Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De lente begint met Gertrudis

Religie en Filosofie

Wouter Prins

‘Maart roert zijn staart’, wordt gezegd van de maand waarin het met het weer alle kanten op kan gaan. Dus ook op zeventiende, de feestdag van Gertrudis.

Het weer op die dag was vanzelfsprekend onvoorspelbaar, maar, zo meende men, wierp wel zijn schaduw vooruit. Scheen de zon, dan bleef dat lange tijd zo, was het weer slecht dan gold dat als een slecht voorteken.

Zeker voor de Boeren, want voor delen van de Nederlanden en Duitstalige gebieden begon de lente met Gertrudis. De winterarbeid liep ten einde, het spinnewiel werd aan de kant geschoven, het werk op het land kon beginnen.

Over Gertrudis is meer met zekerheid bekend dan van menig andere middeleeuwse heilige. Zij was de dochter van de Frankische hofmeier Pepijn de Oude, ook wel 'van Landen' genoemd (naar de plaats bij Luik). Haar zus, de heilige Begga zou later door de Begijnen vereerd worden. Na de dood van Pepijn in 640, stichtte haar, eveneens tot het altaar verheven moeder Itta in Nijvel (Waals-Brabant) het oudste dubbelklooster (voor beide geslachten) van de Nederlanden. Gertrudis volgde haar moeder op en werd op haar eenentwintigste tot abdis gekozen. Het klooster was een waar familiehuis en heiligenkwartier want ook haar nicht Gudula, de latere patrones van Brussel, werd erin opgenomen.

Gertrudis stond bekend om haar naastenliefde en haar grote kennis van de Schrift, waarin zij door Ierse monniken onderricht werd. Voor deze monniken en andere reizigers zou zij een opvanghuis hebben gebouwd. In 659 (of in 653) stierf zij op tweeëndertigjarige leeftijd. Kort daarop volgde haar heiligverklaring, maar haar roem liet nog een eeuw op zich wachten. Pas toen de nazaten van haar familie, de Karolingiërs, de macht hadden weten over te nemen van de Merovingers, begon haar cultus zich te verspreiden over grote delen van Noord-West Europa, met name over Noord-Duitsland, het Rijn- en Maasland en Brabant. De laatste twee gebieden vormden het kerngebied van de Gertrudisverering, die vooral door de adel en hogere, Luikse geestelijkheid ondersteund werd. De hertogen van Brabant namen haar op onder hun huisheiligen en tijdens de slag bij Woeringen ten Noorden van Keulen in 1288, waar de Keuls-Gelders-Luxemburgse alliantie in het stof beet, zou Gertrudis zich als beschermer van de Brabantse soldaten hebben opgeworpen.

Een volksheilige werd Getrudis pas aan het einde van de middeleeuwen. De eerst tekenen daarvan werden zichtbaar in gebieden waar de bevolking traditioneel weinig ophad met vorsten en andere hogere heren. Vanaf de elfde-twaalfde eeuw stond zij in Friesland en later in Scandinavië bekend als patroon van reizigers en handelaren, in de Hanzesteden droegen koopmansgilden haar naam, net als de verpleeg- en opvanghuizen voor pelgrims en vreemdelingen die in navolging van de abdij in Nijvel in Noord-Duitse steden werden gesticht. Dergelijke huizen waren in Brabant en Limburg nauwelijks te vinden en reizigers zochten hier hun heil eerder bij Jacobus en Christophorus dan bij de heilige uit Nijvel.

In Nijvel was in de elfde eeuw wel de 'Sint Geerten Minne' bekend: een afscheidsdronk voor men op reis ging waarbij Gertrudis werd aangeroepen. Waarschijnlijk is het gebruik van heidense oorsprong. In een legende wordt de Sint Geerten Minne in verband gebracht met een ridder die een pact heeft gesloten met de duivel. Zeven jaar lang zal hij alles krijgen wat zijn hart begeerd, daarna is zijn ziel voor de duivel, luidt de afspraak. Vlak voordat de termijn verstreken is, richt de ridder een gastmaal aan voor zijn vrienden en vertelt van zijn overeenkomst. Zijn knecht raadt hem aan om een beker wijn te drinken ter ere van Gertrudis. Als de ridder op de afgesproken plaats komt, vindt hij de duivel opgeknoopt aan een boom. Gertrudis was hem voor geweest. Behalve een gedachtenisdronk is de minne ook een liefdesdronk. En dit tot in de dood. Gertrudis begeleidt immers de reizigers niet alleen op aardse wegen, maar ook hun zielen naar het hiernamaals.

Kort na 1400 verschenen de eerste afbeeldingen van Gertrudis met muizen die tegen haar abdisstaf opklimmen en ratten die aan de draden van haar spinnewiel knagen. Haar levensbeschrijving en latere legenden melden hier niets over. Hoe het ook zij, van die tijd af werd Gertrudis in het Zuiden van Nederland, België en het Rijnland ingezet tegen muizen- en rattenplagen. Met water uit haar bronnen, gewijd zand en aarde van de, onder haar bescherming gestelde kerkhoven, bevloeide en bestrooide men op 17 maart de akkers en de vloeren van stallen en huizen om van het ongedierte verschoond te blijven.

Het gebruik behoort inmiddels tot het verleden en de verering van de heilige heeft een meer folkloristisch karakter gekregen, met name in het westen van Brabant, waar de Gertrudisdevotie oude wortels heeft met kapellen en later kerken in Geertruidenberg, Heerle, Ossendrecht, Prinsenbeek en Bergen op Zoom. In de laatste twee plaatsen bevonden zich ook Gertrudisputten. Volgens de overlevering zou Gertrudis voor enige tijd in een door de heilige Amandus gestichte kapel in de omgeving van Bergen op Zoom hebben vertoefd. Maar de oorkonde waarop dit was gebaseerd, bleek vervalst. Het vormde voor een aantal ingezetenen van Bergen op Zoom geen beletsel om in 1989 een nieuwe kapel te bouwen voor de patrones van hun stad, die ook in de jaarlijkse Maria-ommegang niet ontbreekt. Het bisdom Breda gedenkt tot op de dag van vandaag haar feestdag op 17 maart. Den Bosch, Roermond en de Vlaamse diocees doen dat niet meer. Enigszins magertjes voor een 'echte Brabantse Heilige'.

Wouter Prins is conservator van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden.

Deel dit artikel