Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De storende aanwezigheid van filosofie aan het sterfbed

Religie en Filosofie

Bert Keizer

Bert Keizer © Mark Kohn
Column

Vorige week schreef ik hier over het vertrek van de ziel uit het lichaam als een fantasie waar we al vele eeuwen dol op zijn. Een fantasie die vooral gestalte krijgt rond het sterven. Daar kwamen nogal venijnige reacties op. 

Men verwijt mij bijtende spot, arrogantie, respectloosheid en het belachelijk maken van een persoonlijke beleving. Nou ben ik best in staat tot bijtende spot, maar dit keer ging het toch echt om iets anders. Ik probeer duidelijkheid te scheppen over het idee dat de ziel het lichaam uit kan. En ik denk dat die indruk van scherpte voortkomt uit een misverstand.

Lees verder na de advertentie
Deze hoorde ik laatst van een stervende mevrouw over een leven na de dood: Je hoopt van wel, maar je denkt van niet

De mensen die zo gekwetst reageren stellen zich denk ik voor dat ik stervenden met een dergelijk betoog zou lastigvallen. Ik bevind mij nogal eens in het gezelschap van stervenden en ik weet wel zo'n beetje hoe ik mij daar moet gedragen, dat wilt u hoop ik wel van mij aannemen. Wat je zeer beslist niet doet in een sterfkamer is filosoferen over de dood: het zou ongepast zijn en niemand heeft daar behoefte aan.

Dienend

Als hulpverlener heb ik dan ook geen enkele visie op de dood behalve de visie die de stervende ook heeft. Mensen vragen mij 'dokter denkt u dat er een leven is na de dood?' en uit de manier waarop de vraag gesteld wordt weet ik meestal wel wat ze zo ongeveer willen horen. Dus mijn antwoorden zijn: maar natuurlijk, waar is het leven anders goed voor? Of: ach, we weten het niet, hè? Of: het lijkt mij onzin.

Of deze, die ik laatst hoorde van een stervende mevrouw over een leven na de dood: je hoopt van wel, maar je denkt van niet. Ik kom daar dus meestal wel uit, maar niet met behulp van filosofie. Als hulpverlener heb je immers een dienende taak, niet een filosoferende. Maar laatst kwam ik niet weg met die dienstbare meegaandheid en een mevrouw vroeg mij 'maar wat denkt u nou echt over dit onderwerp?'. Ik antwoordde nu zo eerlijk mogelijk. Waarop zij reageerde met de verzuchting: 'Nou, dat troost niet erg.' Eh nee, maar filosofie is niet voor troost. Dan werkt theologie beter. Waarom? Omdat de theoloog weet dat wij op de een of andere wijze geborgen zijn in zijn, of Zijn, hand. Details volgen nooit. Maar het troost wel als je er in gelooft.

Ik ben niet op zoek naar de waarheid, ik ben op zoek naar helderheid

Terug naar de storende aanwezigheid van filosofie rond het sterfbed. Hoezeer dit klopt blijkt uit het verhaal van de schrijver B. die in gesprek met zijn dokter te horen kreeg dat hij dodelijk ziek was. B. raakte in paniek, waarop zijn vrouw zei: 'Maar ik dacht dat jij een zen-boeddhist was?' Zijn woedende antwoord: 'Ja maar NU niet!'

Zielsverhuizing

Daarom is de setting van Plato's 'Phaidoon' zo indrukwekkend. In deze dialoog is Socrates voor de laatste keer bijeen met zijn vrienden. Hij is ter dood veroordeeld en terwijl het dodelijke gif wordt klaargemaakt en in de slotscène ook door hem wordt ingenomen, ontspint zich een fascinerend gesprek over de mogelijkheid dat de ziel het lichaam zou kunnen verlaten. Hier gaat een man dood en hij durft, hangend boven het graf, zich af te vragen waar hij nou eigenlijk boven hangt. Dat is slechts weinigen gegeven.

Of het echt zo gegaan is weten we niet. We hebben alleen Plato's getuigenis waarin een tafereel wordt geschetst dat vijfentwintig eeuwen later nog altijd indrukwekkend is. Op het laatst schuift Socrates al het redeneren terzijde en zegt: zal ik er maar een verhaal over vertellen? Ja, Plato is niet alleen de grootste, maar ook de meest vermakelijke filosoof die wij in het Westen kennen.

De meesten van ons kunnen dit niet. Iemand die uit een raam valt heeft geen behoefte aan een verhandeling over zwaartekracht. Maar, ver weg van de sterfkamer, in een universiteitsaula of een collegezaal, waar ik word uitgenodigd om te komen praten over de dood, niet omdat daar een stervende is, maar omdat levenden zich erover willen buigen, daar praat je heel anders.

Overigens ben ik niet op zoek naar de waarheid, ik ben op zoek naar helderheid, en dat betekent meestal dat je als mens ontdekt hoe weinig wij weten en wat een avontuur het is om te proberen daar helder over te zijn.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Lees hier al zijn columns terug.

Deel dit artikel

Deze hoorde ik laatst van een stervende mevrouw over een leven na de dood: Je hoopt van wel, maar je denkt van niet

Ik ben niet op zoek naar de waarheid, ik ben op zoek naar helderheid