Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dichter en theoloog Huub Oosterhuis: 'Je hoort bij de mensen voor wie je schrijft'

Religie en Filosofie

Stijn Fens

© Martijn Gijsbertsen
Interview

Na lange tijd schreef dichter en theoloog Huub Oosterhuis weer een bundel met religieuze gedichten. Ineens was er een 'vloed van god'. 'Er waren helemaal geen gedichten meer, toen ik hieraan begon.'

Het is de dag na de sneeuwchaos die Nederland vorige week maandag in zijn greep hield. Huub Oosterhuis (84) zit in zijn werkkamer in het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed achter zijn bureau. Hij draagt een donkerblauw pak met een wit overhemd. Voor hem liggen de drukproeven van zijn nieuwe dichtbundel. Hij doet zijn bril af, zoekt wat tussen de papieren, pakt er een gedicht uit en begint hardop te lezen.

Lees verder na de advertentie

Ben van religie niet.
Heb wel de stem gehoord
van het bevrijdingsvisioen
dat gloedrood in de Joodse Bijbel staat geschreven:

'Gelijke rechten op geluk
de zachte krachten van de solidariteit
genade brood voor ieder mens

uittocht uit alle wrede slimme
martelende slavernijsystemen
ooit en steeds opnieuw bedacht.'

De stem die dit
tot mijn geweten spreekt
is god voor mij.

En als ik zing uitzinnig ingetogen
in eigen zieletaal, of Bach aanhoor:
't gaat over dit, die god alleen

en verder godsdienst geen.

Je mag hopen dat de uitgever van zijn nieuwe dichtbundel ook een luister-cd maakt. Voor te lezen door Oosterhuis zelf. Met die donkere stem die in al die jaren niet aan kracht heeft ingeboet. Als hij klaar met lezen is, blijft het even stil.

Een gedicht schrijven heeft iets van een vonk

Dat bent u toch in het gedicht?

"Ja, dat is de dichter. "

De bundel heet 'Die wij denken'. Dat impliceert dat God een gedachte is of misschien toch een belofte?

"Een gedachte, denk ik. Een belofte is iets anders. De god die wij denken begint natuurlijk met een litanie aan misverstanden en beelden. Ik probeer in deze bundel die misverstanden aan het licht te brengen."

Nou denkt u al zo'n tachtig jaar na over God en nog steeds is het zoeken en tasten?

"Natuurlijk. Onderweg passeert er zoveel en dat moet je meenemen. Dit is een autobiografisch gedicht. Ik heb dit allemaal wel meegemaakt."

U schrijft in deze bundel God voornamelijk met een kleine letter: 'god' dus. En maar af en toe met een hoofdletter. Waarom is dat?

"Ik denk dat ik dat doe omdat de enige God die voor mij geloofwaardigheid oproept die van het bijbelse verhaal is. Dus die schrijf ik met een hoofdletter. Maar in deze bundel gaat het vaak om de god van het algemene spraakgebruik. De god die wij denken, babbelen en twitteren. En die schrijf ik met een kleine letter."

Volgens de uitgever bevat 'Die wij denken' nieuwe religieuze poëzie, wat de indruk kan wekken dat Huub Oosterhuis alles rond God en Bijbel in andere dichtbundels laat voor wat ze zijn. "In al mijn bundels gaat het daarover, maar hier wat geconcentreerder en wat scherper", zegt Oosterhuis. 

De bundel is in korte tijd geschreven - in zo'n anderhalf jaar tijd. Opeens was er een 'vloed van god' zoals een van de gedichten uit de bundel heet. Oosterhuis weet zelf niet goed waar die vandaan kwam. "Er waren helemaal geen nieuwe gedichten meer toen ik hieraan begon. Het houdt mij natuurlijk altijd bezig, maar soms wat heftiger."

Aarzelend: "Er komen naarmate je ouder wordt steeds meer redenen om over God na te denken. Tenminste voor mij. Deze bundel is niet zomaar een geloofsgetuigenis. Het is veel ingewikkelder en gaat door allerlei gevoelens heen van wel en niet en niemand."

Kunt u zich het eerste gedicht dat u schreef nog herinneren?

"Dat was een gedicht over sneeuw. Toepasselijk niet? Ik was toen vijftien. Het was net na het ongeluk waarbij ik tijdelijk aan mijn benen verlamd was geraakt. Ik was weer thuis en ik las in de driedelige bloemlezing van Anton van Duinkerken over de katholieke poëzie (in Nederland) door de eeuwen heen. Ik las over katholieke dichters als Jan Engelman en Gerard Wijdeveld en leerde dingen uit mijn hoofd. Op een gegeven moment dacht ik: dat kan ik misschien ook wel. Toen werd ik op een ochtend wakker - ergens eind november - en lag er sneeuw. Een witte wereld." Oosterhuis citeert uit het hoofd:

Sneeuw in de bomen
Sneeuw in het haar van mijn ogen
Smelt toch vandaag nog niet
Sneeuw in de schoot van mijn moeder
Sneeuw in de hand van mijn vader
Smelt toch vandaag nog niet.
Gij zijt vandaag onze schoonheid
Sneeuw in het haar van de bomen
Sneeuw in de schoot van de vrouw
Sneeuwwitte sneeuw in mij
Smelt toch vandaag nog niet.

