Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het lezen van autobiografieën kan je helpen bij een depressie

Religie en Filosofie

Peter Henk Steenhuis

© Idris van Heffen
Interview

Het lezen van autobiografieën kan iemand met een depressie helpen, stelt letterkundige Anne-Fleur van der Meer. 'Ze kunnen fungeren als leidraad, of gids.'

Om ons humeur te managen hebben we volgens René Gude, voormalig Denker des Vaderlands, verschillende trainingsgebieden. Een daarvan is de kunst. Daarin trainen we op een gedisciplineerde manier het vermogen 'om voorstellingen te maken van bestaande en niet-bestaande standen van zaken, zonder er meteen een morele of cognitieve oproep bij te plaatsen'.

Lees verder na de advertentie

Hoe werkt dat in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld bij depressie? Letterkundige Anne-Fleur van der Meer promoveerde onlangs aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de rol die autobiografieën kunnen spelen bij het verspreiden van kennis over deze sombere ziekte. Zij moest tijdens haar promotie dan ook niet alleen vragen beantwoorden van mede-letterkundigen maar ook van wetenschappers met een achtergrond in de psychiatrie, de filosofie, de huisartsengeneeskunde en de gezondheidscommunicatie.

"Er is vaker onderzoek gedaan naar de relatie tussen literatuur en depressie", vertelt Van der Meer. "Maar dan bestudeerde men deze boeken vanuit een medische interesse: wat kunnen artsen uit deze literaire werken leren over depressie als medisch probleem."

Het moeilijkste is verbinding te voelen terwijl dat tezelfdertijd vaak de diepste wens van patiënten is

Letterkundige Anne-Fleur van der Meer

Van der Meer koos voor een andere aanpak. "Ik heb vanuit een letterkundige blik gekeken naar de autobiografieën en naar de functie van een literaire tekst in de samenleving. Daartoe heb ik een aantal autobiografische boeken onderzocht die afgelopen jaren een belangrijke rol hebben gespeeld in de samenleving, onder andere 'Kikker gaat fietsen' van emeritus hoogleraar Franse letterkunde Maarten van Buuren.

"Bij de analyse van deze boeken is me vooral opgevallen dat er veel in verwezen wordt naar andere teksten, niet alleen literaire teksten, maar ook medische teksten, bijvoorbeeld naar handboeken, theorieën uit medische artikelen, bijsluiters van medicijnen."

Naar bijsluiters van medicijnen? Is dat interessant?

"Dat denk ik wel. De verwijzingen naar medische kennis laten zien hoe schrijvers met de ziekte omgaan. De verteller uit Kikker gaat fietsen - die ik trouwens niet gelijk wil schakelen met Van Buuren zelf - onderneemt pogingen om zijn depressie te begrijpen. Van Buuren schrijft: 'Ik kan niet genezen van een kwaal die ik niet ken'. Daarom onderzoekt de 'ik' onder meer de biologische mechanismen die naar zijn idee verantwoordelijk zijn voor de werkzaamheid van zijn antidepressivum Seroxat. Deze pilletjes 'zorgen voor neurotransmitters en die neurotransmitters brengen de overdracht op gang van alles wat er in mijn hersenen moet stromen om mijn lichaam en geest te mobiliseren. Is dat eenmaal gebeurd, dan krijgt ook dat 'ik' weer gestalte'."

Klopt dat?

"Wat Van Buuren schrijft over de werking van neurotransmitters is wetenschappelijk niet onomstreden. Maar in zijn tekst is van betwistbaarheid weinig meer over."

Moeten we dat niet afkeuren, zo nemen we wellicht valse informatie tot ons.

"Je vertelde net over René Gude, die kunst omschrijft als een manier om voorstellingen te maken van bestaande en niet-bestaande standen van zaken, zonder er meteen een morele of cognitieve oproep bij te plaatsen. Het is duidelijk dat Van Buuren een beetje op de loop gaat met de wetenschappelijke theorie. Maar het is niet interessant de woorden van de 'ik' op juistheid te beoordelen. Zinniger is het over de functie van deze 'eigenzinnige' verwerking na te denken.

"Waar 'eenvoud' in het wetenschappelijk domein soms onaanvaardbaar reductionisme betekent, levert dat hier voor de verteller juist een belangrijk inzicht op. Veel belangrijker dan de feitelijke waarheid van de informatie is dat we inzien hoe patiënten vragen stellen naar de betekenis van de ziekte, op zoek gaan naar antwoorden.

"Het fragment laat zien hoe we op zoek gaan naar medische taal die kan vertellen wat mijn depressie betekent. In een autobiografie als Kikker gaat fietsen volg je die interpretatie op de voet én je ziet hoe een patiënt tot antwoorden komt."

Geldt dat ook voor de verwijzingen naar literaire teksten?

"De functie daarvan is een andere. Bij de verwijzing naar literaire teksten stuit de 'ik' niet op feitelijk begrip van zijn ziekte, maar voelt hij verwantschap. Van Buuren schrijft: 'Ik word omringd door de grootste denkers en schrijvers uit de geschiedenis, ze zijn er als ik ze nodig heb en vallen me nooit lastig. Is het vreemd dat mijn vriendenkring zich meer en meer heeft beperkt tot dit kordon van papieren getrouwen?'"

Is dat een goed teken? Is het terugtrekken in teksten niet juist een teken van vereenzaming?

