Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Filosoof Arnold Ziegelaar: 'Dát er iets is, wordt nooit vanzelfsprekend'

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

Arnold Ziegelaar: ‘Als filosoof wil ik natuurlijk die existentiële én de intellectuele weg bewandelen.’ © Inge van Mill
INTERVIEW

Als student vroeg Arnold Ziegelaar zich al af wat de mens in de kosmos doet. Voor dat existentiële probleem is God geen oplossing, denkt de filosoof.

Twintig was Arnold Ziegelaar, en student theoretische natuurkunde, toen zijn vader overleed. “Bijna vijftig jaar had hij gewerkt, hij was amper met pensioen of hij ging dood. Dat was een schok, niet alleen een emotionele schok, maar ook een filosofische. Wat is het leven als het zo radicaal nietig kan zijn? Als een mens ineens ophoudt te bestaan?” Zo kwam hij uit bij de filosofie. “Niet dat die de antwoorden heeft, maar de vragen zijn tenminste aan de orde, je hoeft ze niet weg te denken. Je kunt in gesprek gaan met andere zielen – al zijn dat vaak dode zielen.”

Lees verder na de advertentie

De vragen die Ziegelaar als jonge student overweldigden – waarom is er een wereld, waarom zijn wij er? – houden hem nog altijd onverminderd bezig, vertelt de 55-jarige filosoof op een caféterras in Vogelenzang, de bosrijke gemeente waar hij vanuit het drukke Amsterdam naartoe verhuisde. 

Bestaansmysterie

Drie jaar geleden barstte zijn denken over het ‘bestaansmysterie’ los in het eigenzinnige ‘Aardse mystiek’, dat een jaar later werd gevolgd door ‘Oorspronkelijk bewustzijn’; een derde boek, ‘Het wezenlijke’, is alweer in aantocht. Ziegelaar wil een religiositeit ontwikkelen die in harmonie is met rede en wetenschap – een mystiek zonder God. Ervaringen van kosmische eenheid én van totale verlatenheid zijn misschien uiterst moeilijk met de rede te vatten, maar ze verdienen een filosofische behandeling, denkt Ziegelaar. “Ik kan er niets aan doen, zo denk ik nou eenmaal.”

Op het terras klappert een groot uitgevallen parasol in de opstekende wind. De koffie is op en de fotografe is gearriveerd. Ziegelaar oppert het gesprek voort te zetten in het Vogelenzangse bos. En dus loopt hij vooruit, bergschoenen aan de voeten, om zijn schouder een linnen tasje van de bibliotheek met daarin ‘Aardse mystiek’ en ‘Oorspronkelijk bewustzijn’. 

Eenmaal tussen de heuphoge varens, begint hij over ruimte en tijd – een teken dat de natuurkundige nog niet helemaal uit de filosoof is verdwenen. “Ruimte en tijd hebben een soort eindeloosheid, waarover je je eindeloos kunt verwonderen”, zegt hij terwijl hij de laan met eiken afkijkt. “Aan de ene kant weten we niet waar ze vandaan komen. En tegelijk zou er zónder ruimte en tijd helemaal geen ervaring mogelijk zijn – ze gaan aan ons bewustzijn vooraf. Dat mysterie is in de westerse filosofie vaak onderbelicht gebleven, bij Plato bijvoorbeeld, en ook in het christendom. Want voor gelovigen zijn ruimte en tijd door God geschapen en dat maakt ze dus ondergeschikt aan iets anders. Maar als je dat idee van God loslaat, dan krijgen ze ineens een eigen oorspronkelijke realiteit.”

En dan donderen die ruimte en tijd over je heen als mystieke ervaring?

“Precies.”

Anders dan bij de meeste mystici, beschrijft u zo’n ervaring niet altijd als iets aangenaam extatisch. Een mystieke ervaring kan ook voelen als ‘volledig alleen zijn onder de afgrondelijke sterrenhemel’.

“Ik heb geen missionaire bedoelingen, ik wil alleen iets beschrijven en doordenken. Dat doe ik op grond van de mystieke ervaringen die ik ken en op grond van de boeken die ik heb gelezen. Aardse mystiek is geen heilsleer; eerlijk gezegd denk ik dat de meeste mensen liever druk bezig zijn met hun alledaagse besognes dan dat ze openstaan voor ervaringen van totaliteit. Ik geloof alleen wél dat de mens een wezen is dat overrompeld kán worden door de vraag wie of wat we zijn. Alle levensbeschouwingen op deze wereld, en dat zijn er nogal wat, proberen een antwoord te geven op die vraag.” Korte denkpauze. “En dat zijn allemaal antwoorden die niet deugen.”

Haha, dat is nogal wat! Waarom deugen die antwoorden dan geen van alle?

“Omdat ze allemaal te simplistisch zijn of te problematisch. Er zitten altijd vooronderstellingen in die niet bewezen zijn, die niet deugen of op zijn minst onzeker zijn.”

En dat geldt speciaal voor de voorstelling van God, neem ik aan.

“Ehm, nou ja.. De idee van God is in het Westen natuurlijk heel invloedrijk geweest. Het denken daarover, in de Middeleeuwen en daarna, heb ik vrij goed bestudeerd. Daar zitten ook hele mooie, goede en interessante kanten aan. Ik denk alleen dat het mij uiteindelijk niet overtuigt. Je ziet dat ook in de geschiedenis van het denken: na de Middeleeuwen worden almaar meer natuurverschijnselen die vroeger aan God werden toegeschreven wetenschappelijk verklaard. Bovendien blijken de klassieke argumenten voor het bestaan van God problematisch – dat heeft de Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant eind achttiende eeuw al aangetoond. Natuurlijk kun je daarover discussiëren; er zijn ook filosofen die de klassieke godsbewijzen weer nieuw leven inblazen, zoals de wiskundige en filosoof Emanuel Rutten. Maar mij overtuigt dat niet voldoende – en dan kan ik er ook niet aan vasthouden.”

