans een deel ervan. Maar de door Boudry aangevallen Coen Simon heeft gelijk dat je dat pas kunt weten nadat je hun in billijkheid de kans hebt gegund het tegendeel te bewijzen. Goed en aandachtig lezen, kritisch maar met the benefit of the doubt, is de dure plicht van elke filosoof en intellectueel. Voor korte metten is er nog alle tijd.

Deel dit artikel

We hebben de ethische plicht de Holocaust in zijn monsterlijke ondenkbaarheid te handhaven

Wat een bewering zegt hangt niet af van de intentie van wie haar formuleert.