Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De oorlog blijft de kern van de Dodenherdenking

Home

Marc van Dijk

Erebegraafplaats Bloemendaal. 'Je herdenkt iets om het de rest van de tijd een beetje te kunnen vergeten.' © ANP Kippa
Filosofisch elftal

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. De nationale dodenherdenking wordt volgens schrijver Robert Vuijsje ten onrechte 'ontjoodst'. Waarom herdenken we? Moet een herdenking met de tijd meegaan?

Dat er discussie zou bestaan over de betekenis van de herdenking op 4 mei: vijftien jaar geleden was het ondenkbaar. In 2017 is het vanzelfsprekend dat 4 mei wordt ontjoodst," schreef Robert Vuijsje in Trouw. De schrijver ziet met lede ogen aan hoe de herdenking 'steeds een stukje breder wordt getrokken'. Het laatste voorbeeld daarvan is het pleidooi van predikant Rikko Voorberg uit Amsterdam om er ook omgekomen vluchtelingen bij te betrekken. Waarom herdenken we? Waar zou de nationale dodenherdenking over moeten gaan?

Lees verder na de advertentie
Bedenk dat in Nederland het aantal slachtoffers onder de Joden verreweg het grootst was. Daar was aanvankelijk weinig aandacht voor. Als daar nu nadruk op ligt, is dat eenvoudigweg terecht.

Marli Huijer, hoogleraar filosofie

Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit: "Robert Vuijsje heeft gelijk als hij zegt dat de nationale herdenking een duidelijke historische aanleiding heeft - de Tweede Wereldoorlog - die niet eindeloos uitgebreid kan worden. Maar het ging van meet af aan wel om alle Nederlandse slachtoffers, degenen die streden voor onze vrijheid en degenen die het slachtoffer werden van onvrijheid. In die zin kan de dodenherdenking niet worden ingeperkt tot een Jodenherdenking."

Marli Huijer, hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voormalig Denker des Vaderlands: "Bedenk wel dat in Nederland het aantal slachtoffers onder de Joden verreweg het grootst was. Daar was aanvankelijk weinig aandacht voor. Als daar nu nadruk op ligt, is dat eenvoudigweg terecht. Wij moeten staan voor de mensen die er niet meer zijn, mensen die vermoord zijn vanwege hun Joodse afkomst. Ik begrijp waarom Robert Vuijsje zich hier boos over maakt; hij wordt net als andere Joden verontrustend vaak geconfronteerd met onkunde over de Holocaust en terugkerend antisemitisme - ook door mensen die zichzelf antiracist noemen. Des te belangrijker dat we blijven herdenken en dat de systematische vervolging en genocide uit rassenhaat, op een tot dan toe nooit vertoonde schaal, niet wordt vergeten. Er kunnen best andere dingen genoemd worden, maar dat blijft de kern."

Van Tongeren: "Ik zou zeggen dat niet enkel de Holocaust, maar de Tweede Wereldoorlog de kern is. Het zijn de slachtoffers van die oorlog, met al zijn verschrikkingen, die herdacht worden. Maar uiteraard staat de ernst van de Holocaust daarbinnen ook wat mij betreft geheel niet ter discussie.

Het gaat er niet om dat we er de rest van de tijd niet over willen nadenken, maar we willen er niet aan kapotgaan.

Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar wijsgerige ethiek

"De vraag in hoeverre je die herdenking kunt uitbreiden naar alle Nederlandse slachtoffers van alle oorlogen en vredesoperaties sinds WO II of zelfs nog verder, is een lastige. Enerzijds vraagt een herdenking om een zekere beperking: je herdenkt iets, een bepaalde historische gebeurtenis. Als je dit te ver uitbreidt, herdenk je uiteindelijk niets meer. Tegelijkertijd zou het vreemd zijn om in het herdenken van de slachtoffers van die ene oorlog of periode, niet ook te denken aan andere slachtoffers, in andere tijden. Deze specifieke herdenking dwingt daartoe. We zeggen 'dat nooit meer' en dus moeten we ons realiseren waar het toch weer dreigt te gebeuren en de ogen openhouden voor andere verschijningsvormen van moordzucht, terreur of onverschilligheid tegenover het leed van anderen. Maar dat betekent niet dat je al die andere doden ook allemaal herdenkt zoals je de doden herdenkt die de initiële aanleiding vormen."

