Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De teloorgang van katholiek Boston: ‘Ze zijn hun kerk kwijt, maar niet hun geloof’

Religie en Filosofie

Stijn Fens

Jon en Maryellen Rogers stichtten, nadat zij hun oude kerk vergeefs bezet hadden, samen met andere parochianen De Vrienden van St. Frances X. Cabrini-kerk in Scituate. © Erik Jacobs

De recente misbruikschandalen in de Ameri­kaanse kerk roepen in het bisdom Boston pijnlijke herinneringen op. In 2002 brak daar een enorm schandaal uit dat een kardinaal de kop kostte. Boze katholieken in Scituate beginnen voor zichzelf. 

Jon Rogers is boos, om niet te zeggen woedend. Op de Amerikaanse bisschoppen en in het bijzonder op kardinaal Seán O’Malley, de aartsbisschop van Boston. Als Rogers over het aartsbisdom Boston spreekt, gebruikt hij de term ‘ArchiB’. Alsof hij de naam niet meer uit wil spreken, uit minachting. O’Malley en zijn collega’s moeten vanwege het maar voortdurende misbruikschandaal in de Amerikaanse katholieke kerk allemaal aftreden, vindt Rogers. “En ook paus Franciscus moet weg. Elke dag staat er een weer nieuw schandaal in de krant. Laatst weer in Pennsylvania.” Maar de woede van Rogers richt zich dus vooral op het aartsbisdom Boston. Om de slachtoffers van seksueel misbruik schadevergoedingen te kunnen betalen, zegt Rogers, verkocht ‘ArchiB’ de parochiekerk en het bijbehorende land waar hij jarenlang de vieringen bijwoonde. “We waren de pinmachine van de kerk. Dat misbruik was niet onze schuld. En toch namen ze de kerk van ons af.”

Lees verder na de advertentie
Rodney Ford liet zijn zoon een foto van pastoor Shanley zien. Greg Ford – inmiddels 25 – keek ernaar en viel flauw

Toen het aartsbisdom besloot de Saint Frances Xavier Cabrini-kerk in Scituate (45 minuten rijden van Boston) te verkopen, hielden Jon Rogers, zijn vrouw Maryellen en andere parochianen het gebouw jarenlang bezet. Zo probeerden ze de verkoop te dwarsbomen. Dat mislukte: uiteindelijk bepaalde het hooggerechtshof in Washington dat ze de kerk moesten verlaten. Ook een procedure bij het Vaticaan haalde niks uit. Dan beginnen we wel voor onszelf, besloten de Rogers en hun vrienden. Onder de naam ‘De Vrienden van St. Frances X. Cabrini’ stichtten ze hun eigen kerk. Elke zondag komen ze met een aantal getrouwen op een bijzondere plek samen: een vrijmetselaarstempel, niet ver van hun voormalige kerkgebouw.

Terwijl de vrijmetselaars vanaf foto’s aan de muur toekijken, wacht Rogers tot de wekelijkse viering van zijn alternatieve ‘oecumenische katholieke parochie’ gaat beginnen.

“Ik weet niet waar iedereen is”, roept Maryellen Rogers. De gemeenschap heeft honderd leden, maar er zijn er nog geen dertig. “Heb je Father James al ontmoet? Hij is onze voorganger vandaag.”

Deze zondag gaat priester James Griffin voor. © Erik Jacobs

In zijn kazuifel ziet James Griffin eruit als een echte priester, en dat is hij eigenlijk ook. Ooit werd hij voor het aartsbisdom Boston tot priester gewijd. “Midden jaren negentig kon ik me niet meer verenigen met het leven dat ik als priester moest leiden en ben ik weggegaan. Het aartsbisdom is me vergeten, denk ik. Ik ben doorgegaan met mijn ­leven, maar ik ben nooit uit het priesterambt gezet.”

Een tijdlang werkte hij weer in de gezondheidszorg, net als in de tijd vóór zijn priesterwijding. Maar sinds een tijdje gaat hij weer voor, in vieringen van gelovigen “die zich niet aan alle regels van de kerk willen houden”, zoals De Vrienden van St. Frances X. Cabrini. “Of het illegaal is wat wij doen? Ik denk het niet. Het is alleen niet geoorloofd. Ik denk dat een deel van de katholieke kerk zich zal gaan afscheiden en daar zijn wij een voorbeeld van.”

