Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De boer wil trots zijn, maar Luther verbood het hem

Religie en Filosofie

Peter Henk Steenhuis

Tjirk van der Ziel © Hanne van der Woude
Bubbelonië

We trekken ons terug in onze veilige bubbel. Verliezen we het vermogen elkaar te begrijpen en te bereiken? In een serie columns reist journalist Peter Henk Steenhuis langs de grenzen van onze taal op zoek naar de grenzen van onze werelden. Vandaag:  trots.

'Enorme groep werknemers draagt helemaal niks bij aan de maatschappij' kopte Algemeen Dagblad dinsdag. De krant citeerde hoogleraar antropologie David Graeber, die al vaker sprak over onzinbanen. Telemarketing, personeelszaken en public relations: zouden we in opstand komen als deze banen zouden verdwijnen? ‘Het is veel waarschijnlijker dat we het niet eens zouden doorhebben.’

Lees verder na de advertentie

Diezelfde dag publiceerde Trouw de bijlage ‘De staat van de boer’. Over boeren kunnen we van alles  zeggen maar niet dat hun werk zinloos is, of dat we het niet door zouden hebben als ze zouden verdwijnen. ‘Voedsel moet de trots zijn van boer én burger’, kopte Trouw dan ook in deze bijlage.

Trots

Meest opvallende woord voor mij in ‘De staat van de boer’ was ‘trots’. De lofzang op de trots begon al op de voorpagina van de krant: uit onderzoek, uitgevoerd door agrarisch onderzoeksbureau Geelen Consultancy, “komt een beeld naar voren van een beroepsgroep die nog altijd oprecht trots is op het vak.” Maar die trots wordt gekrenkt door een buitenwereld die hen niet begrijpt, door politici, media, supermarkten en milieuorganisaties.  Een dag later kopt Trouw als reactie: 'Van de minister mogen we best wat trotser zijn op onze boeren'.

Binnenin het katern 'De staat van de boer' meer trotse boeren. De krant interviewt Tjirk van der Ziel uit Ede, die vertelt over het concept ‘Herenboeren.’ Kern van het plan: “lokale teelt, regionale afzet, en de trots als bindende factor.”

Met het woord ‘trots’ is iets vreemds aan de hand. We genieten van onze kinderen, als ze trots vertellen dat ze een voetbaltoernooi hebben gewonnen. Sterker nog, we zouden ons ongerust maken als ze niet trots op hun prestatie waren, maar de gewonnen beker achteloos in een hoek gooien. Aan de andere kant houden we niet van mensen die te trots zijn ooit eigen ongelijk te erkennen, of te trots om een verontschuldiging over de lippen te krijgen.

Wat is er met trots aan de hand? We komen het woord in Nederland al vroeg tegen. Het staat dan voor fierheid. De Vlaming gebruikt fier en trots nog steeds als synoniem. Maar die fierheid kan omslaan in hoogmoed. En daar houden we niet van.

Boerentrots en burgertrots

In zijn etymologische boek Van Aalmoes tot Zwijntjesjager beschrijft P.H. Schröder dat het woord ‘trots’ pas sinds de Lutherbijbel in 1648 in het Nederlands is vertaald, voorkomt in de betekenis van: hoogmoed, overmatig gevoel van eigenwaarde, verwatenheid. Onze worsteling met de negatieve betekenis van trots is dus een protestantse erfenis.

Opmerkelijk genoeg verwijst de trotse boer Tjirk van der Ziel uit Ede ook naar 1648, naar de Vrede van Münster, die een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Republiek.

Om het einde van de Tachtigjarige Oorlog te vieren, zegt Van der Ziel, werd voorop in de optocht een koe meegetorst, hoog en voor iedereen zichtbaar, als symbool van de welvaart. Koeien figureren ook in de schilderijen uit de Gouden Eeuw. Nederlanders vinden helemaal niet dat de koe in de wei hoort vanwege dierenwelzijn, maar omdat ze deel uitmaakt van de culturele erfenis. "Dat is het sentiment dat we moeten aanboren: de trots. Boerentrots en burgertrots." 

De boer wil trots zijn, de minister wil dat we trots op de boer zijn, maar Luther verbood het  ons. Totdat we nu, met alle zinloze beroepen op ons netvlies, beginnen te beseffen hoe belangrijk het is trots te zijn op een beroep dat zin heeft, en iets bijdraagt aan de maatschappij.  

'Welkom in Bubbelonië' is een project van journalist Peter Henk Steenhuis in samenwerking met SBI Formaat, financieel ondersteund door Instituut Gak. In het comité van aanbeveling zit, onder anderen, Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. 

Lees ook: 
Van minister Schouten mogen we best wat trotser zijn op onze boeren: 'We nemen ze voor lief' 

Ja, minister Carola Schouten van landbouw begrijpt dat boeren zich vaak niet gewaardeerd voelen. En dat respect verdienen ze wel. ‘Het leven is ingewikkeld voor boeren.’

De Staat van de Boer:  zo gaat het anno 2018 met de Nederlandse agrariër

Fipronil-eieren, het melkquotum, bijengif, mestfraude; het agrarisch bedrijf haalt de afgelopen jaren met grote regelmaat de kolommen van de krant, en vaak in negatieve zin. In de debatten die daarop volgen wordt vooral over de boer gesproken, niet mét hem. Volgens Trouw is het tijd die boer eens op te zoeken. Hoe gaat het anno 2018 met hen?

Deel dit artikel