Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geloven maakt me onrustiger dan niet-geloven

Religie en Filosofie

Stephan Sanders

Stephan Sanders © Jean-Pierre Jans

Stephan Sanders is gelovig geworden en doet daar verslag van. Vandaag: hoe Sanders zich amper kan voorstellen hoe hij al die jaren níet gelovig was.

Het is met geloof als met je huidskleur: je staat niet elke dag op om jezelf ermee te feliciteren. Ik neem aan dat ook blanke mensen niet dagelijks voor hun spiegel staan te grijnzen, terwijl ze de blankheid hunner handen bewonderen. Als gemengd iemand, met Europese en Afrikaanse wortels wilde het zeker vroeger nog wel voorkomen dat mensen mijn naam kenden, en mijn uiterlijk - toen nog met afro - daar niet bij vonden passen. Maar zelf ben ik al mijn leven lang gewend aan dit uiterlijk, en het is heel zelden dat ik paf sta.

Lees verder na de advertentie
Als kind sprak ik urenlang met God - ik vond dat de gewoonste zaak van de wereld

Nu fluisteren mensen me wel eens toe: 'Ik hoor dat je eh... gelovig bent geworden'. Het klinkt altijd een beetje onzedelijk, iets dat zich nauwelijks publiekelijk laat bespreken. Ik beaam dan en wil verder met het gesprek, omdat ik niet à la minute de neiging voel een prediking te beginnen. Ik wil wel eens vergeten dat ik verreweg het langste deel van mijn leven niet-gelovig was - of me in ieder geval niet zo noemde. Ik weet nog goed wat ik die zondagochtenden deed, die ik nu voor kerkgang reserveer. Niets.

Uitslaapdag

Zondag was de lege dag, de uitslaapdag, lamlendige dag, tv maar even aan, naar 'Buitenhof' kijken alsof het een religieus gebod betrof. Drie jaar geleden begon ik wel eens te zoeken naar een kerkdienst of mis op zender. Het drong toen langzaam tot mij door dat ik niet alleen kon kijken, maar dat ik ook daadwerkelijk een kerk kon bezoeken. Sinds ruim twee jaar heeft zich een routine ontwikkeld, die toch niet routineus is, want ik hoor en ervaar bijna altijd weer iets anders dan ik had bedacht. Geloven zonder God lijkt me al duivels moeilijk, maar geloven zonder kerk, daar kan ik niet over uit.

De tekst gaat verder onder de afbeelding

© martien ter veen

Ik zou nu missen wat ik jarenlang, al die zon- en feestdagen op rij niet heb gemist. Lang geleden stelde geliefde voor eens naar een 'kerstmis' te gaan - ik vond het idioot en hypocriet en nog zo wat.

Een van de dingen die ik van tevoren niet had bedacht: dat geloven zo onzeker maakt, zo twijfelachtig en weifelend over wereldse zaken. En af en toe het heldere besef: maar ik weet het, ik word gehoord, ten diepste gekend.

De dichter Willem Jan Otten verwoordt het zo in zijn nieuwe bundel 'Genadeklap'. 'Hij gebaarde taal/die ik verstond/maar niet begrijpen kon.'

Het geloof is geen 'mening', als in die beroemde 'vrijheid van meningsuiting'.

Het is een besef, dat zich nauwelijks onder woorden laat brengen. Een besef dat ook nog weer eens kan wankelen, dat half vergeten raakt in het dagelijkse gewoel. Ik zou niet weten hoe je er reclame van kan maken voor de Ster.

Ik weet hoe ik als agnost kriegelig werd van dat gelovige gestotter en gezever. 'Zeg het nu eens gewoon'. Nu begrijp ik: maar het is niet gewoon, het is raadselachtig en mysterieus. Wonderlijk.

Met wie ik spreken kan, die bestaat. Daar komt het voor mij op neer.

Nog wat dichtregels van Willen Jan Otten: 'Meester van schoonheid, smid van de sneeuwvlok/onnavolgbare bekokstover/ begenadiger van een Aarde zo grandioos en anders dan de saaie maan/dank u voor hoe dan ook mijn gave'.

Ik schoot in de lach bij die 'saaie maan', omdat je zoiets niet mag zeggen, het is hoogst onwetenschappelijk, en wat mij betreft precies zoals ik het ervaar.

Wat ik me van kind van aan meen te herinneren: het idee gedragen te worden, gewild te zijn; door mijn ouders, die het harde bewijs van de adoptiepapieren op tafel konden leggen, en anders wel hun goede wil; maar ook door de vrouw die me baarde en me afstond, de man die haar bezwangerde zonder het waarschijnlijk te weten, ook door die onbekende groot- en voorouders van die Europese en Afrikaanse takken

Als kind sprak ik urenlang met God - ik vond dat de gewoonste zaak van de wereld. En nu ik weer aan het bidden ben geslagen, komt die kindstem weer terug, de stem van de zevenjarige, die vraagt en dankt en klaagt alsof hij al wist van de Klaagmuur en het externe en interne geweten en het mysterie Gods.

Saaie man

Nooit aan een man met een grijze baard gedacht, ook geen stok in zijn rechterhand. Niet per se aan een vader, eerder aan een moeder gedacht, de welwillendheid van een moeder, iemand die je van aangezicht tot aangezicht kon spreken, geen kracht of energie of 'saaie maan'.

Met wie ik spreken kan, die bestaat. Daar komt het voor mij op neer.

En soms, heel af en toe, dat woordeloze weten, een inzicht dat over je eigen rand reikt, en dat je wordt gegeven. Een vrij geschenk.

'...en onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U', schreef Augustinus.

Die rust, als in de kalme zekerheid heb ik niet gevonden. Geloven maakt me onrustiger dan niet-geloven. Maar wat het ook is: allesbehalve een saaie maan.

Stephan Sanders doet voor Trouw verslag van zijn vorderingen om als gelovige door het leven te gaan.

Lees hier alle eerdere afleveringen in deze serie.

Deel dit artikel

Als kind sprak ik urenlang met God - ik vond dat de gewoonste zaak van de wereld

Met wie ik spreken kan, die bestaat. Daar komt het voor mij op neer.