Epicentrum

Een groep katholieke gelovigen die hun kerkgebouw jaren bezet houdt en vervolgens voor zichzelf begint. Veertig jaar geleden was het ondenkbaar geweest in dit deel van de Amerikaanse oostkust. Het is een soort epicentrum van het Amerikaanse katholicisme, met Boston als een soort van katholieke hoofdstad. Ierse immigranten brachten het geloof in de negentiende eeuw naar de nieuwe wereld. Aanvankelijk werden ze behandeld als tweederangsburgers. Maar dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog onder aanvoering van de vermaarde kardinaal Richard Cushing (1895-1970), de derde aartsbisschop van Boston. Hij maakte het katholicisme salonfähig bij het grote publiek. Langzaam maar zeker nestelden de katholieken zich in de politieke en economische machtscentra van de stad. Boston werd als een katholiek dorp waar de pastoor – lees: de aartsbisschop – bijna nog belangrijker was dan de burgemeester. Niemand twijfelde aan de autoriteit van de kerk en de aartsbisschop.

Toen we het misbruik van onze zoon aankaartten, namen we het op tegen de grootste supermacht in de wereld

Rodney Ford

Tot 2002. Toen veranderde alles. Het aartsbisdom bleek jarenlang pedofiele priesters de hand boven het hoofd te hebben gehouden. Een enorm schandaal, dat de toenmalige aartsbisschop, kardinaal Bernard Law, de kop kostte. Law vluchtte naar Rome. Zijn bisdom bleef gehavend achter.

Stomp

De wonden die dat bij de slachtoffers en ook bij de gewone katholieken heeft geslagen zijn nog nauwelijks geheeld, en sinds vorige maand het misbruikschandaal in de katholieke kerk van de staat Pennsylvania aan het licht kwam (300 daders, minstens 1000 slachtoffers) liggen die wonden weer helemaal open. Jon Rogers: “Je kunt hier in Boston de woede van de gelovigen gewoon weer voelen. Ik kom wel zes, zeven keer per week boze katholieken tegen die wel in die kerk gebleven zijn. Ik zeg tegen ze: ‘Ik luister niet meer naar jou. Dat misbruik is nu jouw probleem, mij kan het niks meer schelen’. Wij hebben er tenminste wat aan gedaan.”

De nieuwe, alternatieve kerk is in een voormalige vrijmetselaarstempel gevestigd. © Erik Jacobs

Ook bij Rodney en Paula Ford uit Newton, een voorstad van Boston, heeft het schandaal in Pennsylvania er hard in gehakt. “Alsof ik een stomp in mijn maag kreeg. Alles kwam weer terug”, vertelt Rodney. Hij en zijn vrouw waren ooit, zoals ze zelf zeggen, ‘echt mensen van de kerk’. De familie van Paula Ford behoorde tot de stichters van de St. Jean’s parochie. Ze woonde er vlakbij.

Toen ze met Rodney trouwde werd ook hij een trouwe parochiaan van St. Jean’s en ging ook hij bij deze hechte katholieke gemeenschap horen. Het was voor politieman Ford een grote eer dat hij af en toe de aartsbisschop van Boston mocht bewaken. Paula werd lid van het parochiebestuur en gaf in de statige pastorie godsdienstles aan kinderen. Tijdens die lessen mocht haar zoon Greg dan even bij pastoor Paul Shanley op zijn kamer blijven. “We mochten hem graag”, zegt Paula. “Hij was een beetje een hippie en erg populair bij de parochianen.”

Je kunt hier in Boston de woede van de gelovigen weer voelen

Jon Rogers

Maar toen begon Greg vreemd gedrag te vertonen, tot hij uiteindelijk volledig instortte. Pastoor Shanley had de parochie toen al verlaten. Paula en Rodney Ford brachten hun zoon naar het ziekenhuis. In de eerste nacht van zijn verblijf daar, probeerde Greg zich op te hangen. Rodney: “We waren onze zoon aan het verliezen, maar we wisten niet waarom.”

Totdat ze jaren later een stuk lazen in de Boston Globe, de plaatselijke krant. Het ging over pastoor Shanley. Hij zou in totaal 26 kinderen hebben misbruikt. Rodney: “Ik dacht: dit verklaart alles”. Ford liet zijn zoon een foto van Shanley zien. Greg Ford – inmiddels 25 – keek ernaar en viel flauw.

Juridische strijd

Uiteindelijk vertelde Greg dat hij van zijn zesde tot zijn twaalfde jaar door pastoor Shanley seksueel was misbruikt. Volgens Paula Ford gebeurde dat ook als zij godsdienstles gaf in de pastorie, en Greg op haar wachtte in de belendende kamer van pastoor Shanley. “We hadden aan alles gedacht, maar niet dat het Paul Shanley zou kunnen zijn”, zegt ze. “De parochie reageerde verbijsterd, maar we kregen veel steun.”

