Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dood op verzoek, gevolgd door verdriet op afspraak

Religie en Filosofie

Stijn Fens

Stijn Fens. © Jorgen Caris
Column

Met zo'n vijftig man stonden we voor de aula te wachten tot de begrafenis van Willem zou beginnen. Willem, hij heette eigenlijk anders, was de man van een vriendin van mij. Echt goed kende ik hem niet. Sterker nog, ik heb hem bij leven nooit ontmoet. Toch wist ik heel goed hoe hij eruitzag. De laatste maanden van zijn leven postte die vriendin met heel veel liefde de ene na de andere foto van Willem op sociale media. Zo liepen we toch nog een tijdje samen op.

Het afscheid was voorbeeldig. De vriendin hield een nuchter, maar liefdevol in memoriam. Een vriend deed Willem groots uitgeleide. Neven huilden. Op een beeldscherm waren foto's van hem te zien. Tussendoor klonk jazz, de muzieksoort die als ie bij een crematie of begrafenis klinkt een beetje met de overledene mee sterft.

Lees verder na de advertentie

Zijn euthanasie

De dood van Willem kwam niet onverwacht, sterker nog: We zagen hem al weken van tevoren aankomen. Hij was ongeneeslijk ziek en wilde de aftakeling die daarmee gepaard ging niet afwachten. Willem besloot 'eruit te stappen'. De datum van de euthanasie was bij nogal wat mensen bekend. Het zou op een vrijdag gebeuren. Ik moest die hele dag aan Willem denken. Wat zou hij aan het doen zijn? Hoe was hij opgestaan op zijn laatste dag? Hoeveel mensen kwamen nog afscheid nemen? Ik zag hem zitten aan tafel, de laatste lunch met zijn vriendin en zijn kinderen. Hoe smeer je je laatste broodje? Nonchalant of juist met heel veel precisie? Kijk je uit naar het moment dat de dokter de trap op komt lopen of hoop je toch stiekem dat hij zijn auto niet kwijt kan?

Om zes uur 's avonds zei ik het hardop: Willem is dood. Op dat moment wist ik ook al wanneer de begrafenis zou plaatsvinden. Ook die datum was ruim van tevoren bekendgemaakt. Dat was een beetje vreemd, maar ook wel handig. Geen paniekerig geschuif in je agenda, maar een eenzame afspraak op een voor de rest nog lege ochtend. Een vriendin die voor haar werk veel in het buitenland is, kon zo haar werkrooster veranderen zodat ze bij het afscheid kon zijn.

Nog niet zo lang geleden hoorde ik een vroom katholiek zeggen dat je een leven in grote dankbaarheid toch ook aan God kon teruggeven

Terwijl er droevige jazzklanken te horen waren, keek ik de aula rond. Zeker, er was verdriet, maar het was van een andere soort dan bij andere begrafenissen, meende ik te zien. Het leek alsof er beter over was nagedacht, hetgeen niet vreemd was, want we hadden er ons al weken op kunnen voorbereiden.

Als de dood aanklopt

Ikzelf moest een beetje wennen aan de situatie. Begrijp me goed, dat wennen zit niet in de beslissing om met deskundige hulp een goede dood mogelijk te maken. Ik vind de euthanasiewet in ons land een groot goed, al schieten we in ons verlangen naar zelfbeschikking wel eens door. Nog niet zo lang geleden hoorde ik een vroom katholiek, die wist dat het definitieve verval was ingetreden, zeggen dat je een leven in grote dankbaarheid toch ook aan God kon teruggeven. Dat vond ik mooi geformuleerd. Volgens de christelijke moraal nog altijd problematisch, maar wel goed gevonden.

Dus nee, een diepe buiging voor Willem. Maar misschien had ik het toch maar liever niet geweten. Van wanneer en zo. De dood kent op z'n best een intimiteit, een privacy waar je niet snel binnentreedt. Laatst hoorde ik het verhaal van een man die ook aan euthanasie zou gaan overlijden. Zijn vrouw vroeg aan de inwoners van de straat waarin ze woonden om op het bewuste tijdstip een brandende kaars voor het raam te zetten.

Ik weet niet of ik aan dat verzoek gevolg zou hebben gegeven, hoezeer ik de wens van de vrouw kan begrijpen. Misschien had ik wel de gordijnen dichtgedaan, een kaars aangestoken en stilletjes aan mijn buurman gedacht. Zijn dood is van hem, van zijn vrouw, zijn geliefden en van de dokter. Ik blijf op zo'n moment toch liever op afstand. Ook in mijn hoofd.

Als de dood ooit bij mij aanklopt, zal ik hem hopelijk met gepaste gastvrijheid binnen kunnen laten. Ik zal hem een makkelijke stoel aanbieden en - als ik de kracht nog heb - tegen hem zeggen: "Ga lekker zitten, we drinken nog wat met mijn geliefden en dan komen we er wel uit. Wilt u het zolang tegen niemand zeggen?"

Meer columns van Stijn Fens vindt u hier

Deel dit artikel

Nog niet zo lang geleden hoorde ik een vroom katholiek zeggen dat je een leven in grote dankbaarheid toch ook aan God kon teruggeven