Huijer: "Ik heb in Amsterdam twintig jaar in een huis gewoond waaruit Joodse families zijn weggevoerd en vermoord. Het is cruciaal dat we ons daarvan bewust blijven. Ik las in Het Parool hoe een Amsterdams echtpaar onlangs probeerde om een herdenkingssteentje aan gedeporteerde Joden van hun stoep verwijderd te krijgen, omdat het hen te veel herinnerde aan hun eigen leed om een gestorven kind. Toen ze merkten hoeveel ophef dit veroorzaakte, hebben ze ervan afgezien. Terecht."

Van Tongeren: "Daarmee snijd je een andere vraag aan, namelijk hoe je moet herdenken. Als je er elke dag mee geconfronteerd wordt, kan het te veel zijn. Herdenken is een vorm van herinneren, maar tegelijkertijd ook van vergeten. Je herdenkt iets om het daarna een beetje te kunnen vergeten. De herdenking vindt plaats op een specifieke plaats en tijd, dat wordt een sacraal moment in een sacrale ruimte. Dat doe je juist opdat je de rest van de tijd en op andere plaatsen door kan gaan met leven, zonder voortdurend te hoeven denken aan het verschrikkelijke. Het monument neemt die functie buiten de herdenkingsmomenten van ons over. Het gaat er niet om dat we er de rest van de tijd niet over willen nadenken, maar we willen er niet aan kapotgaan. Een herdenking is een soort therapie.

Ik denk dat het kwaad wat er in de Holocaust heeft plaats­ge­von­den, een aparte status verdient in onze herinnering. Alleen al om te voorkomen dat zoiets opnieuw gebeurt.

Marli Huijer

"Kan dat veranderen? Herdenkingen en monumenten hebben een dubbelzinnige verhouding met verandering. Enerzijds beschermen ze ons tegen vergeten en verandering. We richten een monument op om te voorkomen dat we vergeten. Je kunt dus niet zeggen dat een herdenking geen zin heeft omdat de natie zich het gebeurde niet meer herinnert. Daarom moet er juist herdacht worden. Maar anderzijds bevrijden monumenten en herdenkingen ons van de last van het verleden en laten ze ons toe te vergeten en door te leven."

Huijer: "En om dit proces goed te laten werken is het essentieel dat we niets verdunnen of verbreden aan de dodenherdenking. Elk jaar opnieuw moeten we met nieuwe verhalen en beelden komen van diezelfde oorlog, om zo diep mogelijk tot ons door te laten dringen wat er gebeurd is. Ik denk dat het kwaad wat er in de Holocaust heeft plaatsgevonden, wel degelijk een aparte status verdient in onze herinnering. Alleen al om te voorkomen dat zoiets opnieuw gebeurt. Dat de afstand in tijd steeds groter wordt, doet er niet toe. Er hoeft niets aan het herdenken te veranderen, want wij zelf veranderen. Als er elk jaar een kind is dat een gedicht voorleest, is dat toch elk jaar een ander kind en een ander gedicht. Juist door het collectief gehanteerde ritme van het steeds herhaalde herdenken ontstaat de betekenis."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Bedenk dat in Nederland het aantal slachtoffers onder de Joden verreweg het grootst was. Daar was aanvankelijk weinig aandacht voor. Als daar nu nadruk op ligt, is dat eenvoudigweg terecht.

Marli Huijer, hoogleraar filosofie

Het gaat er niet om dat we er de rest van de tijd niet over willen nadenken, maar we willen er niet aan kapotgaan.

Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar wijsgerige ethiek

Ik denk dat het kwaad wat er in de Holocaust heeft plaats­ge­von­den, een aparte status verdient in onze herinnering. Alleen al om te voorkomen dat zoiets opnieuw gebeurt.

Marli Huijer