Via de nieuwe pastoor kwamen ze bij een advocaat terecht. Het begin van een felle juridische strijd met het aartsbisdom Boston en kardinaal Law, de man die Rodney zo vaak bewaakt had, maar die Shanley de hand boven het hoofd had gehouden. Law liet volgens Paula en Rodney in kleine kring weten dat “die kleine familie uit Newton hem er niet onder krijgt”. Advocaten van het aartsbisdom probeerden hen zwart te maken, zeggen ze. Ze zouden hun kind hebben verwaarloosd en zo het misbruik mogelijk hebben gemaakt. En waarom herinnerde Greg zich het misbruik pas zo laat? “We namen het op tegen de grootste supermacht in de wereld”, zegt Rodney. Uiteindelijk schikte Greg Ford zijn aanklacht met het aartsbisdom voor ruim 1,4 miljoen dollar.

1400 slachtoffers

Waarom duurde het zolang voordat het misbruik in het aartsbisdom Boston aan het licht kwam? In een periode van ruim vijftig jaar vergrepen naar schatting 250 priesters zich aan een grote groep kinderen. In totaal maakten ze 1400 slachtoffers. En toch bleef het allemaal verborgen in de schoot van de katholieke familie die Boston was. Iedereen wist het, maar niemand waagde het om misbruik aan de grote klok te hangen. Hetzelfde patroon is te zien in landen als Ierland, Chili en Duitsland. De macht van de kerk in de samenleving houdt alles lang binnenskamers. Pas als die macht aan erosie onderhevig is, bijvoorbeeld door afnemend kerk­bezoek, gaan er dingen schuiven. De muur die de kerk beschermt tegen de buitenwereld, raakt verzwakt en het wordt gemakkelijker er een bres in te slaan en de schandalen aan het licht te brengen. De grote uittocht van gelovigen heeft dan allang plaatsgevonden.

Zo ging het ook in Boston. “Kardinaal Law dekte twee dingen toe: misbruik door priesters en het feit dat het aartsbisdom financieel slecht werd geleid”, zegt Michael Rezendes, die als journalist van de Boston Globe samen met zijn collega’s van de onderzoeks­redactie van zijn krant (het Spotlight-team, later onderwerp van een succesvolle speelfilm) het schandaal rond Bernard Law onthulde. “Ook voordat het misbruikschandaal uitbrak, ging het kerkbezoek hier al achteruit. Er waren toen al heel lang gewoon te veel parochies. Dat was financieel gezien niet vol te houden. De combinatie van de misbruikcrisis, de enorme bedragen die aan slachtoffers betaald moesten worden en het afnemend kerkbezoek, zorgden ervoor dat de kerk wel wat moest doen.” Het resultaat was een keiharde sanering: zo’n 75 kerken in het aarts­bisdom Boston sloten hun deuren.

Zondagsviering in de voormalige vrijmetselaarstempel. 'We noemen ons nog steeds katholiek, maar dan in de brede zin des woords: algemeen.' © Erik Jacobs

Toen duidelijk werd dat ook hun St. Frances X. Cabrini-kerk zou moeten sluiten, besloten Jon en Maryellen Rogers om hun kerkgebouw samen met de andere parochianen te bezetten. Dat hielden ze ruim elf jaar lang vol, dag en nacht. Altijd was er iemand in de kerk. “Het waren de parochianen die het land voor het kerkgebouw aan de kerk hadden gegeven”, zegt Jon Rogers. “De parochianen hebben het geld voor de kerk opgehaald. Ze hebben hem eigenhandig gebouwd. Het aartsbisdom heeft ons er niets voor teruggegeven.”

De Vrienden van St. Frances X. Cabrini hebben inmiddels plannen om een eigen kapel te bouwen. Geld is geen probleem. Rogers: “God zorgt er op een eigenaardige manier voor dat een schadelijke situatie die mensen emotioneel raakt, tot iets heel moois wordt gemaakt.”

Pitabroodje

Tijdens de zondagsviering in de vrijmetselaarstempel worden ook brood en wijn gedeeld. Maar het lichaam van Christus dat Father James Griffin omhooghoudt lijkt verdacht veel op een ­pitabroodje en er wordt niet, zoals gebruikelijk in de rooms-katholieke liturgie, voor de plaatselijke bisschop gebeden, maar voor pastoor Terry die er deze zondag niet is. “We noemen ons nog steeds katholiek, maar dan in de brede zin des woords: algemeen”, vertelt Griffin na de viering bij de koffie.

