Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dichter Ad den Besten: pro-Duitse student die zich bekeerde van het 'natuur-mythische' denken

Religie en Filosofie

Stevo Akkerman

Ad den Besten in 1957. © -
Interview

Dichter Ad den Besten, bekend van het Liedboek voor de Kerken, was in zijn jonge jaren vergaand Deutschfreundlich. Juist daarom 'bekeerde' hij zich na de oorlog van het 'natuur-mythische' denken.

Heeft Tjerk de Reus ook maar een moment overwogen om de oorlogsbrieven van Ad den Besten ongebruikt weg te bergen? Om de reputatie van man die hij zo bewonderde te beschermen? Nee, maar een beetje ongemakkelijk voelde hij zich wel toen hij in 2011 die 180 brieven uit Berlijn in de schoot geworpen kreeg - hier rees een ander verhaal op dan hij tot dusver kende. 

Lees verder na de advertentie

De Reus, neerlandicus en literair journalist, was al jaren van plan een proefschrift over Den Besten te schrijven; dat kwam nu in een stroomversnelling, en de Duitse episode zou daarin een belangrijke rol moeten spelen, dat was hem meteen duidelijk.

Zijn 'Deut­sch­freund­lich­kei­t' ging verder en duurde langer dan hij na de oorlog wilde doen geloven

De Reus schreef in 1996 zijn afstudeerscriptie over Den Besten, had ook contact met hem, en zette eerste stappen op weg naar een proefschrift. "De relatie tussen christendom en literatuur is mijn grote interesse, dat zette me op het spoor van Den Besten, die in 'Dichten als daad' als geen ander schreef over literatuur, theologie en levensbeschouwing." 

Tjerk de Reus © -

Proefschrift

Tjerk de Reus (1971) promoveert dinsdag 9 oktober op Ad den Besten. Bij uitgeverij Skandalon verschijnt de handelseditie van zijn proefschrift, 'Ad den Besten, deelbiografie 1923-1955'.

Maar andere zaken gingen voor, er kwamen kinderen, er moest gewerkt worden, en zo belandde het promoveren op het tweede plan. Totdat De Reus in 2011 een telefoontje kreeg: Den Besten, inmiddels 88 jaar oud, moest wegens dementie worden opgenomen in een verpleeghuis en zijn dochters vroegen De Reus zich te ontfermen over de literaire nalatenschap van hun vader.

Dat leidde tot de ontdekking van een uitgebreide correspondentie, die een nieuw licht wierp op de ontwikkeling van Den Besten. Het was al bekend dat hij tijdens de oorlog vrijwillig naar Berlijn was vertrokken om deel te nemen aan de Arbeitseinsatz, maar wat hij daarover later in interviews vertelde, bleek op zijn zachtst gezegd geflatteerd te zijn. Den Besten - zoon van een NSB-burgemeester - was geen nationaal-socialist, maar zijn Deutschfreundlichkeit ging verder en duurde langer dan hij na de oorlog wilde doen geloven. 

De Reus moest zijn beeld bijstellen en wat hij in gedachten had - een proefschrift over het verband tussen de biografie van Den Besten en diens literaire credo - werd des te interessanter. Daarbij gebruikt De Reus het woord 'bekering' om te beschrijven hoe radicaal het denken van Den Besten na terugkeer uit Duitsland zou veranderen.

Hij is naar Duitsland is uit solidariteit met studenten die de loy­a­li­teits­ver­kla­ring weigerden te tekenden

Tjerk de Reus

"Ik had opeens 180 brieven uit Duitsland", vertelt De Reus thuis in het Friese Nij Beets. "Alles mocht ik meenemen en gebruiken, ik heb twee weken zitten scannen. Een heel aparte ervaring, ook vanwege die Hitler-postzegels op de enveloppen. Maar nee, het voelde niet als heiligschennis. Ik wist wel dat ik dit materiaal heel zorgvuldig moest behandelen, Den Besten besmeuren is het laatste wat ik zou willen, ik bewonder hem nog steeds in alle opzichten. Het ging mij erom te snappen welk verhaal hier achter zat - wat me overigens wel wat tijd kostte."

