Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Denken doe je met het lijf

Religie en Filosofie

Petra Modderkolk

© Suzan Hijink

We verbannen fysieke inspanning steeds meer uit ons dagelijks leven. Is het lichaam een onhandig ding dat ons in de weg zit of verwaarlozen we het ten onrechte?

Volgende week leveren veertigduizend wandelaars in Nijmegen een lichamelijke prestatie van formaat. Meestal hebben ze maanden getraind, want dertig of veertig kilometer redt een lichaam niet zomaar. Vier dagen lopen. Van de eerste stappen dinsdagochtend op de Waalbrug tot de laatste meters over de Via Gladiola. Ze krijgen te maken met warmte, de brandende zon op hun hoofd, blaren op hun voeten. Voor even draait alles in de Waalstad om die ene fysieke uitdaging: de Nijmeegse Vierdaagse.

Lees verder na de advertentie

Hoe groot is het contrast met ons dagelijks leven. Daarin lukt het ons aardig om lichamelijke inspanning tot het minimum te beperken. We werken achter computers, laten onze boodschappen bezorgen in kant-en-klare verpakkingen en zelfs de grasmaaier maait uit zichzelf. Het klinkt best aantrekkelijk. Maar ergens voelen we ons ook ongemakkelijk omdat we onze vrienden vooral online ontmoeten. Zonder smartphone leven, durft bijna niemand nog. Onze keuze voor gemak maakt ons afhankelijk van apparaten. We weten wel dat bewegen belangrijk is, daarom gaan we naar de sportschool. Maar in het dagelijks leven hebben we nauwelijks nog spierkracht nodig.

Tot op de dag van vandaag zitten we met die rottige kloof tussen geest en lichaam opgescheept

filosofe Linde van Schuppen

Verborgen verlies

Uitgerekend tijdens de Vierdaagsefeesten houdt filosofe Linde van Schuppen, promovenda aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, een lezing over deze ontwikkeling. Zij stelt onze moderne omgang met het lichaam ter discussie. Is het wel een goed idee dat we ons lichaam buiten spel zetten? De winst zit in tijd en geld. Maar verliezen we hierdoor ook iets?

Dat we het onszelf zo makkelijk mogelijk maken, is zo gek niet. Het efficiëntiedenken dat erachter zit brengt ons ook wat, zegt Van Schuppen. "Door bewust nadenken kun je de maatschappij structureren. Speciale taken geef je aan bepaalde mensen", meent de filosofe. Maar efficiëntie neemt steeds extremere vormen aan: "Vroeger moest je naar de bank lopen om geld op te nemen. Nu regel je alles op je telefoon: je financiële leven, je professionele leven via Linkedin, je sociale leven via Facebook. Het is makkelijk en efficiënt om dat apparaatje bij je te hebben."

Wat volgens Van Schuppen ook meespeelt bij deze ontwikkeling: het idee is ontstaan dat intellectuele arbeid waardevoller is en meer menselijk. Dat is een restantje dualisme van de Franse filosoof René Descartes. Hij maakte onderscheid tussen denkende dingen en stoffelijke dingen, tussen geest en lichaam. "Tot op de dag van vandaag zitten we met die rottige kloof opgescheept", zegt Van Schuppen. "Veel mensen hebben het idee dat het ik of het zelf samenvalt met een bewustzijn in plaats van met een lichaam. Het lichaam is een soort onhandig ding dat in de weg zit. Ik denk dat dat een verkeerde voorstelling is van hoe mensen werken en denken. Vaak wordt gedaan alsof lichamelijke dingen eenvoudiger zijn. Ik denk dat je abstract denken en lichamelijke dingen allebei kunt oefenen. Abstract leren denken is ook gewoon een kwestie van herhaling, veel lezen, veel studeren."

Als je alles door apparaten laat doen, verlies je het vermogen om in veranderende omgevingen te bewegen

filosoof Leon de Bruin

Brein kan niet zonder lijf

In Nijmegen heeft ook universitair docent cognitiefilosofie Leon de Bruin zich in dit thema verdiept. Hij zegt dat het lichaam niet helemaal los staat van ons denken. Basale vaardigheden leren we volgens hem belichaamd: "Als kinderen leren rekenen kun je ze meteen een rekenmachine geven, maar dan leren ze het niet. Eerst tellen ze op hun vingers, ze praten hardop in zichzelf. Als ze dat beheersen, kunnen ze ingewikkeldere sommen op een rekenmachine gaan maken. Dat is haast paradoxaal: om mentale en cognitieve functies op gang te krijgen, heb je het lichaam nodig. Zodra we die functies een beetje beheersen, gaan we het lichaam vervangen door techniek."

Maar het lichaam heeft wel wat beperkingen, erkent De Bruin. We hebben tenslotte maar tien vingers, daarop kunnen we geen ingewikkelde sommen uitrekenen. "Het lichaam is ook niet perfect. Als je alles op internet kunt opzoeken, waarom zou je dan nog iets uit je hoofd leren?", zegt De Bruin. Het is dan ook niet erg om dingen af te wentelen op apparaten. "We kunnen onze omgeving zo ontwikkelen dat deze ons zo veel mogelijk ondersteunt. Zolang de omgeving die je creëert werkt, is er geen probleem."