"Ik vind het nog altijd een goed gedicht."

Ik permitteer me veel meer in mijn gedichten dan in liturgische teksten

We zijn nu bijna zeventig jaar verder. Zit die dichter van toen hier nog tegenover mij?

"Ja, ik ben nog steeds dezelfde. Een gedicht schrijven heeft iets van een vonk. Het is er opeens. Dat is een moment wat eigenlijk aan jezelf ontgaat. Dat herinner ik me van dat eerste gedicht nog heel goed. Maar toen ik het geschreven had dacht ik: het is iets. Het is van mij. En dat heb ik nog steeds. "

U heeft weleens gezegd dat een dichter een opdracht heeft. Hoe vat u die op?

"De opdracht voor een dichter is altijd om de taal zuiver en scherp te houden. Om het denken zo te verwoorden dat een gedicht een mate van redelijkheid en een mate van 'mysterieusheid' in zich heeft. Het moet een beetje schuren. Deze bundel is uitzuiveren van wat in de Bijbel met God wordt bedoeld en tegelijkertijd ook een uitzuiveren van taal."

U schrijft zowel liederen als gedichten. Waar zit voor u het grote verschil in?

"Ik permitteer me veel meer in mijn gedichten dan in liturgische teksten. Ze zijn niet geschikt voor de liturgie, een enkele daar gelaten. De gedichten in deze bundel zijn in discussie met het godsbeeld van de Bijbel en alle andere godsbeelden. Misschien kan het een aanzet tot debat zijn."

De bundel begint met het gedicht 'Morgen' waarin de dichter het deksel van zijn doodskist opentrapt. Ze zijn nog niet van hem af. De bundel eindigt - niet toevallig - met 'Morgen weer'. "Ik begin oud, maar schrijf mezelf jonger", aldus Oosterhuis.

Morgen gebeurt het weer
zon kom op maak een dag.
Welke dag zal ik maken?
Deze dag van vandaag.

"Dit is niet mijn laatste bundel", zegt hij zonder twijfel in zijn stem.

De werklust van Oosterhuis lijkt meer op die van een jonge man dan op iemand van bijna vijfentachtig

Elk gedicht dat u schrijft kan het laatste zijn..

"Ik weet niets. Ik werk gewoon door."

De werklust van Oosterhuis lijkt meer op die van een jonge man dan op iemand van bijna vijfentachtig. Zo is hij al een tijd bezig om samen met de hebraïcus Alex van Heusen de vijf boeken van de Thora - die christenen kennen als Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium - te vertalen. Dat project nadert zijn voltooiing.

Nog regelmatig preekt hij in de Amsterdamse Ekklesia, de kerkelijke gemeente waarvan hij het gezicht is. En zijn dochter, zangeres Trijntje Oosterhuis, kwam met het idee om volgend jaar samen een tour te maken. "Ze zei: 'Dan moet jij de teksten voorlezen en dan zing ik ze daarna. Dat is veel beter. Als je ze zingt versta je niet alles, maar wel als ze jij ze eerst leest.' Nou dat gaan we doen."

Hij rangschikt de drukproeven van zijn gedichten tot ze weer een mooi stapeltje vormen en legt zijn hand erop alsof hij ze wil beschermen. Dan vertelt hij over een vriend met slokdarmkanker die 'op zijn dood ligt te wachten'. "Die doet dat zo fantastisch. Ongelofelijk hoe mooi mensen in dat soort dagen met elkaar kunnen omgaan."

U heeft allerlei teksten geschreven voor dit soort momenten. Mensen vinden bij u de taal die ze op dat moment zelf niet hebben.

"Dat ben ik me ook bewust, of liever gezegd: dat ben ik me bewust geworden."

Schrijft u het ook voor u zelf? De dood komt ook voor u steeds dichterbij.

"Natuurlijk. Al die teksten zijn inclusief. Je hoort bij de mensen voor wie je schrijft."

Huub Oosterhuis - Die wij denken.

Nieuwe gedichten. Uitgeverij Ten Have, 64 blz, €14,99

Trouw-abonnees maken kans op een gesigneerd exemplaar van de nieuwe dichtbundel van Huub Oosterhuis via trouw.nl/exclusief.

© RV

Deel dit artikel

Een gedicht schrijven heeft iets van een vonk

Ik permitteer me veel meer in mijn gedichten dan in liturgische teksten

De werklust van Oosterhuis lijkt meer op die van een jonge man dan op iemand van bijna vijfentachtig