Den Besten gaf achteraf een te rooskleurige voorstelling van zaken. Maar we hebben het niet over een schokkende onthulling in de categorie Lucebert-bij-de-SS.

"Nee nee, dat is het niet. Vooral ook omdat Den Besten niet Sieg Heil is gaan roepen of iets dergelijks. De belangrijkste kwestie is de loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter, die hij als student in 1943 tekende. Daarover zei hij in de jaren zeventig tegen de historicus Puchinger dat hij dat deed om zijn vader niet in problemen te brengen en die lezing is hij blijven herhalen. Maar het ging niet om zijn vader, die liep ook helemaal geen risico. Den Besten had zijn eigen zelfstandige motivatie, waarover hij in goed gesprek was met Roel Houwink. Dan weet je wel hoe laat het is." (Den Besten beschouwde de schrijver Houwink, die pro-Duits was, als zijn 'pleegvader', SA).

"Het andere is dat hij naar Duitsland is gegaan uit solidariteit met studenten die de loyaliteitsverklaring weigerden te tekenden - voor hen was de Arbeitseinsatz straf en Den Besten deelde vrijwillig in hun lot. Dat is historisch juist. Maar zijn pro-Duitse sentimenten hielpen natuurlijk wel om zo'n besluit te nemen. Hij zegt later dat hij in Duitsland al besefte dat de hele bloed-en-bodem-ideologie niet pluis was en dat de theoloog Miskotte hem daarvoor de ogen had geopend. Maar in werkelijkheid, zo blijkt uit zijn brieven, deelde hij tot 1945 een bepaalde versie van het bloed-en-bodem-denken. Vermoedelijk de eerste die hem daarover aan het twijfelen brengt, is Willem Barnard - maar pas direct na de oorlog. En dán gaat ook Miskotte voor hem leven. Die betoogde in 'Edda en Thora' dat het Duits-mythische denken in feite heidendom was."

Het frustrerende is dat Den Besten zelf niets zegt over deze ommezwaai: zijn opvattingen veranderen drastisch, maar hij kijkt niet terug naar de weg die hij heeft afgelegd. Toch moet hij daarmee hebben geworsteld, ook al ging het om zijn jonge jaren.

"In zekere zin was dat wel logisch. Hij was geen publieke figuur, hij had er niet over in kranten geschreven, er geen redevoeringen over gehouden, het speelde zich allemaal alleen maar af in zijn eigen hoofd. En in de brieven aan zijn vriendin en aan zijn moeder."

Hij hield in 1944 wel een lezing in Berlijn, waarin hij 'de romantiek van bloed en bodem' beschrijft als 'principieel waar en levenswaardig'.

"Dat is waar, en hij spreekt daar affirmatief. Maar tegelijkertijd houdt hij in zijn lezing ook enige afstand, er is een zekere reserve."

Het Parool, toen een ondergrondse krant, noemt hij 'ploertig'.

"Ja, er zat een bepaalde draai in zijn denken die de hele tijd bij hem bleef. Hij was geen nazi, het ging bij hem, opgegroeid in pro-Duitse sfeer, om een natuur-mythisch denken, eigenheid van land en volk, eenheidservaring, sacralisering van de werkelijkheid. Maar hij zegt ook dat het nationaal-socialisme haaks staat op de kerk, wat voor een theologie-student wel iets betekent. Het is wat diffuus allemaal. Later zal hij zeggen, met Barnard, dat de poëzie alle eenheidservaring juist kapot moet beuken."

Hij beschikte ook over een grote geestelijke lenigheid en ging het gesprek aan met dichters

Tjerk de Reus

Dat is na wat u zijn 'bekering' noemt. Was het echt zo'n Saulus-Paulus-moment?

"Het was in elk geval een enorme ommekeer, hij zegt niet voor niets dat hij zich heeft laten 'overwinnen' door mensen als Miskotte. Vervolgens neemt hij in lezingen en in zijn latere contacten met de Vijftigers sterk afstand van het natuur-mythische denken met zijn zogenoemde organische banden. Daar verliezen we de humaniteit, zegt hij dan. Hij waardeert de ruimte die de Vijftigers geven aan het onbewuste, het primitieve, het driftmatige. Hij vindt dat mooi, maar hij verlangt daarop ook een reflectie vanuit de geest. In het natuurlijke schuilt niet het mens-zijn, zegt hij, en dat is een reactie op wat hij in het nationaal-socialisme heeft ervaren."

