Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het fascinerende geestesleven van een comapatiënt

Religie en Filosofie

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
Column

Paul Witteman sprak in een tv-uitzending (‘Uit coma’, 27 september) met comapatiënten, met twee jonge vrouwen die ontwaakten uit hun coma. 

De eerste, Anouk, werd getroffen door een bloeding waaraan ze geopereerd werd. Ze bleef twee weken onder zeil. Hoe was dat voor haar? “Ik dacht dat ik dood was en ik vond het meteen prima. Nou, oké, als dit het is.” En toen werd ze wakker. Ze herstelde volledig.

Lees verder na de advertentie

Wat mij fascineerde, is de mate waarin zij niet bewusteloos was tijdens die weken. Integendeel, ze vond coma ‘superchill’. Ze hoorde haar vriend tegen haar zeggen ‘ik hou van je’. Dat had hij nog nooit gezegd ‘en toen dacht ik helemaal dat ik in de hemel was of zo’.

Diffuus en hardnekkig

De andere vrouw was Tulay. Zij werd aangereden. In zo’n geval is er sprake van een plaatselijke doorbloedingsstoornis of klap. Dat geeft andere schade dan zuurstofgebrek door hartstilstand of verdrinking. Die hersenschade is vaak veel diffuser en hardnekkiger. Herstel is dan minder voor de hand liggend, hoewel dat afhankelijk is van allerlei factoren: hoe lang duurde het zuurstofgebrek, wat was de temperatuur waarbij dit gebeurde en, ook erg belangrijk: hoe oud is het slachtoffer?

We weten wel dat ons geestelijk leven wordt voortgebracht door onze hersenen, maar niemand weet hoe dat precies gaat. Met geestelijk leven bedoel ik: denken aan uw vakantie, de smaak van vanille-ijs, uw angst voor spinnen, de pijn in uw voet als u hem gestoten hebt. En met stof bedoel ik het spul waaruit uw lichaam, dus ook uw hersenen, is opgebouwd.

Knijpen in de hand

Bij comapatiënten vragen we ons vaak af wat de hersenschade betekent voor het daaraan gekoppelde geestelijke leven. We zijn de laatste jaren wat wijzer en verdrietiger geworden over de aard van het geestelijk leven van ‘comapatiënten’.

Wij zijn wijzer en verdrietiger geworden over het geestelijk leven van comapatiënten

We dachten dat er niets gebeurde daarbinnen en dat blijkt nogal eens onjuist. Er zijn twee manieren waarop je tot vermoedens kunt komen over het geestelijk leven van comapatiënten. De eerste is gewoon aan het bed, bij de persoonlijke ontmoeting in de vorm van bezoek door familie of geliefden. Of liever: bij een poging om tot zo’n ontmoeting te komen. Patiënten reageren dan soms op een heel subtiele, niet makkelijk waarneembare manier. Bijvoorbeeld door terug te knijpen als je in hun hand knijpt of bepaalde oogbewegingen. Gezondheidswerkers zijn daar soms sceptisch over en zo kun je als geliefde in een zeer speciale pijn terecht komen als jij meer geestesleven ziet dan de verzorgenden.

Een andere manier is via verkenning van de hersenactiviteit in de MRI-scanner. Hersenonderzoeker Laureys ontdekte op die manier dat sommige van deze mensen, die dus nooit iets leken te zeggen, geestelijk enigszins aan dek zijn. Hij kon zelfs met hen communiceren door hen ja/nee-vragen te stellen in de trant van: ‘Heet je broer Archibald?’ Daarop werd soms samenhangend en correct geantwoord. Deze mensen kunnen niet praten, maar voor ja/nee vroeg hij hen te denken aan lopen door je ouderlijk huis of tennissen. Het denken aan deze twee mogelijkheden verhoogt de activiteit in verschillende hersengebieden, hetgeen je waarneemt in de fMRI-scan en zo leerden ze ja/nee.

Voelt ze die kus?

Het verdrietige is dat de vraag naar hun welzijn alleen maar schrijnender is geworden. Weten we via die scans of zij een prettig, een draaglijk, een typisch menselijk geestelijk leven hebben? De communicatie is daarvoor te schetsmatig. Maar deze eilandjes van geestelijk leven zetten ons wel aan het twijfelen over de vraag: hoeveel moeten we nog voor hen doen? En wat te denken als er geen enkele reactie is in de scanner?

De tweede vrouw, Tulay, was er veel slechter aan toe. Zij was langer in coma geweest, haar armen en benen stonden in een dwangstand en hoewel zij duidelijk wakker was, aarzel je over haar geestelijke inhoud. En omdat je die twijfel hebt, is het zo hartverscheurend om haar gekust te zien worden door haar zoontje, want je denkt: voelt ze die kus? ‘Ja’ is net zo erg als ‘nee’. Ik schrok van de willoze blik in haar ogen, toen ze als een stijve pop werd omgerold in bed.

‘Wijzer en verdrietiger’ is, geloof ik, wel goed uitgedrukt als je het over onze kennis in deze regio hebt.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie en de raakvlakken daartussen. Lees hier voorgaande afleveringen.

Deel dit artikel

Wij zijn wijzer en verdrietiger geworden over het geestelijk leven van comapatiënten