“Ik denk dat hoe het er hier aan toegaat de toekomst is van het katholiek geloof, althans voor een deel van de gelovigen. Sinds het misbruikschandaal in Pennsylvania aan het licht kwam, ben ik benaderd om twee begrafenissen en een doop te doen. Het ging daarbij in alle gevallen om mensen die walgden van wat er aan de hand is in de rooms-katholieke kerk. Die mensen hebben gewoon een plek nodig waar ze hun geloof in Jezus Christus kunnen belijden en de leer waarmee ze als kind zijn opgegroeid. Maar dan zonder de vieze smaak in je mond van wat er nu aan de hand is. Ze zijn hun kerk kwijt, maar hebben hun geloof behouden.”

Nieuwe wonden

Het misbruikschandaal in de Amerikaanse kerk zorgt ondertussen steeds weer voor nieuwe wonden, als een chronische ziekte die maar terug blijft komen en een kerk treft waarvan het lichaam toch al slijtageplekken vertoont. Toch is het aartsbisdom Boston nog altijd machtig en heeft het nog altijd geld voor de beste advocaten. En er zijn veel devote katholieken over, maar ook zij weten nu dat het achter de glinsterende façade niet goed is gegaan. Zoals Michael Rezendes zegt: “De schellen zijn van onze ogen gevallen.”

St. Jeans, de parochiekerk van Paula en Rodney Ford, werd uiteindelijk afgebroken, vanwege teruglopend kerkbezoek. Op de plaats van de kerk staan nu keurige woningen. De dakloze gelovigen werden ondergebracht bij een andere parochie iets verderop: Our Lady Help of Christians. De bezoekers van een doordeweekse vroegmis worden liever niet herinnerd aan het feit dat hier, niet ver vandaan, pastoor Shanley huishield, een van de meest beruchte misbruikpriesters van Amerika. “Ik ga naar de kerk, niet vanwege de priesters die hier ooit waren, maar omdat Jezus Christus hier aanwezig is”, zegt Chris Graf. “Hier ontmoet ik hem en hier voedt hij mij door middel van de eucharistie. En niemand kan mij scheiden van de liefde die Christus mij geeft.”

Het oude kerkgebouw werd door het aartsbisdom van Boston verkocht om schadevergoedingen te kunnen betalen aan de slachtoffers van seksueel misbruik. © Erik Jacobs

Paula en Rodney Ford wonen nog altijd in Newton. Hun zoon Greg is inmiddels 41 en woont nog thuis. Hij komt nauwelijks de deur uit. Paul Shanley kwam vorig jaar uit de gevangenis, na een celstraf van twaalf jaar. Paula en Rodney weten waar hij woont, maar ze kregen van de officier van justitie het verzoek hem niet op te zoeken.

Vernield

Rodney Ford: “De kerk heeft het leven van mijn zoon vernield en ook dat van ons gezin. Natuurlijk zou ik naar Shanley kunnen gaan en hem vermoorden, maar wat voor goeds zou dat ons brengen? Natuurlijk heb ik erover gedacht. Welke vader zou dat niet doen? Ik moet later het graf in met de gedachte dat ik mijn zoon niet heb kunnen beschermen. Het vreet me op. Elke dag weer.”

Paula Ford voelt zich geen katholiek meer. “Ik moest de kerk wel verlaten”, zegt ze. “Na alles wat ik gezien heb, kan ik er geen deel meer van uitmaken. Ik geloof nog wel, maar anders. Mijn moeder is altijd blijven gaan. Vaak moest ik haar op zondag brengen. Vanaf de parkeerplaats bij de kerk zag ik ouders met hun kinderen naar binnen gaan en ik dacht maar één ding: O, mijn God, bescherm deze kinderen.”

Lees alles over de nieuwe misbruikschandalen in de katholieke kerk in ons dossier.

Lees ook:

Jim VanSickle werd misbruikt door een priester: 'Het kind in mij is al 40 jaar kapot

Slachtoffer Jim VanSickle is een van de getuigen in het justitierapport dat het grootschalig seksueel misbruik van de rooms-katholieke kerk in de Amerikaanse staat Pennsylvania blootlegde. Voor VanSickle is het rapport slechts een begin. ‘Dit moet in elk bisdom ter wereld gebeuren.’

Deel dit artikel

Rodney Ford liet zijn zoon een foto van pastoor Shanley zien. Greg Ford – inmiddels 25 – keek ernaar en viel flauw

Toen we het misbruik van onze zoon aankaartten, namen we het op tegen de grootste supermacht in de wereld

Rodney Ford

Je kunt hier in Boston de woede van de gelovigen weer voelen

Jon Rogers