Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het voelde als een nachtzoen van duizenden lippen voor de gehavende moeder van Parijs

Religie en Filosofie

Stijn Fens

© Trouw
column

Aanvankelijk verliep mijn hernieuwde kennismaking met Parijs moeizaam. Ondanks de verdrietige aanleiding van mijn bezoek– de brand in een kathedraal. 

Die had mij wat meer sympathie voor Parijs moeten geven, maar de stad kwam aanvankelijk op mij over als een wrede dictator die er genoegen in schept mensen tegen elkaar op te zetten, door ze in veel te drukke metrotreinen te proppen met als doel dat ze elkaar uiteindelijk vermoorden. Als roofvissen in een te kleine kom.

Lees verder na de advertentie

Alleen de namen van de metrostations maakten een aangenaam soort nostalgie in mij los, die me nog het meest deed denken aan die keer dat ik op een voor mij onbekende zolder een sprookjeslangspeelplaat van de Efteling tegenkwam die wij vroeger thuis ook hadden. Ik weet nog goed dat zich een geruststellend gevoel van mij meester maakte: iets dat lang geleden deel uitmaakte van mijn dagelijks leven, bestond dus nog. Ik las de namen op het routebord van de metro: Barbès – Rochechouart, Montparnasse – Bienvenüe, Réaumur – Sébastopol.

Ook ik stond met de Parijzenaren op de Quai de Montebello – daar had je het beste uitzicht – minutenlang te staren naar hun Notre-Dame, de gehavende moeder. Bijna fluisterend bespraken we de verwondingen van de patiënt. Parochiekerk van de wereld, kathedraal van Parijs. ‘Een kathedraal heeft iets in zich dat bij een gewone parochiekerk ontbreekt’, twitterde de Italiaanse historicus en theoloog Massimo Faggioli naar aanleiding van de brand in de Notre-­Dame. Volgens Faggioli is de kathedraal er voor gelovigen die, om wat voor reden dan ook, niet naar hun parochiekerk kunnen gaan. Een veilige plek dus. Vergelijkbaar met een klooster, zou ik eraan toe willen ­voegen.

Op die woensdagavond maakten Parijs en ik het goed. Bij de vredeswens probeerde ik zoveel mogelijk Parijzenaars de hand te drukken. Ik was een van hen.

Glimmen van trots

Parijs is zijn kathedraal kwijt en dus moest er voor vieringen in de Goede Week en die van Pasen worden uitgeweken naar een andere kerk. Dat is de beroemde Saint-Sulpice geworden. Het leek of deze aan een zevende-eeuwse bisschop gewijde kerk eeuwenlang op deze kans had gewacht. Dat kon ze natuurlijk niet al te opzichtig laten merken, maar diep in haar stenen gewelven glom ze van trots.

Op woensdagavond kwamen de duizenden ‘dakloze’ katholieken van Parijs in die Saint-Sulpice samen voor de chrismamis. Tijdens deze viering, die in alle kathedralen van de wereld plaatsvindt aan de vooravond van Witte Donderdag, wijdt de lokale bisschop voor het hele jaar het chrisma: de olie die onder meer wordt gebruikt bij het doopsel, vormsel en de wijding van een priester of bisschop. Ook het altaar van de Notre-Dame is ooit met chrisma gezalfd. Een beschermlaag.

Het was zo druk dat honderden gelovigen de kerk niet meer in konden en buiten de mis moesten volgen op een daartoe geplaatst beeldscherm. Beeld en geluid liepen niet helemaal synchroon, maar dat gaf niets. De tekst van een lied dat binnen in de kerk werd ingezet, werd een paar seconden later buiten meegezongen, waardoor alles weer gelijk liep. De sfeer was gedragen. Dit waren lotgenoten, getroffen door dezelfde ramp. Op zoek naar de troost die de rituelen en de liturgie van de kerk al eeuwen biedt. Een ultieme vorm van slachtofferhulp.

De hand drukken

Aanvankelijk stond ik als buitenstaander tussen al die gelovigen op dat plein midden in Parijs, een Nederlandse journalist die nog een verhaal nodig had. Maar naarmate de viering vorderde, werd ik een van hen. Ook ik voelde mij aanvankelijk ontheemd in deze stad, maar kwam er uiteindelijk ook weer thuis. 

Op die woensdagavond maakten Parijs en ik het goed. Bij de vredeswens probeerde ik zoveel mogelijk Parijzenaars de hand te drukken. Ik was een van hen. 

Tegelijkertijd deed ik stilletjes een oproep aan alle bisschoppen en aartsbisschoppen van de wereld: wees zuinig op uw kathedraal, zet ’m niet voor een euro te koop. Laat er niet een brand voor nodig zijn om de betekenis van je kathedraal goed tot je door te laten dringen: een vluchtheuvel voor ontheemde gelovigen, een vrijstaand huis van troost.

De mis in de Saint-Sulpice leek te eindigen met het Salve Regina, de aloude Maria-antifoon. Helemaal zeker was ik daar niet van. Eigenlijk kon ik het niet goed verstaan. Maar het idee alleen al stond me aan. Een laatste eerbetoon aan de Notre-­Dame, Onze-Lieve-Vrouw, die een paar kilometer verderop in de schemering in haar ziekbed wachtte op wat de nacht zou brengen.

Het voelde als een nachtzoen van duizenden lippen voor de gehavende moeder van Parijs. 

Trouw-redacteur Stijn Fens (Haarlem, 1966) volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven.

Lees ook:

Notre-Dame was, is en blijft het wonder van Parijs

De Notre-Dame ging maandagnacht door het oog van de naald. Met dank aan vakkundig bluswerk is de kathedraal gered. Ook al is de schade groot.

De Notre-Dame precies herbouwen zoals het was, of met de restauratie juist laten zien dat er iets groots gebeurd is?

De Notre-Dame restaureren is op veel manieren mogelijk. En het kan voor minder geld dan gedacht wordt , zegt de in Frankrijk werkzame restauratie-architect Carsten Hanssen.

Meer verhalen over (de gevolgen van) de brand die de Notre-Dame trof, waaronder de reportage van Stijn Fens uit de getroffen stad, leest u hier.

Deel dit artikel

Op die woensdagavond maakten Parijs en ik het goed. Bij de vredeswens probeerde ik zoveel mogelijk Parijzenaars de hand te drukken. Ik was een van hen.