Het verbaasde me wel dat Den Besten - christen, theologie gestudeerd, kerkelijk actief - zo nauw betrokken raakte bij de losgeslagen anarchisten die de Vijftigers waren.

"Hij leidde misschien een burgerlijk bestaan - gezin, baan van negen tot vijf - maar hij beschikte ook over een grote geestelijke lenigheid en ging vanuit zijn eigen literaire opvattingen en geloofsovertuiging het gesprek aan met deze dichters. Waarbij hij een van de eersten was die hun talent en betekenis erkende; als uitgever bood hij hen een podium toen niemand anders dat deed."

Uw proefschrift stopt in 1955, waarom is dat?

"Toen publiceerde Den Besten zijn boek 'Stroomgebied', waarin hij aan de hand van de Vijftigers zijn poëtica ontvouwde. Dat was een natuurlijk moment om mijn onderzoek af te sluiten. Maar inderdaad: in het vervolg van zijn leven, met onder andere het werk voor het Liedboek voor de Kerken, zit in potentie nog een boek. Misschien schrijf ik dat nog eens."

En wat is nu, op basis van dit proefschrift van 530 pagina's, de betekenis van Den Besten en zijn geschiedenis?

"Ik denk dat het voor de neerlandistiek goed is om te zien dat zo op de literatuur kan worden gereageerd: door een tegenstem de ruimte te geven. Den Besten gaf de Vijftigers uit, waardeerde hun werk, maar gaf er tegelijkertijd kritiek op, en dan niet alleen op de vorm. Ik heb daarmee aangetoond, hoop ik, dat ook het theologische perspectief interessant is voor de letteren. In de literaire kritiek mis je dat nog wel eens. Dan wordt een boek - neem 'Pier en Oceaan' van Oek de Jong - besproken zonder enige aandacht voor de religieuze diepte ervan. Ook in Trouw. Ik doe dat wél, en krijg dan een lange brief van de auteur die zegt: jij behandelt iets wat de anderen laten liggen. Marente de Moor noemt de naam 'God' in haar laatste boek 49 keer, maar niemand gaat erop in. 'Goede mannen' van Arnon Grunberg is een en al God. Waarbij God ook wordt gerelateerd aan bizarre seksuele praktijken. Denk ervan wat je wilt, maar doe er iets mee."

Ad den Besten (1923-2015)

Was uitgever, dichter en essayist. Zijn vader was NSB-burgemeester van Apeldoorn, zelf tekende hij in 1943 de 'loyaliteitsverklaring' aan de Duitse bezetter en meldde zich vervolgens voor de Arbeitseinsatz in Berlijn. Na de oorlog werd hij uitgever en speelde een belangrijke rol bij de introductie van de Vijftigers in het literaire leven. 

Hij promoveerde in 1983 op een proefschrift over het Wilhelmus en kreeg in kerkelijke kring brede bekendheid vanwege zijn bijdrage aan het Liedboek voor de Kerken. In 1989 ontving hij de Martinus Nijhoffprijs voor zijn vertaling van de poëzie van Friedrich Hölderlin.

Lees ook:

Dichter en meestervertaler van talloze kerkliederen

Hij behoorde tot de meest getalenteerde dichters van zijn generatie. De dichter, essayist en vertaler Ad den Besten (1923) overleed in 2015 in zijn woonplaats Amstelveen, zo maakte zijn familie bekend.

Deel dit artikel

Zijn 'Deut­sch­freund­lich­kei­t' ging verder en duurde langer dan hij na de oorlog wilde doen geloven

Hij is naar Duitsland is uit solidariteit met studenten die de loy­a­li­teits­ver­kla­ring weigerden te tekenden

Tjerk de Reus

Hij beschikte ook over een grote geestelijke lenigheid en ging het gesprek aan met dichters

Tjerk de Reus