Het probleem van de existentie wordt te snel onklaar gemaakt.

“Zo heb ik dat inderdaad ervaren na de dood van mijn vader. Ik had een existentieel probleem waar ik geen oplossing voor zag – een gevoel van nietigheid. Dat wilde ik niet meteen afkappen met God. En dat is het mooie… dan ontstaat er een speelveld voor de filosofie. Daar zit ik nog steeds in, zou je kunnen zeggen. Verder blijf ik ook een wetenschapper: als iemand een bewering doet, wil ik weten waar dat op gebaseerd is. Want de één gelooft A en de ander B. En als ze met elkaar in tegenspraak zijn, kunnen ze niet allebei waar zijn. Daarom kan ik niet zeggen: ik ervaar de nietigheid van het bestaan, dus ga ik in God geloven. Dat klopt naar mijn idee niet, hoe begrijpelijk die stap ook is. Je zou kunnen zeggen dat ik tegen godsgeloof hetzelfde bezwaar heb als tegen wetenschappers die alles willen verklaren uit het materiële. Als je daar maar even dieper over nadenkt, begrijp je dat dat niet kán.”

Hoe kunnen we die mystieke ervaring volgens u dan begrijpen? Waarom voelt die soms als totale verbondenheid met alles en dan weer als een volkomen verlaten zijn?

“Dat verklaar ik uit de dubbelzinnige positie van de mens. Die bevindt zich ín de kosmos, maar is daar ook van gescheiden. We hebben ons ontwikkeld, we zijn uit de natuur losgebroken, zoals Nietzsche zegt. We zijn natuur, maar gebruiken en manipuleren die natuur ook – enfin, daar komt de hele technologie uit voort. Hoe dat met dieren zit weet ik trouwens niet, ik ben zelf geen dier en kan dus niet namens de dieren spreken. Maar de mens heeft verschillende mogelijkheden. We kunnen ons innig verbonden voelen met de wereld én we kunnen ons daarvan volkomen vervreemd voelen. In het alledaagse leven zitten we meestal ergens in het midden: een beetje verbonden, een beetje afstandelijk. Maar in wat ik aardse mystiek noem, ervaren we die uitersten wel.”

Een vraag waarop niet direct een antwoord komt, is nog geen zinloze vraag

Arnold Ziegelaar, filosoof

Aan het eind van de boswandeling, die weer terugvoert naar het café, vertelt Ziegelaar over zijn proefschrift, waarin hij de beroemde vraag behandelt van de zeventiende-eeuwse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz, ‘Waarom is er iets en niet veeleer niets?’ Het antwoord op de vraag valt niet te verwachten, dat kan hij alvast verklappen. Maar een vraag waarop niet direct een antwoord komt, is nog geen zinloze vraag, vindt Ziegelaar. “Zo’n vraag zinloos noemen is natuurlijk één strategie om met het probleem om te gaan. Die strategie zie je in de twintigste eeuw vaak, bijvoorbeeld bij Wittgenstein. Maar ik denk dat het niet lukt, dat je de vraag niet weg krijgt, omdat het een echte filosofische vraag is. Dát er iets is, wordt nooit vanzelfsprekend.”

Maar waarom blijft u een heel leven lang piekeren over een vraag waarop geen antwoord is?

“Omdat het een bron van verwondering is, het is als het ware de intellectuele weg naar die mystieke ervaring. Je hebt een existentiële weg – dat is gewoon rondlopen en het leven ervaren. En je hebt een intellectuele weg. Maar die sluiten elkaar niet uit, ze vullen elkaar aan, ze komen als het ware op hetzelfde punt uit. En als filosoof wil ik natuurlijk die existentiële én de intellectuele weg bewandelen. Zo is het nou eenmaal. Die grondvraag naar het bestaan heeft me ergens in het verleden gegrepen en die laat me niet meer los.”

Wie is Arnold Ziegelaar?

Arnold Ziegelaar (1962) studeerde natuurkunde en filosofie. Van 1990 tot 2007 deed hij sociaalwetenschappelijk onderzoek bij een instituut voor beleidsonderzoek. Daarnaast ging hij zich bezighouden met praktische filosofie; in 2005 startte hij de filosofische praktijk ‘Goed gesprek’ ‘voor iedereen die op zoek is naar verdieping of verheldering op levensbeschouwelijk, filosofisch of ethisch terrein’. Inmiddels geeft Ziegelaar al meer dan tien jaar cursussen op het gebied van metafysica, ethiek, godsdienstfilosofie, zingeving, en kunstfilosofie. In 2015 verscheen ‘Aardse mystiek’, in 2016 ‘Oorspronkelijk bewustzijn’. Op zijn website www.arnoldziegelaar.nl heeft hij al zijn filosofische activiteiten gebundeld. Ziegelaar is getrouwd en heeft een zoon en een dochter.

Lees ook:

Filosoof Henk van der Waal zoekt de mystiek op het strand

Deel één van dit tweeluik: religies werken beknellend, vindt dichter-filosoof Henk van der Waal. Ga voor een religieuze ervaring liever naar zee dan naar de kerk.

Deel dit artikel

Een vraag waarop niet direct een antwoord komt, is nog geen zinloze vraag

Arnold Ziegelaar, filosoof