Maar als de apparatuur stukgaat of het internet uitvalt, heeft de mens steeds meer een probleem. "Wat interessant is aan mensen is dat zij goed in staat zijn om in veranderende omgevingen te bewegen. Als je alles door apparaten laat doen, verlies je dat vermogen. Ik heb zelf het idee dat mensen dan op latere leeftijd minder in staat zijn om om te gaan met hun omgeving."

Los van je omgeving

Hoe mensen wezenlijk in elkaar zitten verandert, zegt De Bruin. "Als mijn laptop niet functioneert, raak ik in een existentiële paniektoestand: help ik doe het niet helemaal. Uit onderzoek blijkt dat kinderen zich sneller bezeren omdat ze minder bewegen en minder met de omgeving interacteren. Als er dan iets misgaat, doen ze zich extra veel pijn. Als je niet meer gewend bent om buiten te spelen, verlies je een vaardigheid."

Als we ons lichaam minder gebruiken, denken we dan meer? Dat is niet per se gezegd, maar steeds meer arbeid wordt wel cognitieve arbeid. Maar is al dat denken wel zo goed? Van Schuppen zegt in haar lezing dat we tijdens fysieke inspanning vaker in een flow komen dan bij cognitieve arbeid. "Je kent dat wel, als je lekker bezig bent, vergeet je even dat je überhaupt een bewustzijn hebt, je smelt samen met de wereld. In balsporten heb ik dat vaak. Je bent gericht op de wereld om je heen en niet op je eigen verantwoordelijkheden of op hoe je het doet."

"De mogelijkheid om te reflecteren kan een enorme vloek zijn", zegt de filosofe. En juist bij cognitieve arbeid ben je je vaker bewust van wat je doet. Van Schuppen: "Door reflectie hebben we een idee van onze verantwoordelijkheid, dat we keuzes kunnen maken. Hoe goed of mooi je zou kunnen zijn. Reflectie zorgt ervoor dat je je bewust bent van een ideale toestand die je niet kunt bereiken. Onderzoek laat zien dat mensen minder tevreden zijn als hun telefoon in de kamer is dan wanneer hun telefoon niet in de kamer is. We zijn ons steeds bewust van al die dingen die we kunnen doen. Dat belet ons om in een flow te raken. Ik denk dat het belangrijk is om met iets bezig te zijn zonder daar bewust over na te denken, een balsport, de afwas, in je moestuintje zitten."

Uitbesteden

De vaat en het gras aan een apparaat uitbesteden, elektrisch fietsen, het klinkt redelijk onschuldig. In de praktijk gaat het al veel verder. Een nieuwe techniek, een zogenaamde brain-computer interface, is in staat signalen uit het brein te vertalen naar een computer die op basis daarvan een opdracht uitvoert. Het zou een uitkomst zijn voor mensen die een arm of een been missen. Hoe ver kunnen we gaan? Kunnen we onze lichamelijkheid opheffen?

Nee, zegt Van Schuppen: "Het idee dat denken ophoudt onder de nek is een groot misverstand. Er is constant interactie tussen informatie uit je lichaam, de wereld en je brein. Je ziet het bij mensen die expert zijn in iets, bijvoorbeeld voetballers, die kunnen vaak niet expliciet vertellen wat ze doen. De kennis zit in hun lichaam. Wat ons onderscheidt van een computer, is dat wij kunnen omgaan met dingen die constant veranderen. Op straat moet je bijvoorbeeld omgaan met auto's, fietsen, een andere windkracht. Dat is eigenlijk extreem ingewikkeld. Het is voor een computer moeilijker om de trap op te lopen dan om schaakgrootmeester te zijn."

Als je eenmaal ontwikkeld bent, dan kan het misschien wel, zegt haar collega De Bruin. "Voor mij is theoretisch het grootste obstakel dat cognitie ontstaat vanuit lichamelijke interactie met de wereld. Je moet voelen, proeven en zien om te leren. Maar als een mens normaal cognitief functioneert, kun je vanaf dat punt lichamelijke taken uitbesteden. Dan zie ik niet in dat je het lichaam fundamenteel nodig hebt. Praktisch gezien is het nog niet haalbaar. Maar het feit dat we verbindingen kunnen maken tussen brein en computer en doelgericht informatie heen en weer kunnen sturen is een gigantische ontwikkeling."

Lees ook:

Intenser, rijker en gelukkiger leven? Zet je smartphone eens uit.

Leef zeven dagen zonder smartphone, vroeg techniekfilosoof Hans Schnitzler aan studenten. Hij schrok van hun ervaringen.

'Speel met de macht die je hebt'

De media zijn overal en we kunnen niet meer zonder de smartphone. Maar hoe erg is dat? Hoogleraar Mark Deuze geeft adviezen voor een gezond digitaal leven.

Deel dit artikel

Tot op de dag van vandaag zitten we met die rottige kloof tussen geest en lichaam opgescheept

filosofe Linde van Schuppen

Als je alles door apparaten laat doen, verlies je het vermogen om in veranderende omgevingen te bewegen

filosoof Leon de Bruin