Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De ijver waarmee atheïsten hun dogma verspreiden is adembenemend

Religie en Filosofie

Stephan Sanders

© martien ter veen

Stephan Sanders ging een beetje proefgeloven. Hier doet hij verslag van zijn vorderingen. Deze maand: over de beklemmende stropop-god van de atheïsten en hun zendingsdrift.

Een van de grote raadselen is waarom zoveel fervente atheïsten lijden aan een zendingsdrift, die ze bij christenen niet pruimen: de ijver waarmee het atheïstisch dogma wordt verspreid onder de mensen en de volkeren, die grimmige boodschap van letterlijk Niets: er is Niets, er mag Niets en er zal Niets zijn. Adembenemend.

Lees verder na de advertentie
De verkondigende atheïsten zijn alleen te vergelijken met de meest bezetenen onder de evangelischen

Het is één ding niet in een god te (kunnen) geloven. Zo zijn er ook genoeg mensen die geen piano (kunnen) spelen. Maar het wordt potsierlijk als dit gebrek meteen wordt omgetoverd tot een deugd, wat heet, een openbaring.

Iedereen die piano speelt is stapelgek, en allen die tijd stoppen in het zich bekwamen in die kunst verdoen hun tijd. Pas wanneer er niemand meer piano speelt, zul je eens zien hoe goed en weldadig het eraan toe zal gaan. Alle pianisten de wereld uit, benevens de pianostemmers en -bouwers.

Reddingsfantasie

In die zin zijn de verkondigende atheïsten alleen te vergelijken met de meest bezetenen onder de evangelischen. De reddingfantasie ten aanzien van ongelovigen en de nog - steeds - gelovigen is dezelfde.

De Britse evolutiebioloog Richard Dawkins vindt geloven lui en laf: "Lui omdat je een verhaal voor waar aanneemt, zonder het te willen testen. Laf omdat je de twijfel uitsluit die bij nieuwsgierigheid hoort."

Ik citeer nu uit een recent Volkskrant-interview, maar Dawkins heeft zich vaak op diezelfde manier uitgelaten en er ook een boek aan gewijd: 'God als misvatting'. Raken dergelijke uitlatingen me nu meer als gelovige?

Er zit een totalitair element in dat radicale atheïsme dat geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar eigen bazuinkoor aan te heffen

Nee, ook toen ik vanzelfsprekend zonder God of kerk leefde voelde ik me unheimisch bij dit trompetterende atheïsme. Het zal wel de brave, agnostische inborst van me zijn geweest, die me ook als ongelovige bleef vergezellen. Maar er is meer: er zit een totalitair element in dat radicale atheïsme dat geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar eigen bazuinkoor aan te heffen. Vóór 1989, voor de Val van de Muur herkende ik het als typisch communistisch. Extreem intolerant, extreem onbeleefd en opdringerig. Precies alle eigenschappen die Dawkins en de zijnen toeschrijven aan kerken en godsdiensten.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

© Jean-Pierre Jans

God van je tante

Er is een moederlijk stemmetje in me (letterlijk, ik hoor het mijn moeder zeggen): 'Niet op reageren. Je moet daar boven staan.' Want zij wist dat de meeste bullebakken groter waren dan ik en bovendien bedreven in de vechtkunst. Maar dat beschroomd zwijgen was toch wel angstig. Je gaf toe aan de intimidatietactiek van de aanvaller. Je mocht er dan wel 'boven staan', je voelde jezelf toch meer een mier, op het punt om vertrapt te worden.

Tegenspreken is toch het minste wat je kunt doen, zoals ook Dawkins alle recht van spreken heeft. En nee, ik koester niet de illusie een atheïst van gedachten te kunnen veranderen. Geloven - dat is de achillespees - is vooral een kwestie van het veranderende gevoel. Het laat zich in laatste instantie niet beargumenteren.

Geloven - dat is de achillespees - laat zich niet beargumenteren

Dit valt me op: de god die atheïsten verwerpen is altijd de god van je tante, zogezegd. Iemand van horen zeggen. Die god is wreed en benauwend en onderwerpt zijn dienaren aan de meest sadomasochistische praktijken: dat heeft tante ooit verteld. Een gevangene is beter af in zijn cel dan een gelovige bij god. De boodschap is: verbreek de tralies, word een vrij mens.

Afzetpunt

De god hier bedoeld is een stropop, voor het laatst in Nederland gesignaleerd in 1957 of daaromtrent. Ook die verstikkende, alle leven benemende kerk dateert uit die tijd. Het is voor verkondigende atheïsten van belang dat alles bij het oude blijft, en er nooit iets verandert in kerk of geloof, want anders zijn ze hun afzetpunt kwijt. Vandaar ook hun onfeilbare inzichten, die nooit meer gecheckt hoeven te worden. Elk tegenbewijs uit het alledaagse, gelovige leven van nu moet categorisch ongeldig worden verklaard.

Inmiddels is het zo dat de twijfel een beter heenkomen vindt in de kerk dan bij de belijdende atheïstische gemeente. Dat is niet altijd zo geweest, integendeel, maar de grote Nederlandse kerkgemeenschappen hebben zich een aarzeling aangemeten, die voorbeeldig is. En met aarzeling bedoel ik niet een 'verwatering' van het geloof, maar een aarzeling in het alledaagse oordeel, een aarzeling in de pertinentie daarvan.

Ook zelf moet ik lange tijd gedacht hebben dat geloven iets is 'van oude menschen, de dingen die voorbij gaan' (Couperus). Ik merkte dat toen mijn moeder alweer jaren geleden begraven werd vanuit een katholieke kerk. Dat geloof was van haar geweest, al beleed ze het niet altijd even standvastig; het maakte deel uit van haar persoonskenmerken, zoals haar heldere blauwe ogen en haar zwarte haren die later grijsden. Pas na haar dood begon het me te dagen dat met haar dood niet het geloof was begraven. Dat zij dat aan mij kon doorgeven, dat ik het kon aannemen.

Het zou nog weer jaren duren voordat ik zover was. Maar ik ontdekte, kort gezegd, de verbinding. Het verbond.

Lees hier meer over Stephan Sanders' vorderingen als gelovige. 

Deel dit artikel

De verkondigende atheïsten zijn alleen te vergelijken met de meest bezetenen onder de evangelischen

Er zit een totalitair element in dat radicale atheïsme dat geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar eigen bazuinkoor aan te heffen

Geloven - dat is de achillespees - laat zich niet beargumenteren