Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De facility-manager maakt het niet gemakkelijk

Religie en Filosofie

Peter Henk Steenhuis

Foto ter illustratie © ANP XTRA
column

We trekken ons terug in onze veilige bubbel. Verliezen we het vermogen elkaar te begrijpen en te bereiken? In een serie columns reist journalist Peter Henk Steenhuis langs de grenzen van onze taal op zoek naar de grenzen van onze werelden. Vandaag:  de facility-manager.

‘Vandaag is het een week geleden dat Riet overleed, op 86-jarige leeftijd.’ Zo opent de e-mail van Elisabeth Martens, een Trouwlezer, die mij schreef naar aanleiding van mijn artikel ‘Op zoek naar een verbindende taal’ . In Trouw had ik geschreven dat onze huidige taal een financiële taal dreigt te worden die de solidariteit in Nederland ondermijnt. Woorden uit ons dagelijks taalgebruik lijken een economische lading te krijgen: groei, missie, doel, visie, stagneren, strategie, schuld. Het verhaal van Martens past hier in.

Lees verder na de advertentie

Ik vat de email samen. Een half jaar geleden had de familie voor Riet een hoog-laagbed gekocht. Zo’n bed kun je met een voetpedaal in hoogte verstellen terwijl er iemand in ligt. 

Nee, wij doen niet aan deals. Familieleden laten van alles achter wat wij dan weer moeten afvoeren of op Marktplaats zetten

Facility-manager, zorgcentrum De Zandzee

De verpleging van zorgcentrum De Zandzee was er blij mee. Na het overlijden van Riet wilde de familie het bed schenken aan het centrum, als blijk van dank voor de goede zorg. Wellicht zou het zorgcentrum dan de vloerbedekking kunnen weghalen. Martens belde de facility-manager van De Zandzee:

“Ben ik verbonden met degene die verantwoordelijk is voor de oplevering van de woning van mevrouw Engels?” vroeg ik – de  echte namen zijn bij de redactie bekend.

“Ja,” antwoordde de facility-manager.

“We laten een vrijwel nieuw bed achter,” zei ik. “Kunnen we met gesloten beurzen werken? Het bed tegen het weghalen van de vloerbedekking?”

“Nee, wij doen niet aan deals,” antwoordde de facility-manager gedecideerd. “Familieleden laten van alles achter wat wij dan weer moeten afvoeren of op Marktplaats zetten.”

“We laten niet zo maar van alles achter,” sputterde ik tegen, “maar een bed waarvan de verzorgenden hebben aangegeven er blij mee te zijn en dat een half jaar geleden ruim 2000 euro heeft gekost.”

Facility-manager: “Ja, de zorg neemt wel vaker spullen aan. Maar dat is niet de bedoeling. Facility is verantwoordelijk voor het meubilair. En we hebben nu eenmaal alleen laag-laagbedden op die locatie. Daarom is Facility leidend hierin.”

Voor de duidelijkheid vroeg ik: “Bedoelt u te zeggen dat het verzorgend personeel overruled wordt door Facility zelfs als het om een bed gaat dat hun werk makkelijker maakt.”

Facility-manager: “Ja. Facility is leidend. We zijn een bedrijf.”

Het mooie aan dit verhaal van Martens is dat je de taal hier op heterdaad betrapt. Volgens de Oostenrijks-Britse filosoof Ludwig Wittgenstein is taal niet langer alleen een afbeelding van de werkelijkheid, maar bevindt taal zich in de wereld, taal is iets wat we doen. Woorden krijgen pas betekenis in het gebruik ervan. Oftewel: onze manier van spreken bepaalt de werkelijkheid.

Wat leert ons dat over de taal van deze facility-manager? Voor we deze vraag kunnen beantwoorden even een stap terug. Wat hoort een facility-manager te doen? Citaat: Als facility manager regel je (...) het huishouden van een bedrijf. Je zorgt dat elk personeelslid alle diensten en middelen (faciliteiten) tot zijn beschikking heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Zo regel je perfecte catering, beveiliging en schoonmaak. Bij zorgcentrum De Zandzee regelt de facility-manager dus ook de bedden.

De definitie van hierboven sluit aan bij wat het woord oorspronkelijk betekent: ‘mogelijk maken’. Facile betekent in het Frans ook ‘gemakkelijk’. Een facility-manager moet het werk gemakkelijker maken. Voor wie? In dit geval voor het verplegend personeel.

Sluit deze definitie aan bij de woorden van de facility manager zelf? Nee. Volgens haar is “facility leidend.” “We zijn een bedrijf.”

Wat gebeurt hier? Volgens voormalig Denker des Vaderlands, René Gude, gebruiken we taal in vier sferen. We kletsen thuis, met vrienden en familie: de privésfeer. Met woorden doen we zaken op ons werk: de private sfeer. We overleggen in openbare ruimtes: de publieke sfeer. En we debatteren in de politiek: de politieke sfeer. Gude sprak in dit verband over de vier P's.

De laatste decennia heeft de taal die we gebruiken in de private sector territoriumdrift gekregen. Zo valt steeds vaker de term BV Nederland als het gaat om onze maatschappij. Mensen gebruiken 'BV Nederland' om iets wat werkt in het bedrijfsleven over te brengen naar de staat of overheid, naar de publieke of politieke sfeer dus. Kwaliteiten die met die zakelijke term BV Nederland tot uitdrukking gebracht worden, zijn bijvoorbeeld efficiëntie, bedrijfsmatigheid, rendement, winst, kostenreductie.

De facility manager uit de email van Martens spreekt de taal van de private sector. Maar zorginstellingen horen van ouds tot wat René Gude ‘de publieke sfeer’ noemt. In die sfeer draait het niet in eerste instantie om winst, kostenreductie, efficiëntie, maar om zorg, goede verpleging, aandacht. In die sfeer behoort ‘facility’ niet tot een ‘bedrijf’ maar tot een non-profitorganisatie; in die sfeer is facility niet leidend maar dienend.  

'Welkom in Bubbelonië' is een project van journalist Peter Henk Steenhuis in samenwerking met SBI Formaat, financieel ondersteund door Instituut Gak. In het comité van aanbeveling zit, onder anderen, Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Eerdere afleveringen vindt u hier.

Deel dit artikel

Nee, wij doen niet aan deals. Familieleden laten van alles achter wat wij dan weer moeten afvoeren of op Marktplaats zetten

Facility-manager, zorgcentrum De Zandzee