"Dat denk ik niet. Van mensen die aan een depressie lijden, is bekend dat zij zich vaak onbegrepen voelen, zich afsluiten van de wereld, geen contact meer kunnen maken. Wie aan depressie lijdt, is soms gedwongen op zichzelf gericht.

"Filosoof Matthew Ratcliffe schrijft in zijn studie 'Experiences of Depression' over de sociale paradox van depressie: het moeilijkste is verbinding te voelen terwijl dat tezelfdertijd vaak de diepste wens van patiënten is. Literatuur is - als we afgaan op de ik-vertellers tenminste - in staat dat momentane te doorbreken. En dat doet ze vaak in mooie, gewaardeerde, taal.

"Ik citeer in mijn proefschrift socioloog David Karp die het over het 'onuitsprekelijke' van depressie heeft. Voor patiënten is de alledaagse taal vaak ontoereikend om hun gevoelens goed en precies uit te drukken. Literatuur geeft patiënten, behalve een lotgenoot, ook nieuwe, voorgevormde taal voor hun lijden. Deze praktijk van leentjebuur zorgt meteen ook voor het 'mooi maken' van de eigen ervaring. Depressie als het ongeordende, het zinloze, wordt dankzij literatuur in verband gebracht met daaraan tegenovergestelde noties van het gestileerde, het artistieke, het schone en betekenisvolle.

"Van Buuren beschrijft een scène op de universiteit: hij voelt zich zo vervreemd van de wereld, dat hij zelfs niet meer in staat is tijdens een vergadering de koffiejuffrouw aan te kijken. Hij voelt zich als een konijn dat door een roofvogel wordt achtervolgd. Literatuur versterkt de afzondering niet, zorgt juist voor verlichting.

Ik hoop dat mijn boek laat zien wat de kracht van literatuur is voor de ik-vertellers van deze autobiografieën

Letterkundige Anne-Fleur van der Meer

"Van Buuren schrijft: 'De woorden scheppen een ruimte waarin ik binnen kan lopen; ik verlaat mezelf, stap de tekst in en word voor het eerst sinds lange tijd bevrijd uit de donkere binnenruimte waarin ik opgesloten ben geweest.' Het is natuurlijk niet altijd zo dat iemand die midden in een depressieve episode zit, tegelijk ook kan genieten van literatuur.

"Wat we hier lezen is de betekenis die de ik-verteller er - achteraf - in zijn autobiografie aan geeft, dat is juist zo interessant. Belangrijk is trouwens dat niet alleen in de tekst van letterkundige Van Buuren zo aan literatuur gehecht wordt; ik vond dit in veel autobiografieën die ik heb onderzocht."

Literatuur werkt bevrijdend.

"En biedt een mogelijkheid tot identificatie met een ander die lijdt aan depressie. Van Buuren beschrijft dat heel sterk bij de herlezing van 'La nausée' ('Walging') van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre. Van Buuren herleest de roman voor zijn werk, om 'er een paar hoofdlijnen van het existentialisme aan te kunnen illustreren'. Die opzet mislukt. Van Buuren begint te twijfelen of dit werk wel een voorbeeld is van Sartre's existentialisme. 'Wat me daarentegen hevig treft, is een gevoel van herkenning.' Voor de ik-persoon uit Kikker gaat fietsen is Walging de indringende beschrijving van een depressie.

"Van Buuren vindt een lotgenoot in Walging en raakt ervan overtuigd dat de roman zelftherapie van de auteur moet zijn geweest. Vanuit zijn depressie interpreteert Van Buuren een veel bestudeerde roman op een nieuwe wijze."

Dat moet voor Van Buuren heilzaam geweest zijn. Maar wat heeft een gewone patiënt hieraan?

"Die vraag werd me tijdens mijn promotie ook gesteld door de zorgspecialist: 'Wat kunnen we hier concreet mee in de zorg?' Mijn onderzoek is geen advies om Van Buuren of Sartre te gaan lezen. Ik hoop wel dat mijn boek laat zien wat de kracht van literatuur is voor de ik-vertellers van deze autobiografieën en wat de waarde is van letterkundig onderzoek naar dit soort boeken. De boeken die ik heb onderzocht, beschrijven niet alleen een aangrijpend ziekteverhaal, maar kunnen ook fungeren als leidraad of gids. Er is duizelingwekkend veel geschreven over depressie: blogs, zelfhulpboeken, brochures, romans, poëzie. Deze autobiografieën kunnen het voorwerk doen voor andere patiënten, ze halen de krenten uit de pap, ze wijzen de weg."

Het proefschrift van Anne-Fleur van der Meer, 'Ladders naar het licht', is als handelseditie uitgegeven bij Eburon.

Lees ook:

Psychiater Bram Bakker: Ik had een klap voor mijn kop nodig

De bekendste psychiater van Nederland constateerde bij zichzelf een depressie. Maar die bleek een lichamelijke oorzaak te hebben.

Deze nieuwe denkers staan midden in de maatschappij

Kunnen filosofen helpen bij maatschappelijke problemen als depressie, kindersterfte en religiefobie? Drie nieuwe promovendi bewijzen van wel. 

Deel dit artikel

Het moeilijkste is verbinding te voelen terwijl dat tezelfdertijd vaak de diepste wens van patiënten is

Letterkundige Anne-Fleur van der Meer

Ik hoop dat mijn boek laat zien wat de kracht van literatuur is voor de ik-vertellers van deze autobiografieën

Letterkundige Anne-Fleur van der Meer